wetzoeker

2 — Inzage Richtsnoeren publicatie van persoonsgegevens op internet

Inzage

Bij publicaties op internet geldt dat de meeste verwerkingen openbaar en kosteloos toegankelijk zijn. De betrokkene hoeft zich daarom meestal niet eerst met een formeel inzageverzoek tot de verantwoordelijke te wenden alvorens een gericht verwijderings- of verbeteringsverzoek te kunnen sturen. Het inzagerecht is vooral van belang bij publicaties waarbij de toegang is afgeschermd. Een betrokkene kan in een dergelijk geval gebruik maken van het inzagerecht om erachter te komen of en zo ja welke gegevens er over hem in een afgeschermde publicatie zijn opgenomen.

Op grond van de informatieplicht uit de artikelen 33 en 34 Wbp dienen verantwoordelijken de betrokkenen voorafgaand aan de publicatie mee te delen welke soorten persoonsgegevens er over hen op welke wijze worden gepubliceerd en met welk doel. Het recht op inzage is onder meer van belang voor verantwoordelijken die zwarte lijsten hanteren. Veel populaire publicaties met reactiemogelijkheden of discussiefora bevatten gebruiksregels over toegestaan gedrag. Wie de regels herhaaldelijk of op ernstige wijze overtreedt, kan op een zwarte lijst komen van geblokkeerde IP-adressen en/of gebruikersnamen. De betrokkene heeft dan geen inzicht meer in de gegevens die van of over hem of haar worden gepubliceerd.

De betrokkene heeft het recht zich ‘vrijelijk’ (dus zonder nadere motivering) en ‘met redelijke tussenpozen’ tot de verantwoordelijke te wenden met een inzageverzoek.

82 Art. 35, eerste lid Wbp

Het verzoek om kennisneming mag echter niet ongericht zijn.

83 MvT, blz. 44

De verantwoordelijke moet binnen vier weken schriftelijk reageren. Dat mag ook elektronisch.

84 Kamerstukken II, nr. 8, blz. 27

Het CBP oordeelde in 2003

85 CBP, z2003-01617. URL: http://www.cbpweb.nl/documenten/med_uit_z2003- 1617.shtml

dat een ieder zonder voorbehoud het recht heeft kennis te nemen van de verwerking van zijn persoonsgegevens. Een bericht op grond van art. 35 Wbp moet een volledig en begrijpelijk overzicht zijn van de gegevens die over een betrokkene worden verwerkt. Het gaat daarbij niet om een beschrijving of samenvatting van de gegevens, maar om een volledige weergave. Als de gegevens onvolledig zijn, is de betrokkene immers onvoldoende in staat zijn rechten op grond van de Wbp te effectueren.

86 Deze interpretatie is medio 2007 bevestigd door de Hoge Raad in de uitspraken over de Dexiazaak, Hoge Raad, 29 juni 2007, LJN: AZ4663 en Hoge Raad, 29 juni 2007, LJN: AZ4664.

De verantwoordelijke mag bij zeer algemene verzoeken om inzage wel om precisering vragen, om een onevenredige administratieve inspanning te vermijden. De verantwoordelijke moet bovendien zorgen voor een ‘deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker’ (artikel 37 Wbp), bijvoorbeeld door een kopie te vragen van een identiteitsbewijs, om te voorkomen dat persoonsgegevens in verkeerde handen belanden. De verantwoordelijke mag voor een inzageverzoek maximaal 0,23 eurocent per pagina vragen, met een maximum van 4,50 euro.

87 Artikel 39 Wbp en het bijbehorende Besluit Kostenvergoeding rechten betrokkene Wbp van 13 juni 2001.

Deze vergoeding moet worden terugbetaald als de verantwoordelijke na de inzage een verbeterings-, verwijderings, aanvullings- of afschermingsverzoek moet honoreren.

Regeling
Richtsnoeren publicatie van persoonsgegevens op internet
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
11-12-2007
BWB-id
BWBR0033229
Versie
2007-12-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl