wetzoeker

§ 6 — Eerste consultatie Besluit uitgifte drie vergunningen voor analoge commerciële radio-omroep (voor de kavels A7, B38 en C08) en drie vergunningen voor digitale radio-omroep

Eerste consultatie

Van 22 augustus 2012 tot en met 19 september 2012 is een ontwerp van dit besluit geconsulteerd met overeenkomstige toepassing van artikel 5 van het Frequentiebesluit, zoals dat toen luidde. Gedurende vier weken heeft eenieder zijn of haar zienswijze kunnen geven op dit ontwerpbesluit, de ontwerpvergunningen en de aanvraag- en verdeelregeling. Op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit is hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet en het daarop gebaseerde Frequentiebesluit vervangen door een nieuw hoofdstuk 3 en door het daarop gebaseerde Frequentiebesluit 2013. Thans is in artikel 3.10, derde lid, Tw geregeld dat het besluit betreffende de keuze van het verdeelinstrument, met inbegrip van de aan de vergunning te verbinden beperkingen en voorschriften en, eventueel, een nadere bestemming van de desbetreffende frequentieruimte wordt voorbereid overeenkomstig de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. In verband hiermee is deze voorbereidingsprocedure doorlopen voor het in artikel 3.10, derde lid, Tw bedoelde besluit.

Naar aanleiding van de in augustus en september 2012 uitgevoerde consultatie is een aantal opmerkingen gemaakt.

Een aantal respondenten heeft aandacht gevraagd voor artikel 3.3, zevende lid, Tw, zoals dat toen luidde. Daarin was als uitgangspunt opgenomen dat, zolang de looptijd van eerder verleende vergunningen voor gebruik van frequentieruimte met een bepaalde bestemming niet is verstreken, de nieuwe vergunningen voor die frequentieruimte in beginsel volgens een soortgelijke verdeelprocedure worden uitgegeven als de eerder verleende vergunningen. Met de inwerkingtreding van het nieuwe hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet is die bepaling komen te vervallen, zodat het commentaar van de respondenten hierop onbesproken kan blijven.

Een respondent heeft opgemerkt dat er in de radiosector meermalen partijen opstaan met grootse plannen, maar zonder te beschikken over de benodigde financiële en organisatorische middelen. Die respondent is daarom van mening dat er een vergelijkende toets met bedrijfsplan gehouden zou moeten worden. Allereerst wordt opgemerkt dat de keuze voor een vergelijkende toets niet noodzakelijkerwijs inhoudt dat een bedrijfsplan moet worden overgelegd. Zo werd in de vergelijkende toets die in 2008 is gehouden geen bedrijfsplan gevraagd. De keuze om al dan niet een bedrijfsplan te vragen, wordt vastgelegd in de Regeling en niet in dit besluit. Inhoudelijk is van belang dat de Regeling voldoende waarborgen biedt dat een bedrijfsmatig bestendige vergunninghouder wordt geselecteerd. Zo dient de aanvrager bij de indiening van de aanvraag een bankverklaring te overleggen waaruit blijkt dat hij in elk geval het bedrag kan betalen dat hij meteen na de vergunningverlening verschuldigd is. Bovendien dient hij bij de aanvraag een waarborgsom of bankgarantie van een vierde deel van het geboden bedrag te verstrekken. Dit alles wordt beschouwd als een afdoende waarborg.

Een aantal respondenten heeft opmerkingen geplaatst over de ontwerpvergunning C08. De belangrijkste punten worden onderstaand besproken.

Een respondent heeft gevraagd of de middengolfzender voor kavel C08 mag worden verplaatst naar een andere locatie. Onder omstandigheden is een dergelijke verplaatsing mogelijk. Indien een vergunninghouder een middengolfzender op een andere locatie in gebruik wil nemen kan hij hiertoe een verplaatsingsaanvraag indienen bij Agentschap Telecom. Deze aanvraag wordt getoetst aan het geldende beleid, onder meer aan de voorwaarde dat geen inbreuk wordt gemaakt op binnen- of buitenlandse frequentiegebruiksrechten. Verder is relevant dat verplaatsing niet wordt toegestaan als de procedure van internationale coördinatie moet worden gevolgd en het toepassen van die procedure mogelijk leidt tot een verlies aan frequentiegebruiksrechten van Nederland. Dit is neergelegd in artikel 2, derde lid, van de vergunning voor kavel C08. Binnenkort wordt op de website van Agentschap Telecom het beleid zoals dat nu gehanteerd wordt bij verplaatsingsverzoeken voor middengolfzenders, kenbaar gemaakt.

Een respondent heeft gevraagd of het zendvermogen verhoogd mag worden. Een aanvraag tot verhoging van het zendvermogen kan bij Agentschap Telecom worden ingediend. Voor de frequentie van kavel C08 is het in de vergunning opgenomen maximum vermogen gelijk aan de internationale rechten die Nederland voor de frequentie heeft. De kans dat een verhoging van het zendvermogen kan worden toegestaan is klein. Hiervoor is de procedure van internationale coördinatie benodigd. Deze is weinig kansrijk aangezien bij een verhoging van het zendvermogen van kavel C08 naar alle waarschijnlijkheid buitenlandse frequentierechten worden aangetast. Een andere respondent heeft bezwaren tegen een minimum vermogen in de vergunning omdat hierdoor de frequentie moeilijker in gebruik kan worden genomen. Deze bezwaren worden niet gedeeld. Een minimum zendvermogen van 2,5 kW, zoals in dit geval voorgeschreven, kan voor een serieuze partij geen beletsel zijn. Bovendien kan conform het geldende beleid een vergunninghouder een aanvraag doen om zijn maximum vergunde vermogen tot ten hoogste 6dB te verminderen. Daarmee wordt het minimum vermogen ook gewijzigd tot (in het uiterste geval) 630 Watt.

Een aantal respondenten vroeg om kavel B38 niet toe te voegen aan kavel A7, maar de vergunning voor kavel B38 separaat te verdelen als vergunning voor niet-landelijke commerciële radio-omroep. Kennelijk wordt – meer dan voorzien – waarde gehecht aan de beschikbaarheid van een zelfstandig kavel B38. In verband hiermee is aan dit verzoek gevolg gegeven en wordt vergunning kavel B38 als zelfstandige vergunning voor niet-landelijke commerciële radio-omroep verdeeld.

Regeling
Besluit uitgifte drie vergunningen voor analoge commerciële radio-omroep (voor de kavels A7, B38 en C08) en drie vergunningen voor digitale radio-omroep
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
24-04-2013
BWB-id
BWBR0033305
Versie
2013-04-24_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl