wetzoeker

Besluit mandaat nautische rijkstaken Noordzeekanaalgebied 2013

Besluit van de Directeur-Generaal van Rijkswaterstaat en de Minister van Infrastructuur en Milieu houdende de verlening van mandaat voor het uitvoeren van de nautische rijkstaken in het Noordzeekanaalgebied aan de directeur van het openbaar lichaam Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied (Besluit mandaat nautische rijkstaken Noordzeekanaalgebied 2013)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-06-2013
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Staats- en bestuursrecht, Vervoersrecht
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0033217
Versie
2013-06-01_0
SHA-256 bron
de2926b66f3a52fd119f7fbda78bf2aa1b255fd9c833500fc80e24e761d8dcfe

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6

Artikel 1

1 De Directeur-Generaal Rijkswaterstaat verleent mandaat voor de nautische rijkstaken en bevoegdheden genoemd in artikel 3 aan de directeur van het Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied, voor zover deze worden uitgeoefend in het Noordzeekanaalgebied zoals genoemd in artikel 2 van dit besluit.

2 De mandatering laat onverlet dat de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat bevoegd blijft zelf te beslissen in de hieronder genoemde nautische aangelegenheden.

3 Aan de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat blijft voorbehouden het vaststellen van beleidsregels met betrekking tot de in artikel 3 genoemde bevoegdheden.

4 Onder ‘directeur van het openbaar lichaam Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied’ wordt tevens verstaan diens plaatsvervanger, voor zover deze als (onbezoldigd) rijksambtenaar van Rijkswaterstaat is aangesteld.

Artikel 2

Onder Noordzeekanaalgebied, mandaatgebied voor de rijkstaken, wordt verstaan:

1e het aanloopgebied IJmuiden gevormd door: het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied, begrensd door een lijn die loopt van de positie 52°27´.9 N 004°32´.1 E (referentiepunt), naar positie 52°16´.3N 004°26´1E, vandaar in een zeewaarts gerichte boog met een straal van 12 zeemijlen gerekend vanuit het referentiepunt naar positie 52 °39´.3 N 004°36´.9 E, vanuit de koppen van de havenhoofden te IJmuiden, inclusief de verlengde IJgeul en de huidige en toekomstige aangewezen ankergebieden 6 (A, B en C), 7 en 8 (ankergebied deels gelegen binnen de 12 mijlszone);

2e het Buitenhavencomplex van IJmuiden vanaf de koppen van de havenhoofden tot aan het sluizencomplex te IJmuiden, incl. Hoogovenbuitenhaven en Buitenspuikanaal, excl. Haven Seaport Marina, IJmondhaven, Haringhaven en Vissershaven;

3e het Noordzeesluizencomplex te IJmuiden, excl. het Gemaal en de Spuisluizen;

4e de Binnentoeleidingskanalen voor het Noordzeesluizencomplex te IJmuiden, met uitzondering van de loswallen 2 t/m 7;

5e de 1e, 2e, 3e Rijksbinnenhaven, het Binnenkanaal tot aan het eerste kunstwerk, alsmede het Binnenspuikanaal tot aan de pijlers van de voormalige baileybrug te IJmuiden;

6e de zijkanalen, vanaf het Noordzeekanaal tot de volgende begrenzing:

Zijkanaal A de vaarwegbegrenzing

Zijkanaal C de denkbeeldig doorgetrokken oeverlijn

Zijkanaal D de denkbeeldig doorgetrokken oeverlijn

Zijkanaal E de denkbeeldig doorgetrokken oeverlijn

Zijkanaal G tot aan de grens waterstaatkundig beheer

Zijkaneel H tot 100m achter de denkbeeldig doorgetrokken oeverlijn;

7e het Noordzeekanaal en het Afgesloten IJ, overal tussen de vaarwegbegrenzing tenzij anders genoemd, incl. “Kruithaven”: van km 0 tot de denkbeeldige lijn door de boeien IJ10 – IJ11 aansluitend op de grens van het waterstaatkundig beheer (positie boei IJ10: 52°22´97 N 004°55´91 E of X: 123.916 Y: 488.431); Positie boei IJ11: 52°22´90 N 004°55´90 E of X:123.924 Y: 488.307).

Artikel 3

Scheepvaartverkeerswet (Svw)

Het namens het bevoegd gezag zorg dragen voor vlotte, veilige en milieuverantwoorde afwikkeling van het scheepvaartverkeer.

Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer (BABS)

Het namens het bevoegd gezag uitoefenen van de bevoegdheden als bedoeld in het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer.

Binnenvaartpolitiereglement (BPR)

Het namens de bevoegde autoriteit BPR uitoefenen van de bevoegdheden.

Regeling vervoer gevaarlijke stoffen met zeeschepen (RVGZ)

Het namens de bevoegde plaatselijke autoriteit RVGZ uitoefenen van de bevoegdheden zoals aangegeven in het RVGZ.

Algemene wet besuursrecht (Awb)

Het namens het bevoegde gezag in spoedeisende gevallen opleggen van een last onder bestuursdwang zoals bedoeld in artikel 5:31 Awb.

Artikel 4

1 De directeur van het Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied neemt de instructies, aanwijzingen, en het beleid van de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat in acht;

2 In de ondertekening van besluiten die onder dit mandaat vallen, wordt tot uitdrukking gebracht dat het besluit wordt genomen namens de Minister van Infrastructuur en Milieu respectievelijk de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat;

3 Indien het uitoefenen van het mandaat concrete aangelegenheden of besluiten betreft die van politiek-bestuurlijke betekenis, of anderszins van bijzonder belang zijn, voert de directeur CNB vooraf met de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat overleg;

4 Elke 5 jaar, en eenmalig voor het eerst na twee jaar na vaststelling van dit besluit, vindt een evaluatie van het besluit plaats. Dit besluit wordt vijfjaarlijks geëvalueerd.

Artikel 5

Aan te wijzen als toezichthouders in het kader van de uitoefening van de bevoegdheden zoals vermeld in artikel 3, de nautische medewerkers die onder de verantwoordelijkheid van Havenmeester Amsterdam vallen, met uitzondering van hen die alleen administratieve werkzaamheden uitoefenen.

Artikel 6

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en werkt terug tot 1 april 2013.