wetzoeker

7.2 — Toereikend, ter zake dienend en niet bovenmatig Richtsnoeren publicatie van persoonsgegevens op internet

Toereikend, ter zake dienend en niet bovenmatig

De verantwoordelijke mag volgens artikel 11 Wbp alleen gegevens verwerken die toereikend zijn, ter zake dienend zijn en niet bovenmatig aan het gestelde doeleinde. In de memorie van toelichting bij de Wbp wordt het voorbeeld genoemd van een winkelier die een registratie opzet van personen die hij heeft betrapt op winkeldiefstal. De winkelier zal in de regel niet behoeven te registreren welke goederen door de betrokkene uit zijn winkel zijn ontvreemd, wel bijvoorbeeld de waarde daarvan. Verder mag hij in die registratie geen gegevens opslaan omtrent het (legale) koopgedrag van de betrokken persoon, omdat dat bovenmatig is aan het gestelde doeleinde.

61 MvT, blz. 96-97.

Het voorbeeld heeft alleen betrekking op de eigen registratie door de winkelier. Voor publicatie op internet van lijsten van (vermeende) winkeldieven zal niet snel een rechtvaardigingsgrond in de Wbp gevonden kunnen worden, vanwege de risico’s van verdere verwerking door derden.

62 Zie de eerder aangehaalde uitspraken over het ophangen van de foto van een vermeende winkeldief, LJN AQ7877, Rechtbank Amsterdam, KG 04/1566 SR en CBP, 30 mei 2006, z2005-0846.

Het feit dat gegevens ‘toereikend’ moeten zijn, behelst een zorgplicht voor de verantwoordelijke om een zo correct mogelijk beeld te schetsen van een betrokkene over wie hij persoonsgegevens publiceert. Het weglaten van cruciale informatie kan net zo schadelijk zijn voor de persoonlijke levenssfeer als het vermelden van bovenmatige privédetails. Als het bijvoorbeeld gaat om een lijst van vermeende wanbetalers kan het weglaten van de vermelding dat en op welke gronden een betrokkene een vordering betwist, die persoon schade berokkenen.

Toegang voor advocaten tot rolgegevens

Advocaten hebben belang bij toegang tot het rolregister van de rechtbank waar ze procederen. Toegang tot de gegevens van een rechtbank in een andere stad loopt voor advocaten via een vertegenwoordiging, een zogenaamde procureur. Het rolregister bevat informatie over alle aanhangige civiele zaken, met een korte typering, de namen van de eiser en de gedaagde, de namen van de procureurs en de status van de behandeling. In 2002 besloot de Raad voor de Rechtspraak tot invoering van een digitale rol, ‘Mijn Zaken’, waarbij advocaten via internet toegang zouden krijgen tot alle rolgegevens uit het hele land, in de aanloop naar afschaffing – naar thans wordt verwacht in maart 2008 – van het verplichte procuraat. Het CBP oordeelde dat deze toegang bovenmatig zou zijn (niet in overeenstemming met artikel 11 Wbp) en dat advocaten alleen toegang zouden mogen hebben tot hun eigen zaken.

63 Het CBP deed hierover uitspraak in 2003, in z2002-01015. Na een heroverwegingsverzoek van de Raad voor de Rechtspraak herhaalde het CBP zijn uitspraak op 20 juni 2003, in z2003-0707.

De Raad voor de Rechtspraak paste het beleid daarop aan. De toegang tot www.roljournaal. nl is afgebakend met een wachtwoord en advocaten en hun procureurs krijgen alleen toegang tot de rolgegevens van hun eigen zaken.

64 Zie URL: http://www.rechtspraak.nl/Registers/Register+aangemelde+ gegevensverwerkingen/oljournaal: ’De gegevens kunnen, door advocaten die daartoe een wachtwoord hebben gekregen, alleen benaderd worden met een specifieke, door het College bescherming persoonsgegevens goedgekeurde, zoekvraag.’

Regeling
Richtsnoeren publicatie van persoonsgegevens op internet
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
11-12-2007
BWB-id
BWBR0033229
Versie
2007-12-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl