Taak 3 — Adviseren (en eventueel bemiddelen) van een passende oplossing, zowel financieel als organisatorisch (deel 1) Regeling eindtermen en toetstermen examens financiële dienstverlening Wft
Adviseren (en eventueel bemiddelen) van een passende oplossing, zowel financieel als organisatorisch
Kennis
Nummer toetsterm | Omschrijving toetsterm | Kennisniveau
Eindterm 1e De persoon baseert zijn advies op grondige kennis van producten met betrekking tot consumptieve en/of hypothecaire kredieten, waaronder het belang van aflossen van de schuld.
1e.1 | De kandidaat kan het verschil tussen nominale en effectieve hypotheekrente aangeven. | B
1e.2 | De kandidaat kan de verschillende hypothecaire leningsvormen en renteconstructies vergelijken en uitleggen. | B
1e.3 | De kandidaat kan de verschillende financieringsconstructies vergelijken en uitleggen, zoals overbruggingskrediet, bouwdepot, familielening, zekerheidsstellingen en/of inbrengen van eigen middelen. | B
1e.4 | De kandidaat kan de belangrijkste elementen in de (hypotheek)akte(n) benoemen en de consequenties daarvan uitleggen. | B
1e.5 | De kandidaat kan de verschillende soorten opstal- en inboedelverzekeringen uitleggen. | B
1e.6 | De kandidaat kan de procedures en werkwijzen van informatiesystemen, zoals BKR, verklaren en kan de consequenties van de resultaten uitleggen. | B
1e.7 | De kandidaat kan de verschillende kosten voor verkrijging en financiering van de eigen woning in fiscale zin onderscheiden. | B
1e.8 | De kandidaat kan het verschil uitleggen tussen de advies- en distributiekosten van directe hypotheekaanbieders en de advies- en distributievergoeding van het intermediaire kanaal. | B
1e.9 | De kandidaat kan het restschuldrisico uitleggen. | B
1e.10 | De kandidaat kan de gevolgen van vervroegde aflossing van hypothecair krediet uitleggen en hiervan de regels toepassen. | B
1e.11 | De kandidaat kan uitleggen wat de financiële consequenties zijn van een eigen woning in de verkoop die (tijdelijk) wordt verhuurd en de financiële gevolgen van het tijdelijk hebben van meer (eigen) woningen. | B
1e.12 | De kandidaat kan uitleggen wat de gevolgen zijn van het afkopen, wijzigen, (fiscaal) voortzetten en het verpanden van een KEW, SEW en BEW. | B
1e.13 | De kandidaat kan de verschillen in beloningswijzen van advies in consumptief en hypothecair krediet uitleggen. | B
Eindterm 1f De persoon baseert zijn advies op grondige kennis van overeenkomstenrecht en zekerhedenrecht relevant met betrekking tot kredieten.
1f.1 | De kandidaat kan verkoopbelemmerende factoren bij eigendom herkennen en de consequenties hiervan uitleggen. | B
1f.2 | De kandidaat kan de klant de verschillen tussen aankoop van bestaande-, nieuw- of eigenbouw uitleggen. | B
1f.3 | De kandidaat kan uitleggen wat het recht van hypotheek inhoudt. | B
1f.4 | De kandidaat kan begrippen, zoals mede-debiteurschap, borgstelling, garantstelling, verpanding, bijpandstelling en medeonderzetting uitleggen en onderling vergelijken. | B
Eindterm 1g De persoon baseert zijn advies op kennis van producten om risico’s af te dekken.
1g.1 | De kandidaat kan uitleggen welke betalingsbeschermers, naast een hypothecair krediet, kunnen worden afgesloten. | B
1g.2 | De kandidaat kan het verband aangeven tussen de aflossingsvorm en het overlijdensrisico. | B
1g.3 | De kandidaat kan uitleggen welke betalingsbeschermers, naast een consumptief krediet kunnen worden afgesloten. | B
Eindterm 1h De persoon baseert zijn advies op kennis van betaalbaarheids- en renterisico’s.
1h.1 | De kandidaat kan de betaalbaarheid van de lasten van het krediet vaststellen op basis van het huidige inkomen en op basis van het inkomen in geval van arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, overlijden, langleven (pensionering) en (echt)scheiding. | B
1h.2 | De kandidaat kan de verschillen in nieuwe netto en bruto lasten van het krediet verklaren bij wijzigingen van het inkomen van de klant, de rente op het krediet of de wijziging van de aflossingsvorm. | B
1h.3 | De kandidaat kan een berekening maken van de heffing van de inkomstenbelasting en de overige belastingen met betrekking tot de financiering en de objecten waarvoor hypothecaire kredieten worden verstrekt. | B
1h.4 | De kandidaat kan een berekening maken van de gevolgen voor de inkomstenbelasting van zowel het bezit als de financiering van de objecten waarvoor hypothecaire kredieten worden verstrekt. | B
1h.5 | Vervallen.
1h.6 | De kandidaat kan de hypothecair kredietvoorwaarden, zoals de meeneem,- verhuis- en doorgeefregeling, uitleggen. | B
Eindterm 1i De persoon baseert zijn advies op kennis van consumptief kredietproducten met bijbehorende voorwaarden.
1i.1 | De kandidaat kan het verband tussen de economische looptijd van objecten en de looptijd en restantschuld van het krediet uitleggen. | B
1i.2 | De kandidaat kan de eigenschappen en toepassingsmogelijkheden van alternatieve financieringsvormen uitleggen. | B
1i.3 | De kandidaat kan de verschillende kredietvormen en de krediettechnische kenmerken van de verschillende aflossingsvormen uitleggen. | B
1i.4 | De kandidaat kan uitleggen hoe de leencapaciteit van een aanvrager wordt beoordeeld. | B
1i.5 | De kandidaat kan de kosten van de verschillende kredietvormen omschrijven en onderling vergelijken. | B
1i.6 | De kandidaat kan de werking van de meest gebruikelijke arbeidsongeschiktheids-, werkloosheids- en overlijdensrisicoverzekeringen uitleggen. | B
Vaardigheden
Vaardigheid (V) De kandidaat kan: | Norm/Resultaat/Prestatie-indicator | Toelichting op vaktechnische of communicatieve aspecten van de vaardigheid of omstandigheden rond de vaardigheid
Eindterm 2e De persoon beschikt over het vermogen om met betrekking tot het advies: • de mogelijkheden te presenteren; • adviesverantwoordelijkheid te nemen; • te handelen op gewijzigde omstandigheden tijdens het adviestraject; • het adviestraject adequaat vast te leggen in het dossier.
2e.1 De mogelijkheden presenteren. | De kandidaat maakt een realistische inschatting of de aanvraag uiteindelijk geaccepteerd zal worden. De kandidaat legt aan de klant alle mogelijkheden voor en bespreekt deze met de klant, zodat deze een bewuste en verantwoorde keuze kan maken. Alle relevante financiële consequenties zijn voor de klant duidelijk. | Een belangrijk aspect van het advies is, dat de analyses cijfermatig worden onderbouwd. Een cijfermatige analyse is in een aantal gevallen, bijvoorbeeld bij het bepalen van de hoogte van de risicodekking, noodzakelijk om te kunnen nagaan of het advies aansluit bij het klantprofiel. Ook is het noodzakelijk dat de klant inzicht heeft in de financiële implicaties (bijvoorbeeld bij oversluiten) of financiële onderbouwing (bijvoorbeeld bij de geadviseerde dekking voor een risicoverzekering) om het advies goed te kunnen beoordelen.
2e.2 Adviesverantwoordelijkheid nemen. | De kandidaat formuleert zijn advies en motiveert dit. De kandidaat bespreekt het advies en de motivering met de klant, waarbij hij de klant duidelijk maakt hoe het advies aansluit bij zijn profiel. | Advies geven is niet uitsluitend de wens van de klant volgen, maar daadwerkelijk advies geven op basis van eigen inzicht en kunnen. Indien het advies niet wordt opgevolgd, zal de klant moeten worden gewaarschuwd voor de consequenties van het niet (geheel of gedeeltelijk) opvolgen van zijn advies.
2e.3 Te handelen op gewijzigde omstandigheden tijdens het adviestraject. | De kandidaat kan de gevolgen van wezenlijke wijzigingen tijdens het advies- en aanvraagtraject voor klant en aanbieder inschatten op consequenties. | Bijvoorbeeld: ontslag werknemer tijdens aanvraagtraject hypotheekofferte of consumptief kredietaanvraag alsnog aankaarten bij geldverstrekker.
2e.4 Het adviestraject op de juiste wijze vastleggen in het klantdossier. | Dossier bevat de juiste gegevens en deze zijn op een gemakkelijke manier terug te vinden. Te beoordelen is of de advisering op een juiste manier heeft plaatsgevonden. | In verband met de zorgplicht is een goede vastlegging en archivering van belang. Ook in het kader van het toezicht is het van belang dat het dossier compleet en goed reconstrueerbaar is.
Competenties
Competentie (C) De kandidaat kan: | Context | Kritische kenmerken van de situatie | Waardering door de kandidaat
- Regeling
- Regeling eindtermen en toetstermen examens financiële dienstverlening Wft
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-04-2026
- BWB-id
- BWBR0032957
- Versie
- 2026-04-01_0