wetzoeker

5 — Rechter en Raad voor de Journalistiek Richtsnoeren publicatie van persoonsgegevens op internet

Rechter en Raad voor de Journalistiek

Als een publicatie onder de journalistieke exceptie van de Wbp valt, kan een klacht door de rechter en in sommige gevallen door de Raad voor de Journalistiek worden beoordeeld. De rechter toetst of de publicatie voldoet aan de algemene zorgvuldigheidsvereisten uit de Wbp en aan het Burgerlijk Wetboek. De algemene beginselen van zorgvuldigheid van de Wbp hangen nauw samen met de algemene beginselen van maatschappelijke zorgvuldigheid, zoals vastgelegd in het leerstuk van de onrechtmatige daad in het Burgerlijk Wetboek

98 Artikel 6:162 BW Lid 1. Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden. Lid 2. Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond. Lid 3. Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.

en jurisprudentie.

99 Belangrijke jurisprudentie op dit punt is het zogenaamde Gemeenteraadslid-arrest van de Hoge Raad, HR, 24 juni 1983, NJ 1984, 801. Daaruit vloeien zeven, in onderling verband te beschouwen, factoren voort om een afweging te kunnen maken tussen de vrijheid van meningsuiting en het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Zie voor zaken waarin deze criteria zijn toegepast op internetpublicaties ook: LJN: AO2756, Rechtbank Middelburg, 77/2003, 21 januari 2004, LJN: AT4342, Rechtbank Arnhem, 16 maart 2005 en LJN: AY5772, Rechtbank Zwolle, 122465 / KG ZA 06-287, 9 augustus 2006.

De Raad voor de Journalistiek hanteert een eigen maatstaf voor de beoordeling of iets een journalistieke publicatie is. Hij acht zich bevoegd om te oordelen over publicaties van professionele journalisten, dat wil zeggen, mensen die hetzij in dienstverband of als zelfstandige er hun hoofdberoep van maken mede te werken aan de redactionele leiding of redactionele samenstelling van publiciteitsmedia.

100 De RvdJ geeft een definitie van journalistieke gedraging en journalist in artikel 4 van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek. Onder journalistieke gedraging [wordt] verstaan een handelen of nalaten van een journalist in de uitoefening van zijn beroep. Voorts wordt onder een journalistieke gedraging verstaan een handelen of nalaten in het kader van journalistieke werkzaamheden van iemand die geen journalist zijnde, regelmatig en tegen betaling meewerkt aan de redactionele inhoud van de in het volgende lid genoemde publiciteitsmedia.

Uit de opsomming van soorten media waarover de Raad voor de Journalistiek kan oordelen, blijkt dat ook internetpublicaties eronder kunnen vallen, voor zover de inhoud daarvan bestaat uit nieuws, reportages, beschouwing of rubrieken van informatieve aard.

Verder neemt de Raad voor de Journalistiek klachten in behandeling over uitingen van niet-journalisten onder de voorwaarden dat zij voor de publicatie worden betaald en het om regelmatige medewerking gaat, zoals bijvoorbeeld denkbaar in het geval van bijdragen van een medisch specialist aan een vakblad.

Regeling
Richtsnoeren publicatie van persoonsgegevens op internet
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
11-12-2007
BWB-id
BWBR0033229
Versie
2007-12-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl