wetzoeker

IV — Het belang van actieve openbaarmaking CBP Richtsnoeren

Het belang van actieve openbaarmaking

Sinds de eeuwwisseling is het beleid van de overheid sterk gericht op een optimaal gebruik van de mogelijkheden die artikel 8 van de Wob biedt. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gewezen op de beleidslijn ‘Naar optimale beschikbaarheid van overheidsinformatie’ van 20 april 2000

8 TK 1999–2000, 26 387, nr. 7.

, waarin wordt aangegeven dat zowel de zogenaamde basisinformatie van de democratische rechtsstaat als informatie die op grond van de Wob behoort te worden verstrekt, zo veel mogelijk toegankelijk moet worden gemaakt. De beleidslijn vormt een uitvloeisel van het Aktieprogramma Elektronische overheid

9 TK 1998–1999, 26 387, nr. 1.

, waarin een betere toegang tot overheidsinformatie centraal staat. In dat verband is ook de Wet elektronische bekendmaking, die naar verwachting op 1 juli 2009 in werking treedt

10 TK 2008–2009, 31 084, nr. 11.

, het vermelden waard.

In de rechtspraak zijn de volgende, hier relevante, uitgangspunten van de Wob ontwikkeld:

– openbaarheid is hoofdregel;

– het belang van degene die om de openbaarheid vraagt speelt geen rol;

– openbaar voor de één betekent openbaar voor een ieder, en

– eens openbaar, altijd openbaar.

Het eerste uitgangspunt van de Wob is verwoord in artikel 2 van die wet. Informatie over het handelen van de overheid is openbaar, tenzij er redenen zijn om informatie niet openbaar te maken. De Wob geeft daarmee uitvoering aan artikel 110 van de Grondwet.

Ten aanzien van het tweede uitgangspunt overwoog de Afdeling herhaaldelijk:

‘Vooropgesteld wordt dat het recht op openbaarmaking op grond van de Wob uitsluitend het publieke belang van een goede en democratische bestuursvoering dient, welk belang de Wob vooronderstelt. Daarom kan ten aanzien van de openbaarmaking geen onderscheid worden gemaakt naar gelang de persoon of de oogmerken van de verzoeker.’

11 Bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 20 december 2006 in zaak no. 200605082/1, www.raadvanstate.nl.

Niet vereist is dan ook dat bij een verzoek om openbaarheid aangegeven wordt waarom men over de verzochte informatie wenst te beschikken. Het recht op openbaarmaking komt iedere burger voorts in gelijke mate toe. Tot slot kan worden gesteld dat wanneer informatie eenmaal openbaar is gemaakt, deze daarna altijd openbaar is. Hiervoor maakt het geen verschil of die informatie in eerdere instantie op verzoek is verstrekt dan wel uit eigen beweging door het bestuursorgaan openbaar is gemaakt.

Regeling
CBP Richtsnoeren
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
28-08-2009
BWB-id
BWBR0033173
Versie
2009-08-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl