wetzoeker

Algemene kennis en vaardigheden Regeling eindtermen en toetstermen examens financiële dienstverlening Wft

Kennis

Nummer toetsterm | Omschrijving toetsterm | Kennisniveau

Eindterm 1a De persoon baseert zijn werkzaamheden op de actuele kennis van de relevante wet- en regelgeving en de van toepassing zijnde richtlijnen en gedragscodes (zelfregulering).

1a.1 | De kandidaat kan de fiscale gevolgen voor de klant in kaart brengen met betrekking tot de hypothecaire kredieten en de onroerende zaken waarvoor deze kredieten worden verstrekt, zoals de Wet op de inkomstenbelasting, Wet op de Loonbelasting, Wet belastingen rechtsverkeer, Wet omzetbelasting, schenk- en erfbelasting. | B

1a.2 | De kandidaat kan de standaardvoorwaarden en normen van de maximale hypotheekverstrekking inclusief de limitatieve afwijkingsgronden en -mogelijkheden uit de Tijdelijke regeling hypothecair krediet benoemen. | K

1a.3 | De kandidaat kan de relevante gedragscodes en actuele wet- en regelgeving voor hypotheekadvies uitleggen. | B

1a.4 | De kandidaat kan de relevante regelgeving benoemen op de volgende gebieden: • erfrecht; • huwelijksvermogensrecht en overige samenlevingsvormen; • publiekrechtelijke gebruiksbeperkingen; • overeenkomstenrecht, waaronder titel 2a boek 7 BW en de Wck; • sociale verzekeringen; • overige relevante regelgeving op het gebied van consumptief- en hypothecair krediet en de onroerende zaken of overige registergoederen waarvoor deze kredieten worden verstrekt. | K

1a.5 | De kandidaat kan op hoofdlijnen de inhoud beschrijven van de door de toezichthouder geschreven relevante documenten met betrekking tot hypotheekadvisering. | K

1a.6 | De kandidaat kan de pre- en postcontractuele informatieverplichtingen voor hypothecair krediet benoemen en verklaren. | B

1a.7 | De kandidaat kan de fiscale behandeling van consumptieve kredieten in box 1 en box 3 van de inkomstenbelasting uitleggen. | B

1a.8 | De kandidaat kan de regelgeving ter voorkoming van overkreditering van een consumptief krediet uitleggen. | B

1a.9 | De kandidaat kan de relevante gedragscodes en actuele wet- en regelgeving voor consumptief krediet uitleggen. | B

1a.10 | De kandidaat kan de pre- en postcontractuele informatieverplichting voor consumptief krediet benoemen en verklaren. | B

1a.11 | De kandidaat kan de hoofdlijnen van de richtlijn 2008/48/EG (richtlijn consumentenkrediet) en de eisen die zij stelt op gebied van adverteren, precontractuele en contractuele informatie uitleggen. | B

Eindterm 1b De persoon baseert zijn werkzaamheden op kennis van de markt, marktontwikkelingen en processen.

1b.1 | De kandidaat kan de overwegingen noemen bij het beantwoorden van de vraag: kopen of huren? | K

1b.2 | De kandidaat kan de theoretische samenhang tussen vraag en aanbod, renteontwikkeling en prijsvorming uitleggen. | K

1b.3 | De kandidaat kan de rollen van de makelaar, taxateur, notaris, aanbieder en Nationale Hypotheek Garantie (Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen) omschrijven. | K

1b.4 | De kandidaat kan de positie, de rol en het taakgebied van de hypotheekadviseur uitleggen. | B

1b.5 | De kandidaat kan de procedure rond de koop en verkoop van een woning omschrijven. | K

1b.6 | De kandidaat kan ten behoeve van hypotheekadvies de verschillende koopconstructies en koopstimulerende maatregelen onderscheiden. | B

1b.7 | De kandidaat kan het tijdpad, de geldstroom en het documentenverkeer van het verstrekken van een hypothecair krediet beschrijven. | K

1b.8 | De kandidaat kan uitleggen wat een weduweverklaring (ook wel partnerverklaring) behelst. | B

1b.9 | De kandidaat kan de belangrijkste elementen uitleggen in de voorlopige koopovereenkomst (ontbindingsclausule, data en waarborgsom, bijzondere bepalingen) en in de akte van levering (hoogte van inschrijving, overinschrijving), indien sprake is van een (voorgenomen) aankoop van een woning. | B

1b.10 | De kandidaat kan het aanbod en de marktpositie van de verschillende categorieën consumptief kredietverleners alsook de rol en functie van het intermediair beschrijven. | K

1b.11 | De kandidaat kan de achtereenvolgende stappen in het aanvraag, beoordelings- en verstrekkingsproces van een consumptief krediet benoemen. | K

1b.12 | De kandidaat kan benoemen welke factoren een rol kunnen spelen bij het beoordelen van de hoogte van een aanvraag en het bepalen van een kredietvergoeding (waaronder risk-based pricing). | K

Eindterm 1c De persoon baseert zijn werkzaamheden op kennis van de gevolgen van niet-naleving van de relevante wet- en regelgeving.

1c.1 | De kandidaat kan actuele en relevante aansprakelijkheidsrisico’s op het gebied van hypothecair krediet uitleggen (afdwingen professioneel gedrag door de klant) en kan daarvan praktijkvoorbeelden noemen. | B

1c.2 | Vervallen.

Vaardigheden

Vaardigheid (V) De kandidaat kan: | Norm/Resultaat/Prestatie-indicator | Toelichting op vaktechnische of communicatieve aspecten van de vaardigheid of omstandigheden rond de vaardigheid

Eindterm 2a De persoon beschikt over het vermogen om mondeling en schriftelijk te communiceren en documenten correct af te handelen.

2a.1 Gestructureerd interviewen. | De kandidaat werkt gestructureerd en is onbevooroordeeld. Interviewtechniek en vraagpunten van het onderzoek zijn goed uitgewerkt en worden goed uitgevoerd. De kandidaat stelt juiste en relevante vragen. De interviewtechniek is gebaseerd op de onderdelen: luisteren, doorvragen, confronteren en inleven in de klant. | Het niveau van kennis en begrip van gesprekspartner varieert. Kandidaat interviewt klant in verschillende levensfasen en met betrekking tot verschillende gebeurtenissen.

2a.2 Mondeling communiceren. | De relevante informatie en de persoonlijke toelichting zijn correct, duidelijk en niet-misleidend, en afgestemd op het begripsniveau van de klant. | Het niveau van kennis en begrip van gesprekspartner varieert.

2a.3 De documenten uitleggen. | De relevante informatie is correct, duidelijk en niet-misleidend, en afgestemd op het begripsniveau van de klant. | Bijvoorbeeld de vergelijkingskaart, de opdrachtbevestiging, de algemene voorwaarden, de incassomachtiging, de betalingsopdracht, het toetsantwoord van het BKR en de aanvraagformulieren.

2a.4 Schriftelijk communiceren. | De relevante informatie is correct, duidelijk en niet-misleidend, en afgestemd op het begripsniveau van de klant.

2a.5 Formulieren en offertes invullen, aanvragen en controleren. | De kandidaat werkt gestructureerd en is alert op fouten. | Betreft formulieren en offertes die samenhangen met het advies in consumptief en hypothecair krediet.

Eindterm 2b De persoon beschikt over het vermogen om ICT-toepassingen te gebruiken.

2b.1 Vragenlijsten en ICT-toepassingen, waaronder rekenmodellen toepassen. | De kandidaat voert de gegevens die hij van de klant heeft gekregen op de juiste manier in. De kandidaat gebruikt de juiste ICT-toepassing en controleert zoveel mogelijk het systeemantwoord op bijzondere, opvallende en/of afwijkende uitkomsten. Is alert op invoerfouten en onlogische uitkomsten. | ICT-programma’s die ondersteunen bij de verwerking van gegevens om te komen tot een passend advies. Het kunnen herkennen van foute, onjuiste uitkomsten, zodat niet per definitie het systeemantwoord in alle gevallen leidend is. Zelf nadenken blijft ook ingeval van een ICT-toepassing een verantwoordelijkheid van de kandidaat.

Regeling
Regeling eindtermen en toetstermen examens financiële dienstverlening Wft
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-04-2026
BWB-id
BWBR0032957
Versie
2026-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl