wetzoeker

§ 2 — Wijze van verdeling Besluit uitgifte drie vergunningen voor analoge commerciële radio-omroep (voor de kavels A7, B38 en C08) en drie vergunningen voor digitale radio-omroep

Wijze van verdeling

De kavels A7, B38 en C08 worden verdeeld door middel van een veilingprocedure. Voor deze verdeelmethode wordt gekozen om de volgende redenen.

Ten eerste treedt dit besluit in werking onder het nieuwe hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet (verder: Tw), ingevoerd bij de Wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met de Nota frequentiebeleid 2005 (Kamerstukken 31 412). In de memorie van toelichting (kamerstukken II 2007/08, 31 412, nr. 3, p. 18) is aangegeven dat conform het gestelde in de Nota frequentiebeleid 2005 en in lijn met het kabinetsstandpunt over het MDW-rapport «veilen en andere allocatiemechanismen » primair gekozen zal worden voor de veiling als verdeelinstrument. Dit omdat de veiling economisch gezien de meest efficiënte verdeling oplevert. Een vergelijkende toets is vooral opportuun als het beleidsmatig gewenst is dat bepaalde vergunningsvoorschriften gebaseerd worden op hetgeen een aanvrager programmatisch (niet financieel) heeft geboden in de verdeling, zoals in het geval van geclausuleerde landelijke vergunningen voor commerciële radio-omroep. Gelet op deze beleidslijn moeten er goede redenen zijn om hiervan af te wijken. Die redenen doen zich in dit geval niet voor, integendeel. Een veiling is meer dan een vergelijkende toets geschikt om te komen tot een marktconforme prijs. Dat is niet alleen in het belang van efficiënt frequentiegebruik maar is ook, in het bijzonder voor kavel A7, relevant om te vermijden dat er ongerechtvaardigde verschillen ontstaan met de recente verlenging van de bestaande landelijke FM-vergunningen. Er wordt namelijk met een veiling aangesloten bij de waarderingsmethodiek zoals gebruikt bij die verlenging in 2011. In dat kader is door SEO Economisch Onderzoek een onderzoek uitgevoerd naar de waarde van de commerciële radiovergunningen (zie Addendum waarde commerciële radiovergunningen (SEO Economisch onderzoek), 2011). Die waarde werd bepaald aan de hand van een hypothetische veiling voor een gemiddeld efficiënte toetreder. Met andere woorden, er is bepaald wat een efficiënte toetreder op een veiling zou bieden voor de vergunning. Overigens zou het hanteren van een vergelijkende toets in dit specifieke geval ook geen bijzondere toegevoegde waarde hebben. Voor kavel A7 geldt dat het een ongeclausuleerd kavel is, waardoor een programmatische toets niet aan de orde is. Voor zover een vergelijkende toets mede tot doel kan hebben dat vergunning kavel A7 wordt vergund aan de bedrijfsmatig meest bestendige vergunninghouder, is van belang dat de voorspellende waarde van een bedrijfsplan in dit geval beperkt is.

Kavel B38 betreft een kavel voor niet-landelijke commerciële radio. Het kavel heeft een beperkt demografisch bereik en op grond van artikel 7 van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 dient het radioprogramma tussen 07.00 uur en 19.00 uur voor ten minste 10 procent in het bijzonder gericht te zijn op het gebied waarvoor het programma is bestemd, de zogenaamde regiogerichtheid. Een vergelijking op de mate waarin een radioprogramma regiogericht is, zou leiden tot biedingen in het percentage regiogerichtheid. Een hoog percentage regiogerichtheid beperkt de verdienmogelijkheden. Indien door middel van een vergelijkende toets, zoals in het verleden gebeurd is, getoetst zou worden in hoeverre een aanvrager voor kavel B38 significant meer biedt dan andere aanvragers en het hiervoor genoemde wettelijke minimum, is er een grote prikkel om een hoog programmatisch bod voor regiogerichte programmering uit te brengen. Bij een vergelijkende toets kan een aanvrager namelijk reeds op grond van het programmatisch bod als winnaar uit de bus komen. Ter vergelijking: de vorige vergunninghouder van kavel B38 had een programmatisch bod van 75% regiogerichte programmering uitgebracht. Een hoog programmatisch bod heeft tot gevolg dat de exploitatiekosten voor de toekomstige vergunninghouder sterk toenemen. Dat kan gemakkelijk in de weg staan aan een bedrijfsmatig gezonde exploitatie van deze kavel, in het bijzonder omdat de vergunning een relatief korte looptijd heeft, namelijk tot 1 september 2017, het demografisch bereik gering is (ongeveer de plaats Kaatsheuvel in Noord-Brabant) en het kavel volgens SEO economisch onderzoek een economische waarde heeft van nihil. Onder die omstandigheden kan een vergelijkende toets contraproductief uitwerken. Om die reden heb ik gekozen voor verdeling door middel van een veiling zonder daarbij afbreuk te doen aan het voornoemde vereiste van 10% regiogerichte programmering.

Voor kavel C08 werd bij de vorige verdeling alleen getoetst op de mate waarin het programma geschikt was voor de technische karakteristieken van de middengolf. De nieuwe vergunninghouder voor kavel C08 is verplicht om zijn programma ook digitaal uit te zenden, waarbij het beleid erop is gericht dat digitale radio op termijn analoge radio vervangt. Het ligt in de rede dat de vergunninghouder kiest voor een programma dat in elk geval bij de start past bij de beide distributietechnieken, d.w.z. zowel analoog als digitaal ‘goed’ klinkt. Indien een vergunninghouder ervoor kiest om het zwaartepunt te leggen bij de digitale distributie omdat dat de toekomst is dan past dat bij het beleidsdoel en dient hij daarvoor niet gestraft te worden. Een selectie op basis van de mate waarin het programma geschikt is voor de technische karakteristieken van de middengolf, draagt niet meer bij aan het beleid. Hierbij merk ik op dat in de bestaande middengolfvergunningen geen beperken zijn opgenomen die volgen uit het voorheen gehanteerde selectiecriterium. De bestaande vergunninghouders hebben dus dezelfde vrijheid.

Tenslotte is nog van belang dat bij toepassing van een veilingprocedure de administratieve lasten voor de aanvragers beduidend lager zijn dan bij de verdeling in 2003, omdat niet langer de indiening van een bedrijfsplan wordt vereist.

Regeling
Besluit uitgifte drie vergunningen voor analoge commerciële radio-omroep (voor de kavels A7, B38 en C08) en drie vergunningen voor digitale radio-omroep
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
24-04-2013
BWB-id
BWBR0033305
Versie
2013-04-24_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl