4.2 — Bijzondere bepalingen voor militairen Aanwijzing opsporing en behandeling militaire zaken
Bijzondere bepalingen voor militairen
a. Ten aanzien van overtredingen van de Opiumwet door militairen wordt uitgegaan van een algeheel ‘niet-gedogen’ en een zwaardere strafmaat bij ‘militaire omstandigheden’. Dit wordt ingegeven door het zero tolerance beleid bij Defensie ten aanzien van drugs.
10 Zie de brief van de Staatssecretaris van Defensie aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 16 april 1997 (TK 25 000 X, nr. 72); het drugsbeleid van Defensie is thans verwoord in een aanwijzing van de Secretaris-generaal van 28 maart 2007, Aanwijzing SG nr. A/925, inzake Uitvoering drugsbeleid Defensie.
b. In het kader van het verstrekken van justitiële en strafvorderlijke informatie in militaire zaken, vervult het bureau verbindingsofficier krijgsmacht bij het arrondissementsparket Oost-Nederland een instrumentele rol. Dit bureau treedt op als intermediair tussen het openbaar ministerie en Defensie en zal in voorkomend geval namens de hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket Oost-Nederland justitiële en strafvorderlijke informatie aan Defensie verstrekken.
Zoals gezegd dient, ook indien militairen vervolgd worden door zorg van een ander parket dan het arrondissementsparket Oost-Nederland, de behandelend officier van justitie actief contact te zoeken met het bureau verbindingsofficier krijgsmacht. Dit om te bezien of er vanuit Defensie behoefte bestaat om justitiële en strafvorderlijke informatie in die zaak te vernemen. Over het conform de aanwijzing verkrijgen van toestemming van de Helpdesk Privacy van het Parket Generaal om justitiële en strafvorderlijke informatie te verstrekken, en het daadwerkelijk verstrekken daarvan aan Defensie, dienen de behandelend officier van justitie en het bureau verbindingsofficier krijgsmacht in voorkomend geval detailafspraken te maken.
Van het uitgangspunt, zoals geformuleerd in de Aanwijzing justitiële en strafvorderlijke informatie aan derden, kan ten aanzien van Defensie worden afgeweken indien nog geen vervolgingsbeslissing is genomen, terwijl blijkt:
a. uit feiten of omstandigheden dat de militair een gevaar voor zichzelf of anderen vormt, of
b. uit feiten of omstandigheden dat de militair verdacht wordt van een strafbaar feit dat aangemerkt kan worden als ontslagwaardig wangedrag en tevens dat de militair uitgezonden zal worden in het kader van vredesbewarende of vredesafdwingende operaties voordat een vervolgingsbeslissing te verwachten is.
c. De Aanwijzing aangiften van in het buitenland gepleegde strafbare feiten is niet van toepassing indien de verdachte een militair is. Dit omdat Nederland op grond van artikel 4 Wms ook rechtsmacht heeft indien een militair in het buitenland strafbare feiten pleegt.
d. De Aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor is voor militairen nader uitgewerkt in de Brief ‘Rechtsbijstand verhoor militairen’
11 Brief van het College van procureurs-generaal van 3 mei 2011, nr. PaG/B&S/15709, aan de hoofdofficier van Justitie van het arrondissementsparket Oost-Nederland.
.
e. Van rij- en vaarbewijzen en bewijzen van bevoegdheid in het kader van de Wet luchtvaart bestaan zowel civiele als militaire varianten. Invordering van het civiele bewijs, dan wel een ontzegging van de bevoegdheid om voer- en (lucht)vaartuigen te besturen, heeft tot gevolg dat ook het besturen van een voer- of (lucht)vaartuig op basis van het militaire bewijs niet toegestaan is. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken indien de zogenaamde militaire clausule wordt toegepast. Het toepassen van de militaire clausule betekent dat expliciet, en dus bij wijze van uitzondering op de hoofdregel, de militair in kwestie wel mag blijven beschikken over zijn militaire bewijs en op grond daarvan voertuigen kan blijven besturen. Dit is een bevoegdheid van:
a. de officier van justitie zodra en zolang het civiele bewijs door hem is ingevorderd;
b. de raadkamer indien wordt besloten op een bezwaarschrift tegen de inhouding van het civiele rijbewijs;
c. de strafrechter indien hij een ontzegging van de bevoegdheid om voer- en (lucht)vaartuigen te besturen wenst op te leggen.
Toepassing van de militaire clausule kan verzocht worden door de verdachte, diens commandant of – indien de zaak aan de strafrechter voorgelegd wordt – de officier van justitie. De militaire clausule kan algemeen gelden of in specifieke gevallen. Een voorbeeld van dat laatste is dat een aan te wijzen commandant vooraf voor iedere rit schriftelijk toestemming moet geven. Vanwege het feit dat tot een invordering van het rijbewijs of een ontzegging van de rijbevoegdheid wordt overgegaan bij ernstigere verkeersovertredingen, zal in veel gevallen een specifieke militaire clausule de voorkeur genieten. Een voorbeeld van een geval waarin een algemene militaire clausule meer in de rede ligt, betreft het geval waarin de militair operationeel ingezet wordt zoals in het kader van een uitzending. Het specifiek vooraf voor elke rit toestemming geven is dan moeilijk te verenigen met de operationele omstandigheden.
- Regeling
- Aanwijzing opsporing en behandeling militaire zaken
- Soort
- Beleidsregel
- Geldend vanaf
- 01-04-2013
- BWB-id
- BWBR0033103
- Versie
- 2013-04-01_0