wetzoeker

5.4 — Identiteitsvermelding Richtsnoeren publicatie van persoonsgegevens op internet

Identiteitsvermelding

De Wbp eist in het tweede lid van de artikelen 33 en 34 Wbp dat verantwoordelijken hun identiteit bekend moeten maken. Dat stelt betrokkenen in staat om hun rechten effectief uit te oefenen en rechtstreeks met verantwoordelijken in contact te treden. De aanbeveling van de Artikel 29-werkgroep uit 2001 over het online verzamelen van gegevens benadrukt dat bij de identiteit zowel het elektronische als het fysieke adres moet worden vermeld. Ook de e-commerce richtlijn (2000/31/EG) kent een dergelijk absoluut identiteitsvereiste, omgezet in artikel 3:15d van het Burgerlijk Wetboek.

51 3:15d eerste lid BW: ’Degene die een dienst van de informatiemaatschappij verleent, maakt de volgende gegevens gemakkelijk, rechtstreeks en permanent toegankelijk voor degenen die gebruik maken van deze dienst, in het bijzonder om informatie te verkrijgen of toegankelijk te maken: a. zijn identiteit en adres van vestiging; b. gegevens die een snel contact en een rechtstreekse en effectieve communicatie met hem mogelijk maken, met inbegrip van zijn elektronische postadres;’ (onderdelen c tot en met f niet geciteerd)

Een dergelijk absoluut identiteitsvereiste brengt echter risico’s mee voor de privacy van individuele webloggers of critici. Een natuurlijk persoon kan goede redenen hebben om zijn fysieke contactadres niet op internet te willen publiceren, uit angst voor bedreigingen of andersoortige ongevraagde benaderingen.

De aanbeveling van de Artikel 29- werkgroep is vooral gericht op verantwoordelijken die op professionele wijze gegevens verzamelen en verwerken, bijvoorbeeld ten behoeve van direct marketing of andere commerciële dienstverlening. Dat individuen massaal over zouden gaan tot het publiceren van persoonsgegevens op internet had de werkgroep waarschijnlijk toentertijd niet voorzien. Ook de e-commerce richtlijn is niet gericht op natuurlijke personen, maar op commerciële dienstverleners, die ‘gewoonlijk tegen vergoeding’ hun diensten verrichten.

52 3:15d derde lid BW.

In het geval van publicaties door natuurlijke personen is een nadere afweging noodzakelijk om recht te doen aan de goede redenen die een verantwoordelijke kan hebben om zijn fysieke contactadres niet te willen publiceren op internet. Het CBP acht het daarom een redelijke wetstoepassing als een natuurlijke persoon die zonder commercieel oogmerk op internet publiceert, volstaat met het bekendmaken van een elektronisch contactadres. Daarbij gelden twee voorwaarden:

– de verantwoordelijke is goed bereikbaar voor betrokkenen door middel van een elektronisch e-mailadres

– dit e-mailadres wordt uitgegeven door een in Nederland gevestigde aanbieder.

Een dergelijke verantwoordelijke (die als privépersoon, zonder commercieel oogmerk publiceert) kan niet volstaan met het vermelden van een (veelal gratis) e-mailadres van een internationaal opererende serviceprovider als Microsoft, Google of Yahoo. Een dergelijk adres kan het voor een betrokkene onnodig ingewikkeld maken om zijn recht te halen als een verantwoordelijke niet adequaat reageert. Het e-mailadres moet uitgegeven zijn door een in Nederland gevestigde aanbieder, binnen het Nederlandse .nl domein.

Verantwoordelijken die over een eigen mailserver beschikken kunnen eveneens aan deze verplichting voldoen, mits zij de e-mail verwerken onder een .nl domein.

Het vereiste van een Nederlands elektronisch contactadres maakt het voor betrokkenen mogelijk om nadere stappen te ondernemen om de identiteit te achterhalen van de verantwoordelijke. Het Lycos-arrest van het Hof Amsterdam

53 Arrest van 24 juni 2004 van het Hof Amsterdam, rolnummer 1689/03 KG. Het Hof oordeelde dat hostingprovider Lycos de persoonsgegevens van een abonnee aan X. moest verstrekken. De abonnee had X. voor oplichter uitgemaakt op zijn website. Het Hof oordeelde dat het voldoende aannemelijk was dat de uiting onrechtmatig zou kunnen zijn en dat Lycos daarom onrechtmatig handelde door de persoonsgegevens van de abonnee niet te verstrekken. Eind 2005 verwierp de Hoge Raad het door Lycos ingestelde cassatieberoep, waardoor het arrest van het Hof definitief werd. De Hoge Raad merkte wel op dat het met die verwerping geen algemene regel wilde formuleren over een verplichting tot het verstrekken van persoonsgegevens aan derden, Hoge Raad der Nederlanden, 25 november 2005, LJN: AU4019, C04/234HR

kan de betrokkene een aanknopingspunt bieden om de provider aan te spreken als de verantwoordelijke voor een publicatie op internet zijn identiteit niet kenbaar maakt en daarmee onmiskenbaar in strijd handelt met artikel 33 en 34, tweede lid Wbp.

54 Overigens bleek in deze zaak dat de abonnee valse contactgegevens had opgegeven. Het Hof benadrukte dat er geen registratieplicht bestaat voor aanbieders van elektronische communicatiediensten. De verplichting tot het bekendmaken van een .nl adres biedt dan ook geen sluitende methode om de identiteit vast te stellen van een verantwoordelijke, maar maakt het wel makkelijker om – via de provider – de identiteit van een verantwoordelijke te achterhalen.

Voor privépersonen die geen Nederlands e-mailadres willen gebruiken, geldt de volledige informatieplicht om zowel een fysiek als een elektronisch contactadres bekend te maken.

Regeling
Richtsnoeren publicatie van persoonsgegevens op internet
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
11-12-2007
BWB-id
BWBR0033229
Versie
2007-12-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl