wetzoeker

4.2 — Beginselen voor de beoordeling van combinatieovereenkomsten Beleidsregels combinatieovereenkomsten 2013

Beginselen voor de beoordeling van combinatieovereenkomsten

33. Onder randnummer 17 van deze beleidsregels is opgemerkt dat onder andere de Richtsnoeren 2011/C 11/01 betreffende horizontale samenwerkingsovereenkomsten, in samenhang met de algemene Richtsnoeren 2004/C 101/08, houvast bieden bij de interpretatie van het kartelverbod van artikel 6, eerste lid, van de wet, ook waar het combinatieovereenkomsten betreft. De Richtsnoeren 2011/C 11/01 hebben tot doel een analytisch kader te bieden voor de meest gangbare vormen van horizontale samenwerking.

16 Richtsnoeren 2011/C 11/01, randnummer 5–7.

Weliswaar worden combinatieovereenkomsten in die richtsnoeren niet genoemd, maar zij worden meestal aangegaan door ondernemingen op hetzelfde niveau in de bedrijfskolom en hebben over het algemeen dus een horizontaal karakter. Naast aspecten van productieovereenkomsten

17 Idem, randnummer 150.

, zoals het gezamenlijk produceren van een eindproduct, bevatten combinatieovereenkomsten ook aspecten van commercialiseringovereenkomsten. Dit zijn overeenkomsten die betrekking hebben op de samenwerking tussen concurrenten bij de verkoop, de distributie of de afzetbevordering voor hun producten.

18 Idem, randnummer 225.

Bij de beoordeling van combinatieovereenkomsten zijn al die aspecten van belang.

34. Volgens de Richtsnoeren 2011/C 11/01 kan horizontale samenwerking leiden tot beperking van de mededinging. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer partijen overeenkomen bij een samenwerking prijzen of productiehoeveelheden vast te stellen of markten te verdelen. Ook is dit het geval wanneer de samenwerking partijen in staat stelt marktmacht te behouden, te verwerven of te vergroten en zo aanleiding geeft tot negatieve markteffecten met betrekking tot prijzen, productie, innovatie of de diversiteit en kwaliteit van producten.

19 Idem, randnummer 3.

35. Aan de andere kant kan horizontale samenwerking aanzienlijke economische voordelen opleveren. Zo kan samenwerking een middel zijn om risico’s te delen, kosten te besparen, knowhow gezamenlijk te benutten en sneller te innoveren. In het bijzonder voor kleine en middelgrote ondernemingen is samenwerking een belangrijk middel om zich aan veranderende marktomstandigheden aan te kunnen passen.

20 Idem, randnummer 2.

36. Uit horizontale samenwerking kunnen dus voordelen voortvloeien, maar er moet wel op worden toegezien dat daadwerkelijke mededinging wordt gehandhaafd.

21 Idem, randnummer 4.

Economische criteria, zoals de marktmacht van de partijen en andere factoren in verband met de marktstructuur, vormen een sleutelelement voor de beoordeling van de gevolgen die een samenwerking waarschijnlijk voor de markt zal hebben, en derhalve voor de beoordeling ervan op grond van artikel 101 van het VWEU. Wegens de grote diversiteit aan types en combinaties van horizontale samenwerking en aan marktomstandigheden waarin deze functioneren, is het onmogelijk specifieke antwoorden te formuleren voor alle mogelijke scenario’s. Het onderhavige analytische kader op grond van economische criteria zal ondernemingen niettemin een houvast bieden bij de beoordeling van de verenigbaarheid van een bepaalde samenwerkingsovereenkomst met artikel 101 van het VWEU.

22 Idem, randnummer 7.

Regeling
Beleidsregels combinatieovereenkomsten 2013
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
06-04-2013
BWB-id
BWBR0033160
Versie
2013-04-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl