wetzoeker

8.2 — Tegengaan onnodige publicatie persoonsgegevens Richtsnoeren publicatie van persoonsgegevens op internet

Tegengaan onnodige publicatie persoonsgegevens

Verantwoordelijken hebben uit beveiligingsoogpunt de plicht om maatregelen te treffen om ‘onnodige verzameling en verdere verwerking van persoonsgegevens te voorkomen’ (Artikel 13 Wbp, derde volzin). Soms heeft een verantwoordelijke wel een goede rechtvaardigingsgrond voor het verzamelen en binnen de organisatie verwerken van bepaalde persoonsgegevens, maar leent dat doeleinde zich niet voor integrale publicatie van de persoonsgegevens op internet. Per persoonsgegeven moet daarom een afweging worden gemaakt van de noodzaak van publicatie op internet, in het licht van de te verwachten risico’s voor de betrokkene. De plicht tot dataminimalisatie geldt in het bijzonder voor overheden en verantwoordelijken voor openbare registers, omdat betrokkenen in die gevallen minder mogelijkheden hebben om zich te verzetten tegen een specifieke publicatie.

70 Speciaal voor overheden geldt dat bij de behandeling van de Wbp in de Tweede Kamer kamerbreed de motie Nicolaï is aangenomen waarin de regering nadrukkelijk wordt opgeroepen in haar eigen systemen voor de verwerking van persoonsgegevens privacy enhancing technologies (PET) toe te passen (Kamerstukken II, vergaderjaar 1999- 2000, 25 892, nr. 31). In het voorjaar van 2007 heeft de Europese Commissie een mededeling gepubliceerd waarin zij benadrukt dat het essentieel is dat nationale overheden privacy-bevorderende technologie inzetten, inclusief data-minimalisatie, ter vergroting van het vertrouwen van burgers, zowel in de opzet van de systemen als in de implementatie (Communication from the Commission to the European Parliament and the Council on promoting data protection by Privacy Enhancing Technologies (PETs), Brussels, 2 mei 2007, COM(2007) 228).

Geen handtekening publiceren op internet

Op 1 mei 2007 trad een nieuwe wet in werking over het Handelsregister, met bepalingen over de elektronische ontsluiting van het register.

71 Wet van 22 maart 2007, Regels omtrent een basisregister van ondernemingen en rechtspersonen (Handelsregisterwet 2007), Staatsblad 153, 1 mei 2007.

In de wet wordt een onderscheid gemaakt tussen de verplichte opname van sommige persoonsgegevens in het register en de publicatie ervan op internet. Het burgerservicenummer van natuurlijke personen die een onderneming hebben bijvoorbeeld wordt verplicht in het register opgenomen, maar mag niet aan derden worden verstrekt en dus niet op het internet worden gepubliceerd. Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer werd uitdrukkelijk gewezen op het risico van de publicatie op internet van de handtekening van in het handelsregister opgenomen natuurlijke personen. Uit de toelichting bij het amendement van Kamerlid Van Dijk: De Kamers van Koophandel constateren in toenemende mate dat handtekeningen worden gekopieerd met frauduleus oogmerk. Daarbij wordt onder meer gebruik gemaakt van de handtekening in het handelsregister zoals deze via internet kan worden ingezien. Om dergelijke fraude zo veel mogelijk te voorkomen is het gewenst dat handtekeningen van natuurlijke personen niet langer via internet worden getoond. Dat werpt een naar verwachting van de Kamers effectieve drempel op tegen het kopiëren van handtekeningen.

72 Kamerstukken II, 2006–2007, 30 656, nr. 20, blz. 7, 12 februari 2007.

De staatssecretaris van Economische Zaken nam het amendement meteen over.

Regeling
Richtsnoeren publicatie van persoonsgegevens op internet
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
11-12-2007
BWB-id
BWBR0033229
Versie
2007-12-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl