wetzoeker

2.1.1 — Handhaving van de openbare orde Beleidsregel CBP richtsnoeren ANPR

Handhaving van de openbare orde

Handhaving van de openbare orde betreft het voorkomen of beëindigen van strafbare feiten die invloed hebben op de orde en rust in de openbare of publieke ruimte, net als de algemene, bestuurlijke voorkoming daarvan.

8 Politiewet 1993, Boek/Van den Haspel, artikel 2 Politiewet 1993, opmerking 3, in: T&C Strafvordering, zevende druk.

Het handhaven van de openbare orde kan ook gezien worden als een specifieke vorm van controle op de naleving van wetgeving: het verzekeren dat bepaalde wetgeving wordt nageleefd. Voor de uitoefening van de controlebevoegdheid is geen verdenking vereist. Tijdens de controle kan vervolgens blijken dat wetgeving is overtreden. De stap naar opsporing is dan snel gemaakt; opsporing gaat immers uit van de vooronderstelling dat sprake is of zal zijn van een strafbaar feit.

De politie heeft exclusief dan wel primair een aantal toezichthoudende taken toebedeeld gekregen, waaronder het toezicht op de naleving van bepalingen uit de Vreemdelingenwet, de Wet wapens en munitie en de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (de Wet Mulder). Deze taken vertonen een relevante samenhang met andere onderdelen van de politietaak. Hierop is de Wpg van toepassing.

9 Kamerstukken II 2005–2006, 30 327, nr. 3, p. 29.De politie heeft echter in bijzondere wetten ook niet primair de toezichthoudende taak toebedeeld gekregen. Dan is niet de Wpg van toepassing op de verwerking van gegevens, maar de Wbp; deze verwerking vindt niet plaats in het kader van de uitoefening van de politietaak.

Regeling
Beleidsregel CBP richtsnoeren ANPR
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
14-07-2009
BWB-id
BWBR0033241
Versie
2009-07-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl