Taak 4 — Beheren en actueel houden van het advies (deel 1) Regeling eindtermen en toetstermen examens financiële dienstverlening Wft
Beheren en actueel houden van het advies
Kennis
Nummer toetsterm | Omschrijving toetsterm | Kennisniveau
Eindterm 1o De persoon baseert zijn werkzaamheden in het kader van het beheer en actueel houden van advies op grondige kennis van wet- en regelgeving.
1o.1 | De kandidaat omschrijft de mogelijkheden en gevolgen met betrekking tot wijziging, afkoop of beëindiging van financiële producten, omschrijft de voorwaarden en gevolgen daarvan voor financiële producten. | B
1o.2 | De kandidaat kan de fiscale gevolgen bij wijzigingen, bijvoorbeeld als gevolg van (echt-)scheiding, afkoop of beëindiging van financiële producten in het kader van verschillende belastingregimes uitleggen. | B
1o.3 | De kandidaat kan het begrip fiscaal erkende pensioenregeling uitleggen. | B
Eindterm 1p De persoon stelt in het kader van het beheer en actueel houden van het advies vast of bijsturing van het risicoprofiel van de beleggingsportefeuille nodig is, welke oorzaken daaraan ten grondslag kunnen liggen en welke maatregelen eventueel nodig zijn.
1p.1 | De kandidaat kan scheefgroei in en rebalancing (herschikking) van een beleggingsportefeuille uitleggen. | B
1p.2 | De kandidaat kan uitleggen waarom er bij scheefgroei gerebalanced moet worden. | B
1p.3 | De kandidaat kan in een specifieke situatie aangeven welke veranderingen aanleiding kunnen geven om het risicoprofiel van een beleggingsportefeuille aan te passen. | B
1p.4 | De kandidaat kan in het algemeen situaties aangeven waarin een klant naar mogelijke wijzigingen in zijn persoonlijke en financiële situatie gevraagd moet worden die invloed kunnen hebben op het te adviseren risicoprofiel van zijn beleggingsportefeuille. | B
1p.5 | De kandidaat kan uitleggen wat de consequenties zijn van een wijziging in de situatie van de klant op het risicoprofiel van zijn beleggingsportefeuille. | B
1p.6 | De kandidaat kan uitleggen welke maatregelen moeten worden genomen, indien het risicoprofiel van de beleggingsportefeuille aanpassing behoeft. | B
1p.7 | De kandidaat kan de kosten van het advies en het aanpassen van het risicoprofiel van de beleggingsportefeuille uitleggen aan de klant. | B
1p.8 | De kandidaat kan aangeven wanneer het opstellen van een nieuw risicoprofiel noodzakelijk is. | B
Vaardigheden
Vaardigheid (V) De kandidaat kan: | Norm/Resultaat/Prestatie-indicator | Toelichting op vaktechnische of communicatieve aspecten van de vaardigheid of omstandigheden rond de vaardigheid
Eindterm 2i De persoon beschikt over het vermogen om: • het vermogensadvies te beheren en actueel te houden. • het beheertraject op een adequate wijze vast te leggen in het klantdossier.
2i.1 De klant ondersteunen bij het invullen van alle benodigde documenten op elk relevant moment tijdens de looptijd van de financiële producten. | Controleert de relevante producten. | Ondersteunt klant bij de aanvraag premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid, uitkeringen, switchen, overdracht, wijziging begunstiging, aanvaarding begunstiging deblokkering etc.
2i.2 De lopende contracten m.b.t. de klant gedurende de looptijd actief beheren. | Past het advies aan op basis van (relevante) wetswijzigingen of wijziging in de omstandigheden van de klant zoals: – start en einde dienstbetrekking; – overlijden; – arbeidsongeschiktheid; – pensionering/eerder stoppen met werken; – studerende kinderen – (mogelijk) faillissement | In de verschillende fasen van de levensloop van de klant kunnen verwachte en onverwachte gebeurtenissen plaats vinden. Deze gebeurtenissen moeten vertaald worden naar een aanpassing of beëindiging van de lopende overeenkomst, dan wel een nieuwe oplossing adviseren.
2i.3 Beoordelen of er wijzigingen zijn in het klantprofiel. | Past het profiel op een juiste wijze aan op de actuele situatie. Klant is akkoord met te gebruiken profiel, al of niet aangepast. Klant is op de hoogte van de (mogelijke) gevolgen van de wijzigingen van het profiel. | In de verschillende fasen van de levensloop van de klant kunnen verwachte en onverwachte gebeurtenissen plaats vinden. Deze gebeurtenissen moeten vertaald worden naar een nieuw profiel.
2i.4 Het verloop van de beleggingsportefeuille en of -oplossing bespreken. | De klant begrijpt op welke wijze de portefeuille of beleggingsoplossing aansluit bij zijn risicoprofiel en zijn beleggingsdoelstellingen. De economische ontwikkelingen, die van invloed zijn geweest op de performance van de portefeuille, worden besproken. De kandidaat waarschuwt actief bij bepaalde situaties. | De portefeuille dient voor belegging van voorzieningen voor de oude dag (derde pijler), voor specifieke toekomstige uitgaven of voor vrij te besteden vermogen. De sociale, economische en culturele kenmerken van klant verschillen zeer sterk. Klanten kunnen extreem zijn in risicoaversie en risicoperceptie. Klanten hebben de neiging om risicoprofielen aan te passen aan marktomstandigheden.
2i.5 Beoordelen of de allocatie aangepast moet worden. | Tijdens mutatiemomenten signaleert de kandidaat tijdig of de door de klant verstrekte informatie en/of verandering in persoonlijke financiële situatie gevolgen hebben voor het risicoprofiel van de klant, zodat de strategische assetallocatie bijgesteld kan worden en andere passende financiële instrumenten kunnen worden geselecteerd. Kandidaat onderkent de hoofdsomrisico’s. De allocatie sluit aan bij de actuele doelstellingen van de klant. Kandidaat geeft advies op basis van de wijzigingen. | Het is van groot belang om hoofdsomrisico’s te onderkennen en te beheersen tegen het einde van de looptijd van de belegging of het ingaan van de besteding van de belegging, (oudedagsvoorzieningen, aflossen hypotheek ed.)
2i.6 Het beheertraject op de juiste wijze vastleggen in het klantdossier. | Dossier bevat de juiste gegevens en deze zijn op een makkelijke manier terug te vinden. Te beoordelen is of het beheer op een juiste manier heeft plaatsgevonden. | In verband met de zorgplicht is een goede vastlegging en archivering van belang. Ook in het kader van het toezicht is het van belang dat het dossier compleet en goed reconstrueerbaar is. De privacywetgeving moet daarbij betrokken worden.
Competenties
Competentie (C) De kandidaat kan: | Context | Kritische kenmerken van de situatie | Waardering door de kandidaat
Eindterm 3d De persoon demonstreert en/of bewijst dat hij het uitgebrachte advies kan beheren en actueel houden.
3d.1 Een lopend contract beheren. | Gedurende de looptijd van het product. | Kandidaat is zorgvuldig, zodat de oplossing zoveel mogelijk aansluit bij de situatie van de klant op het (tussentijdse) moment van advies. Reageert proactief op het aspect van beheersing van risico’s in de persoonlijke situatie van de klant. | Reflectie op juistheid van dekking in specifieke situatie van de klant. Maak ik een juiste inschatting van het belang van de verzekering voor de klant? Hoe tarifeer ik beheer?
3d.2 Een vermogensoplossing actueel houden. | Verandering in situatie van klant of aanpassing wetgeving of financiële markt. | Kandidaat reageert proactief op veranderingen. Kandidaat reageert op uitspraken van de klant. Verschillende situaties in de levensfase kennen verschillende emoties bij de klant. Kandidaat gaat goed om met deze emoties. De kandidaat is zorgvuldig en kan beoordelen of de gewijzigde gegevens in de productoplossing aansluiten bij de situatie van de klant. | Onderken ik tijdig aspecten van positieve en negatieve ontwikkelingen in de situatie van de klant? Hoe maak ik deze bespreekbaar met de klant? Zijn de wijzigingen belangrijk genoeg om een aanpassing van het product te rechtvaardigen? Zou de klant zonder doorgeven wijziging niet goed verzekerd meer zijn? Reflectie over de juiste manier van actueel houden van het product. Weegt de inspanning op tegen het belang van de wijziging?
- Regeling
- Regeling eindtermen en toetstermen examens financiële dienstverlening Wft
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-04-2026
- BWB-id
- BWBR0032957
- Versie
- 2026-04-01_0