wetzoeker

2.1 — Specifieke zorgkosten van religieuzen Inkomstenbelasting, persoonsgebonden aftrek, uitgaven voor specifieke zorgkosten en scholingsuitgaven

Specifieke zorgkosten van religieuzen

Belastingplichtige, een gepensioneerd verpleegkundige, is lid van een religieuze orde. Zij heeft de gelofte van armoede afgelegd wat betekent dat alleen de orde kan beschikken over haar inkomen en vermogen. In enig jaar betaalt de orde voor behandelingen van belastingplichtige door tandarts en doktoren € 8.000. Kan belastingplichtige deze kosten als uitgaven voor specifieke zorgkosten in haar aangifte verwerken?

Nee. Omdat de orde de kosten heeft betaald, drukken deze niet op belastingplichtige.

Tegenover de verplichte besteding van de inkomsten van leden van religieuze orden staat doorgaans de plicht van de orde om te voorzien in de kosten van levensonderhoud van de leden. Voor zover de religieuze orde uitgaven doet voor een ordelid en deze uitgaven naar hun aard kwalificeren als uitgaven voor specifieke zorgkosten als bedoeld in artikel 6.17 van de Wet IB 2001, kan het ordelid deze uitgaven niet als zodanig in aanmerking nemen. Op grond van artikel 6.1, onderdeel a, van de Wet IB 2001 komen uitgaven voor specifieke zorgkosten immers slechts voor aftrek in aanmerking indien en voor zover zij op een belastingplichtige drukken. Dit betekent dat uitgaven voor rekening van belastingplichtige moeten komen. In deze situatie is daarvan geen sprake nu de orde de uitgaven voor haar rekening neemt.

Regeling
Inkomstenbelasting, persoonsgebonden aftrek, uitgaven voor specifieke zorgkosten en scholingsuitgaven
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
13-04-2013
BWB-id
BWBR0033228
Versie
2013-04-13_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl