wetzoeker

Besluit financiering politieke partijen

Besluit van 28 maart 2013, houdende regels met betrekking tot de werkwijze van de Commissie toezicht financien politieke partijen (Besluit financiering politieke partijen)

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2023
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0033216
Versie
2023-01-01_0
SHA-256 bron
f1922a7da38713cf29a5e7bad575c02f686e9103311121eec80504a23beb5a10

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. wet: Wet financiering politieke partijen;

b. commissie: Commissie toezicht financiën politieke partijen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de wet.

Artikel 2

1 De leden van de commissie kiezen uit hun midden een voorzitter.

2 De commissie heeft een secretaris.

3 De secretaris is voor zijn werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de commissie.

4 Aan de secretaris kunnen andere medewerkers worden toegevoegd.

5 De secretaris en de andere medewerkers zijn geen lid van de commissie.

6 Onze Minister wijst, na overleg met de voorzitter van de commissie, de secretaris en de andere medewerkers aan uit de ambtenaren die werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze ambtenaren zijn niet betrokken bij de voorbereiding van de besluitvorming door Onze Minister ten aanzien van de toepassing van de artikelen 5, derde lid, 25, vijfde lid, tweede volzin, 25a, derde lid, 28, derde lid, derde volzin, 28a, derde lid, derde volzin, 29, vierde lid, derde volzin, 30, vijfde lid, derde volzin, 32, vierde lid, derde volzin en 37, eerste lid, van de wet.

Artikel 3

1 De commissie brengt na ontvangst van een voorgenomen besluit ten aanzien van de artikelen 5, derde lid, 25, vijfde lid, tweede volzin, 25a, derde lid, 30, vijfde lid, derde volzin, en 37, eerste lid, van de wet binnen zes weken schriftelijk advies uit aan Onze Minister. De commissie kan de termijn, bedoeld in de eerste volzin, met ten hoogste twee weken verlengen.

2 De commissie brengt na ontvangst van een voorgenomen besluit ten aanzien van de artikelen 28, derde lid, derde volzin, 29, vierde lid, derde volzin, en 32, vierde lid, derde volzin, van de wet zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op de negende dag voor de dag van de stemming, schriftelijk advies uit aan Onze Minister.

3 De commissie brengt na ontvangst van een voorgenomen besluit ten aanzien van artikel 28a, derde lid, derde volzin, van de wet zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes weken na de dag van de stemming, schriftelijk advies uit aan Onze Minister.

4 Het advies van de commissie wordt met redenen omkleed.

Artikel 4

Indien de commissie het voornemen heeft een advies uit te brengen als bedoeld in artikel 35, vierde lid, van de wet, stelt zij Onze Minister daarvan onverwijld in kennis.

Artikel 5

De archiefbescheiden van de commissie vallen onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet financiering politieke partijen in werking treedt.

Artikel 7

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit financiering politieke partijen.