wetzoeker

Artikel 8 Wet financiering politieke partijen

De subsidie

1 De subsidie bedraagt ten hoogste de som van de volgende bedragen:

a. een basisbedrag van € 275.925, per kamerzetel van de politieke partij een bedrag van € 82.883 en per lid van de politieke partij een bedrag dat gelijk is aan € 3.074.142 gedeeld door het totale aantal leden van de politieke partijen die op de peildatum subsidie ontvangen;

b. indien de politieke partij op de peildatum een politiek-wetenschappelijk instituut heeft aangewezen als neveninstelling als bedoeld in artikel 2, een basisbedrag van € 201.008 en een bedrag van € 20.825 per kamerzetel van de politieke partij;

c. indien de politieke partij op de peildatum een politieke jongerenorganisatie heeft aangewezen als neveninstelling als bedoeld in artikel 3, een basisbedrag dat gelijk is aan € 360.675 gedeeld door het aantal politieke jongerenorganisaties die op de peildatum in aanmerking komen voor subsidie, een bedrag per kamerzetel van de politieke partij dat gelijk is aan € 1.172.193 gedeeld door het totale aantal kamerzetels van de politieke partijen die op de peildatum een politieke jongerenorganisatie hebben aangewezen en een bedrag per lid van de politieke jongerenorganisatie dat gelijk is aan € 270.507 gedeeld door het totale aantal leden van alle aangewezen politieke jongerenorganisaties;

d. indien de politieke partij op de peildatum een instelling voor buitenlandse activiteiten heeft aangewezen als neveninstelling als bedoeld in artikel 4, een basisbedrag en een bedrag per kamerzetel van de politieke partij, berekend overeenkomstig het derde lid.

2 Het basisbedrag, bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt berekend door € 762.448 te delen door het totale aantal politieke partijen dat op de peildatum een instelling voor buitenlandse activiteiten heeft aangewezen. Het bedrag per kamerzetel, bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt berekend door € 1.097.181 te delen door het totale aantal kamerzetels van de politieke partijen die op de peildatum een instelling voor buitenlandse activiteiten hebben aangewezen.

3 Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt voor de vaststelling van het aantal kamerzetels van een politieke partij, het aantal leden van een politieke partij en het aantal leden van een politieke jongerenorganisatie uitgegaan van de peildatum.

4 De bedragen, genoemd in het eerste en tweede lid, worden jaarlijks met ingang van 1 januari bij ministeriële regeling gewijzigd, overeenkomstig de voor de rijksbegroting gehanteerde loon- en prijsbijstelling en afgerond op het naastbij gelegen gehele getal.

Regeling
Wet financiering politieke partijen
Soort
Wet
Geldend vanaf
06-06-2026
BWB-id
BWBR0033004
Versie
2026-06-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl