wetzoeker

5 — Wet bescherming persoonsgegevens Beleidsregel CBP richtsnoeren ANPR

Wet bescherming persoonsgegevens

De Wbp is van toepassing op gegevensverwerkingen door de politie als zij deze gegevens niet verwerkt in het kader van de uitoefening van de politietaak. Daarnaast is de Wbp de aangewezen wet voor verwerkingen door andere overheidsorganisaties die niet onder de Wpg of Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) vallen.

Persoonsgegevens moeten zorgvuldig en in overeenstemming met de wet worden verwerkt. Dat betekent onder meer dat persoonsgegevens op grond van welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden dienen te worden verzameld. De gegevens kunnen alleen verwerkt worden als deze gelet op de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt, toereikend, terzake dienend en niet bovenmatig zijn. De verantwoordelijke moet maatregelen treffen in het belang van de juistheid en nauwkeurigheid van de gegevens. Daarnaast behoeft iedere verwerking een grondslag ingevolge artikel 8 Wbp. De verstrekking van deze gegevens aan derden moet verenigbaar zijn met het oorspronkelijke doel van de gegevensverwerking. Slechts in uitzonderingsgevallen kan hiervan worden afgeweken.

32 Artikel 9 Wbp juncto artikel 43 Wbp.

Gegevens kunnen bewaard worden zolang dat noodzakelijk is voor de verwerkelijking van de doeleinden waarvoor deze zijn verzameld of vervolgens verwerkt. De verantwoordelijke dient in het kader van de beveiliging van gegevens maatregelen te treffen.

De informatieplicht is in de Wbp expliciet geregeld. Het is een uitwerking van het transparantiebeginsel: de betrokkene moet in staat worden gesteld de hem betreffende verwerkte gegevens te controleren. De informatieverplichting houdt in dat de betrokkene door de verantwoordelijke op de hoogte wordt gesteld van het feit dat van hem gegevens zijn verwerkt op het moment dat die gegevens bij de betrokkene worden verkregen. Worden de gegevens op andere wijze verkregen, dan stelt de verantwoordelijke de betrokkene alsnog op de hoogte tenzij − kort weergegeven − deze reeds op de hoogte is, dit onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost of de verwerking plaatsvindt bij of krachtens wet. Van de informatieplicht kan bovendien in uitzonderingsgevallen worden afgezien.

33 Artikel 43 Wbp.

De verantwoordelijke moet de gegevensverwerking die onder zijn verantwoordelijkheid valt melden bij het CBP. Dit draagt bij aan de transparantie van de verwerking voor de betrokkene. Deze verplichting op grond van artikel 27 Wbp vervalt als de verwerking onder de bepalingen in het Vrijstellingsbesluit valt. In de situatie dat de verantwoordelijke een risicovolle verwerking voor ogen heeft doet het CBP een Voorafgaand Onderzoek (VO) naar aanleiding van de melding van die verwerking.

34 Artikel 31 Wbp.

De wetgever heeft onder meer de verwerking van gegevens op basis van heimelijke waarneming aangemerkt als een risicovolle verwerking omdat in een dergelijke situatie de mogelijkheid bestaat dat de verwerking voor de betrokkene onopgemerkt blijft. Als compensatie voor het niet-informeren dient het CBP in de gelegenheid te worden gesteld een onderzoek in te stellen naar de heimelijke waarneming om zich een oordeel te kunnen vormen over de rechtmatigheid daarvan.

35 In dit kader is aan het CBP de ANPR-verwerking door het regionaal politiekorps Brabant Zuid-Oost voor-gelegd met het oog op de verwerking in ANPR van Wbp-gegevens: z2007-00791; Bekendmaking besluit voorafgaand onderzoek in de Staatscourant op 16 juli 2008, nr. 135, p. 28.

Regeling
Beleidsregel CBP richtsnoeren ANPR
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
14-07-2009
BWB-id
BWBR0033241
Versie
2009-07-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl