wetzoeker

Artikel 5:57:3 Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2013–2014

formatieve beëindigingsgronden bij een tijdelijk dienstverband

1 In geval van een daling van de rijksbekostiging materiele instandhouding kan op drie data het dienstverband van schoonmaakpersoneel beëindigen:

• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2013, of

• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2014, of

• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2014

2 De werkgever overlegt, afhankelijk van de ontslagdatum, de vergelijking zoals bepaald in artikel 5:57:3 onder A, B of C:

A. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2013

1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2013 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2013 en 2014 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2014 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2013, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.

2. De werkgever overlegt daartoe een vergelijking over de jaren 2013 en 2014.

3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2013 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.

B. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 januari 2014

1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2013 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2013 en 2014 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2014 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2013, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.

2. De werkgever overlegt daartoe een vergelijking over de jaren 2013 en 2014.

3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2013 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.

C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2014

1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2013 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2013 en 2014 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2014 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2013, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.

2. De werkgever overlegt daartoe een vergelijking over de jaren 2013 en 2014.

3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2013 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.

Regeling
Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2013–2014
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
16-04-2013
BWB-id
BWBR0033245
Versie
2013-04-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl