Taak 4 — Beheren en actueel houden van het advies Regeling eindtermen en toetstermen examens financiële dienstverlening Wft
Beheren en actueel houden van het advies
Vaardigheden
Vaardigheid (V) De kandidaat kan: | Norm/resultaat/prestatie-indicator | Toelichting op vaktechnische of communicatieve aspecten van de vaardigheid of omstandigheid rond de vaardigheid
Eindterm 2j De persoon beschikt over het vermogen om in het beheertraject voor de werkgever, deelnemer, gewezen deelnemer, andere aanspraak- en pensioengerechtigde: • de financiële informatiestromen te controleren en de implementatie van het pensioencontract correct uit te voeren; • wijziging of -beëindiging van een pensioenvoorziening te begeleiden.
2j.1 De financiële informatiestromen tussen werkgever en pensioenuitvoerder (nota’s rekening courant) controleren. | Is alert op fouten en onvolkomenheden; is precies. | De ‘operational excellence’ is in de praktijk niet 100%
2j.2 Juridische en financiële stukken controleren en indien nodig (laten) corrigeren. | De kandidaat beoordeelt of de juridische en financiële stukken die vanuit de regels van de Pensioenwet (Pw) moeten worden opgeleverd voldoen aan de wet, consistent zijn en overeenstemmen met de afspraken met de werkgever, zoals de uitvoeringsovereenkomst, pensioenovereenkomst, pensioenoverzicht, polis, rekening courant en pensioenreglement.
2j.3 De kritische punten in het pensioencontract vaststellen. | Zorgt ervoor dat de kritische punten worden herkend en onderschreven door de opdrachtgever. | Verschillende pensioencontracten in verschillende bedrijven en sectoren.
2j.4 De pensioenvoorziening implementeren en uitvoeren. | De kandidaat geeft voorlichting aan belanghebbende. Lost eventuele knelpunten op.
2j.5 Een wijziging van de pensioenvoorziening begeleiden. | Verstrekt mondeling en schriftelijk begrijpelijke en juiste informatie naar belanghebbenden. Past het advies aan op basis van (relevante) wetswijzigingen of wijziging in de omstandigheden van de klant zoals: – start en einde dienstbetrekking; – overlijden; – arbeidsongeschiktheid; – pensionering/eerder stoppen met werken; – studerende kinderen – (mogelijk) faillissement. Stelt samen met de werkgever de uitgangspunten vast voor compensatie van deelnemers indien de gewijzigde pensioenvoorziening een verslechtering inhoudt. | In de verschillende fasen van de levensloop van de klant kunnen verwachte en onverwachte gebeurtenissen plaats vinden. Deze gebeurtenissen moeten vertaald worden naar een aanpassing of beëindiging van de lopende overeenkomst. Indien nodig dient een nieuwe oplossing geadviseerd te worden. Ten aanzien van de werkgever: kandidaat brengt in relatie tot de Pensioenwet (Pw), het BW, de WOR en de fiscale wetgeving een wijziging van de pensioenvoorziening tot een succes. Beoordeelt wat de financiële consequenties zijn voor de werkgever van de wijziging en van de eventuele compensatie van deelnemers. Ten aanzien van de deelnemer, gewezen deelnemer, andere aanspraak- of pensioengerechtigde: beoordeelt wat de consequenties zijn van de wijziging.
Competenties
Competentie (C) De kandidaat kan: | Context | Kritische kenmerken van de situatie | Waardering door de kandidaat
Eindterm 3f De persoon demonstreert en/of bewijst dat hij het beheer met betrekking tot pensioenvoorzieningen voor werkgevers met ondernemingen van diverse omvang en complexiteit ten behoeve van diens deelnemer, gewezen deelnemer, andere aanspraak- of pensioengerechtigde zelfstandig, passend en correct kan uitvoeren In dit beheertraject kunnen zich in ieder geval de volgende zaken voordoen met betrekking tot natuurlijke en/of rechtspersonen: 1. start en einde dienstbetrekking; 2. overlijden; 3. arbeidsongeschiktheid; 4. echtscheiding of ontbinding partnerregelingen; 5. pensioenrichtleeftijd respectievelijk pensioeningangsdatum; 6. verwachtingen ten aanzien van pensioen; 7. wijziging, beëindiging of revisie van een pensioencontract; 8. collectieve waardeoverdracht; 9. prognosticeren van toekomstige pensioenlasten; 10. versobering of uitbreiding van de pensioenregeling; 11. faillissement of mogelijkheid daartoe; 12. vastgestelde en/of variabele pensioenuitkering.
3f.1 Individuele en/of collectieve waardeoverdracht begeleiden. | Tijdens lopende pensioenvoorziening. | De kandidaat legt de rechten en plichten aan de belanghebbenden (individu of groep) begrijpelijk uit. Bespreekt de risico’s van de pensioenvoorziening in dit verband. Voldoet aan zorgplicht en is alert op mogelijke belangentegenstellingen tussen werkgever en werknemer. | Wat is mijn rol bij knelpunten? Welke belangen spelen er?
3f.2 De pensioenvoorziening tijdens en/of einde looptijd beoordelen. | Diverse situaties: einde contractuele looptijd, tegenvallende financiële resultaten van de werkgever, te dure pensioenvoorziening, relevante wijziging van de wet- en regelgeving. | De kandidaat voldoet aan zorgplicht naar alle belanghebbenden. Zorgt dat advies passend is/blijft. Inventariseert zorgvuldig de knelpunten en afwijkingen van het lopende contract. Start bij einde looptijd het adviestraject van voren af aan, doorloopt voor zover relevant alle stappen opnieuw.
3f.3 Handelen in geval van (onverwachte) gebeurtenissen. | | Kandidaat handelt op de juiste wijze ingeval van een onverwachte gebeurtenis, zoals overlijden, arbeidsongeschiktheid, echtscheiding etc. van deelnemer aan pensioenvoorziening. Kandidaat berekent aanspraken correct. Kandidaat beoordeelt of risicoprofiel opnieuw moet worden vastgesteld. | Hoe ga ik nu om met de bestaande pensioenvoorziening? Wat is nu mijn positie en welk gedrag hoort hierbij?
3f.4 Voert beleid m.b.t. verschil in nazorg, beheer van een pensioenvoorziening via een algemeen pensioenfonds (apf) of vrijwillige aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds. | Een algemeen pensioenfonds of een bedrijfstakpensioenfonds, waarbij vrijwillig is aangesloten, kan in onderdekking verkeren. Dit kan gevolgen hebben voor de aansluiting. Biedt de uitvoeringsovereenkomst mogelijkheden voor de werkgever om maatregelen te nemen.
Eindterm 3g De persoon demonstreert en/of bewijst dat hij voor de directeur-grootaandeelhouder het beheer met betrekking tot zijn eigen pensioenverzekeringen zelfstandig, correct en passend kan uitvoeren, in ten minste de volgende situaties. 1. overlijden; 2. arbeidsongeschiktheid; 3. echtscheiding of ontbinding partnerregelingen; 4. pensioenrichtleeftijd respectievelijk pensioeningangsdatum; 5. verwachtingen ten aanzien van pensioen (onder meer Wet uitfasering PEB); en 6. faillissement of de mogelijkheid daartoe.
3g.1 Handelen in geval van pensionering en/of overlijden en/of arbeidsongeschiktheid en/of echtscheiding van de DGA en/of zijn partner. | Belicht voorval vanuit de positie eigen beheer (premievrije aanspraak of oudedagsverplichting), afkoop, pensioenverzekeringen of combinatie van producten. | Tekortschietende reserveringen, slechte financiële resultaten en positie van de vennootschap die zelfs kunnen leiden tot faillissement van de rechtspersoon. Complexe financieringsvraagstukken onderkennen. Benoemt successievraagstukken. Relatieproblemen hanteren, slechtnieuws gesprekken kunnen voeren. Aspecten van integer en professioneel handelen, echtscheiding: belang van DGA versus belang partner. | Wat is nu mijn positie en welk gedrag hoort hierbij?
- Regeling
- Regeling eindtermen en toetstermen examens financiële dienstverlening Wft
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-04-2026
- BWB-id
- BWBR0032957
- Versie
- 2026-04-01_0