wetzoeker

2.1 — Behoefte aan duidelijkheid met betrekking tot combinatieovereenkomsten Beleidsregels combinatieovereenkomsten 2013

Behoefte aan duidelijkheid met betrekking tot combinatieovereenkomsten

4. Artikel 6, eerste lid, van de wet houdt een verbod in van mededingingsafspraken. Artikel 6, derde lid, van de wet stelt afspraken vrij van het kartelverbod van het eerste lid van dat artikel, mits aan een viertal voorwaarden wordt voldaan. Daarnaast biedt artikel 15 van de wet de mogelijkheid voor een bepaalde categorie mededingingsafspraken bij algemene maatregel van bestuur een vrijstellingsbesluit vast te stellen.

5. Op grond van artikel 15 van de wet is het Besluit vrijstelling combinatieovereenkomsten vastgesteld dat elf jaar van kracht is geweest.

4 Het Besluit vrijstelling combinatieovereenkomsten is met ingang van 1 januari 1998 voor tien jaar vastgesteld (Stb. 1997, 592) en daarna met één jaar verlengd (Stb. 2007, 417).

De bedoeling van dit besluit was meer duidelijkheid en zekerheid te bieden in welke gevallen combinatieovereenkomsten wel of niet zijn toegestaan.

6. In 2002 had de Parlementaire Enquête Commissie Bouwnijverheid de aanbeveling gedaan de gronden voor toepassing van het vrijstellingsbesluit ondubbelzinnig te formuleren, omdat combinaties vaker voorkomen dan geoorloofd. Dat vond ook CAP Analysis in zijn rapport van begin 2002 waarin het bovendien stelde dat combinaties de kans op kartelvorming vergroten. De Stichting Economisch Onderzoek (SEO) was in haar rapport van eind 2004 weliswaar van mening dat combinatievorming niet vaker voorkomt dan beoogd, maar ook zij vond nadere invulling van de criteria van het vrijstellingsbesluit essentieel omdat die onvoldoende duidelijkheid bieden. Ten slotte gaf ook de raad van bestuur van de toenmalige Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: NMa) in zijn advies van 30 mei 2007 aan dat de eenvoudige criteria uit het Besluit vrijstelling combinatieovereenkomsten tekort schieten. Hierdoor dachten ondernemingen vaak ten onrechte dat verboden combinaties zijn vrijgesteld.

7. Een belangrijke conclusie van de NMa was ook dat voor de beoordeling van combinatieovereenkomsten niet volstaan kan worden met een beperkt aantal vaste criteria of snel en eenvoudig toepasbare vuistregels. Daarvoor is dat oordeel te zeer afhankelijk van specifieke omstandigheden die per geval verschillen. Het risico van enkele eenvoudige vuistregels in een vrijstellingsbesluit is dat ook combinatieovereenkomsten worden vrijgesteld die wel een gevaar voor de concurrentie opleveren.

8. Op grond van deze overwegingen is het Besluit vrijstelling combinatieovereenkomsten met ingang van 1 januari 2009 niet gecontinueerd. Het vervallen van het vrijstellingsbesluit betekent echter geenszins dat combinatieovereenkomsten verboden zijn. Om te beginnen vallen combinatieovereenkomsten vaak helemaal niet onder de overeenkomsten of onderling afgestemde gedragingen bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet en zijn dan uiteraard toegestaan. Vallen zij in beginsel wel onder de reikwijdte van het verbod van artikel 6, eerste lid, van de wet, dan zijn zij daarvan toch uitgezonderd, indien zij voldoen aan de voorwaarden van artikel 7 of van artikel 6, derde lid, van de wet.

Regeling
Beleidsregels combinatieovereenkomsten 2013
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
06-04-2013
BWB-id
BWBR0033160
Versie
2013-04-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl