wetzoeker

(2) — Combinatieovereenkomsten die onder artikel 6, eerste lid, van de wet vallen vanwege hun strekking Beleidsregels combinatieovereenkomsten 2013

Combinatieovereenkomsten die onder artikel 6, eerste lid, van de wet vallen vanwege hun strekking

39. Combinatieovereenkomsten vallen onder artikel 6, eerste lid, van de wet indien zij ertoe strekken de concurrentie te beperken. Hiervan is sprake bij die beperkingen die naar hun aard de mededinging kunnen beperken. Dit zijn beperkingen die een zodanig groot potentieel hebben om negatief uit te werken op de mededinging dat het niet noodzakelijk is, met het oog op de toepassing van het kartelverbod, eventuele daadwerkelijke mededingingsbeperkende gevolgen van een combinatieovereenkomst op een markt te onderzoeken

27 Richtsnoeren 2004/C 101/08, randnr. 21; Richtsnoeren 2011/C 11/01, randnrs. 24 en 25.

Restricties met mededingingbeperkende strekking zoals prijsafspraken en marktverdeling, beperken de productie en zorgen voor prijsstijgingen, hetgeen resulteert in een misallocatie van middelen, omdat door afnemers gevraagde goederen en diensten niet worden geproduceerd. Zij resulteren ook in verminderde welvaart van de gebruikers, omdat gebruikers voor de betrokken goederen en diensten hogere prijzen moeten betalen.

28 Richtsnoeren 2004/C 101/08, randnr. 21.

40. Om te beoordelen of een combinatieovereenkomst de strekking heeft de mededinging te beperken moet worden onderzocht of zij gelet op haar inhoud en doelstelling en rekening houdend met de wettelijke en economische context, geschikt is de concurrentie te beperken.

29 HvJ EG 4 juni 2009, zaak C-8/08 T-Mobile Netherlands BV t. NMa, Jur. 2009; vgl. Richtsnoeren 2004/C 101/08, randnr. 22–23, en Richtsnoeren 2011/C 11/01, randnrs. 24–25.

41. Verboden combinatieovereenkomsten kunnen betrekking hebben op één opdracht. Gedacht kan worden aan het geval waarin alle ondernemingen die een bepaalde opdracht zelfstandig kunnen uitvoeren één combinatie vormen met de bedoeling voor het desbetreffende werk de concurrentie uit te schakelen. Een ander voorbeeld is de situatie waarin slechts één partij bij een combinatie de gehele opdracht uitvoert en de andere partij in feite slechts pro forma aan de combinatie deelneemt. In dit soort gevallen is combinatievorming een dekmantel voor verboden afspraken (‘pseudo-combinatieovereenkomst’).

30 Vgl. Richtsnoeren 2011/C 11/01, randnr. 128.

42. Verboden combinatieovereenkomsten kunnen ook betrekking hebben op verschillende werken. Een voorbeeld is de situatie waarin ondernemingen afspreken voor een onbepaald aantal toekomstige opdrachten telkens bij elkaar na te gaan, of zij gezamenlijk willen inschrijven. Die combinatieovereenkomsten maken dan in feite deel uit van een bredere samenwerking en coördinatie van marktactiviteiten tussen ondernemingen met de bedoeling prijzen af te spreken, opdrachten te verdelen, markten af te schermen of concurrenten te verdringen.

Regeling
Beleidsregels combinatieovereenkomsten 2013
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
06-04-2013
BWB-id
BWBR0033160
Versie
2013-04-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl