wetzoeker

Professioneel gedrag Regeling eindtermen en toetstermen examens financiële dienstverlening Wft

Vaardigheden

Vaardigheid (V) De kandidaat kan | Norm/Resultaat/Prestatie-indicator | Toelichting op vaktechnische of communicatieve aspecten van de vaardigheid of omstandigheden rond de vaardigheid

Eindterm 4a De persoon beschikt over het vermogen om de volgende dilemma’s op het gebied van integer handelen in de uitoefening van zijn beroep te analyseren en bespreekbaar te maken, alsmede de keuzes af te wegen en te verantwoorden: • fraudesignalen onderkennen en daarop handelen; • integer omgaan met de klantgegevens; • doorverwijzen; • verschillende belangen in kaart brengen; • morele aspecten en verantwoordelijkheid uitleggen.

4a.1 Fraudesignalen onderkennen en daarop handelen. | De kandidaat kan de acties die vereist zijn bij het constateren van fraude omschrijven. Geeft op adequate wijze opvolging aan een fraudesignaal. | Bijvoorbeeld dilemma als financiële dienstverlener die bemiddelt merkt dat de aanvraag niet strookt met de waarheid.

4a.2 Integer omgaan met de klantgegevens. | De kandidaat gaat integer met de klantgegevens om. Respecteert privacy.

4a.3 Doorverwijzen naar de juiste persoon. | De kandidaat onderkent tijdig tekortkomingen bij zichzelf op het gebied van deskundigheid. De kandidaat kent de grenzen van zijn kennen en kunnen en verwijst door als bepaalde vraagstukken beter beantwoord kunnen worden door anderen, zowel collega’s als derden.

4a.4 De verschillende belangen in kaart brengen. | De kandidaat brengt de belangen van de klant en de financiële instellingen bij de te maken keuzes duidelijk in kaart. De kandidaat kan het belang en de positie van bijvoorbeeld klant, bedrijf en aanbieder onderscheiden en analyseert de mogelijke dilemma’s die kunnen ontstaan ingeval tegengestelde belangen. Onderkent mogelijke belangenverstrengeling (adviseur versus accountant). De kandidaat kan ook met de verschillende actoren over de dilemma’s mondeling en schriftelijk communiceren. De kandidaat houdt rekening met de belangen van de klant. | Betreft de belangen van aanbieders, adviseurs, bemiddelaars, werknemers, werkgevers, deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraak- of pensioengerechtigden, directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) en partners van DGA’s, op alle aspecten van het pensioenadvies.

4a.5 Morele aspecten en verantwoordelijkheid uitleggen. | De kandidaat legt de morele aspecten en morele verantwoordelijkheid binnen het adviestraject duidelijk en expliciet uit. De kandidaat kan de gemaakte keuzen bij bijvoorbeeld de geadviseerde producten verantwoorden. De kandidaat kan de spanningsvelden binnen het adviestraject en de gevolgen daarvan herkennen en benoemen. | Naast diversiteit van de producten zelf is er een combinatie mogelijk van al deze producten bij verschillende productaanbieders. Dat vraagt om uitgebreide kennis van deze range van producten en dan niet alleen de productspecificaties, maar ook de kostenstructuur en het verdienmodel. De kandidaat moet voor- en nadelen van product of advies onderkennen, alternatieve producten of adviezen meewegen, belangen belanghebbenden – o.a. werkgevers/werknemers, aanbieders, bemiddelaars, adviseurs – afwegen. Betreft ook relatiegeschenken, incentives, commerciële doelstellingen, verstrengeling privébelangen en voorwetenschap.

Regeling
Regeling eindtermen en toetstermen examens financiële dienstverlening Wft
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-04-2026
BWB-id
BWBR0032957
Versie
2026-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl