wetzoeker

2.1.2 — Strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde Beleidsregel CBP richtsnoeren ANPR

Strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde

Het daadwerkelijke voorkomen, de opsporing, de beëindiging, de vervolging en de berechting van strafbare feiten valt onder de noemer strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Onder strafrechtelijke handhaving valt ook de uitvoering van beslissingen van de rechter of van het Openbaar Ministerie in strafzaken.

10 Kamerstukken II 1985-1986, 19 535, nr. 3, p. 6.

De politietaak ter strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde wordt in de jurisprudentie ook gebruikt als grondslag voor strafvorderlijke onderzoeksmethoden. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat artikel 2 Polw. ’93 niet voldoet als wettelijke grondslag indien door de politie met onderzoeksmethoden inbreuk wordt gemaakt op grond- of mensenrechten, zoals het recht op de persoonlijke levenssfeer.

11 Zie onder meer: HR 19 december 1995, NJ 1996, 249.

Om zulke inbreuken te kunnen rechtvaardigen is een meer precieze wettelijke grondslag nodig.

Het Wetboek van Strafvordering (Sv) reguleert de bevoegdheden waarmee in deze situaties gegevens mogen worden verzameld. Dit geldt niet voor beperkte inbreuken. In die gevallen kan artikel 2 Polw. ‘93 wel degelijk een grondslag voor de onderzoeksmethode zijn.

12 HR 19 december 1995, NJ 1996, 249.

Regeling
Beleidsregel CBP richtsnoeren ANPR
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
14-07-2009
BWB-id
BWBR0033241
Versie
2009-07-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl