wetzoeker

Taak 3 — Adviseren (en eventueel bemiddelen) van een passende oplossing, zowel financieel als organisatorisch (deel 1) Regeling eindtermen en toetstermen examens financiële dienstverlening Wft

Adviseren (en eventueel bemiddelen) van een passende oplossing, zowel financieel als organisatorisch

Kennis

Nummer toetsterm | Omschrijving toetsterm | Kennisniveau

Eindterm 1m De persoon baseert zijn advies met betrekking tot vermogens-(bestanddelen) op grondige en actuele kennis met betrekking tot relevante wet- en regelgeving.

1m.1 | De kandidaat kan de wetgeving betreffende lijfrente en kapitaaluitkering uitleggen. | B

1m.2 | De kandidaat kan uitleggen hoe het boxensysteem in de inkomstenbelasting functioneert en kan aangeven welke inkomensbestanddelen in welke box worden belast. | B

1m.3 | De kandidaat kan de begrippen ‘vlaktax’ en ‘progressief belastingstelsel’ uitleggen. | B

1m.4 | De kandidaat kan de verschillende elementen van het begrip ‘levensverzekeringsovereenkomst’ definiëren. | K

1m.5 | De kandidaat kan opsommen welke factoren de hoogte van een AOW-uitkering of ANW-uitkering bepalen. | K

1m.6 | De kandidaat kan de soorten fiscaal toegestane lijfrenten opsommen en uitleggen, inclusief overgangsrecht. | B

1m.7 | De kandidaat kan de relevante bepalingen in de Wet bescherming erfgenamen tegen schulden en de Successiewet inzake erfbelasting en schenkbelasting uitleggen. | B

1m.8 | De kandidaat kan de relevante bepalingen in het Burgerlijk Wetboek inzake het huwelijksvermogensrecht uitleggen. | B

1m.9 | Vervallen.

1m.10 | De kandidaat kan de wetgeving betreffende uitvaartverzekeringen uitleggen. | B

1m.11 | De kandidaat kan beschrijven in welke gevallen en op welke wijze een geschiktheidsverklaring conform artikel 4:23 Wft dient te worden verstrekt en waaraan deze verklaring inhoudelijk moet voldoen. | K

1m.12 | De kandidaat kan de pensioenwetgeving inclusief het overgangsrecht uitleggen, voor zover relevant voor het uit te brengen vermogensadvies. | B

Eindterm 1n De persoon baseert zijn advies met betrekking tot vermogen(sbestanddelen) op grondige kennis van levensverzekeringsproducten en bancaire producten.

1n.1 | De kandidaat kan het verschil uitleggen tussen de bancaire lijfrente en de lijfrenteverzekering. | B

1n.2 | De kandidaat kan de klant aan de hand van concrete gegevens de voor- en nadelen van een spaarrekening en beleggingsrekening in vergelijking met elkaar en met een levensverzekeringsoplossing uitleggen. | B

1n.3 | De kandidaat kan uitleggen welke gezondheidswaarborgen een levensverzekeraar zal verlangen bij het aanvragen van een nieuwe levensverzekering en bij mutatie of conversie van een bestaande levensverzekering. | B

1n.4 | De kandidaat kan de rechten en verplichtingen van de klant uitleggen met betrekking tot financiële producten, zoals rechten verzekeringnemer, rekeninghouder, begunstigde etc. | B

1n.5 | De kandidaat kan de relevante levensverzekeringsbegrippen omschrijven en uitleggen, zoals: maatschappij- en overrentewinstdeling, rekenrente, bruto- en netto premie, overlevingstafels en leeftijdverschuiving. | B

1n.6 | De kandidaat kan uitleggen welke mogelijkheden de klant heeft met zijn bestaande bancaire ‘gouden handdruk’ en de ‘gouden handdrukverzekering’. | B

1n.7 | De kandidaat kan aangeven welke gevolgen de keuze voor een vaste en/of variabele lijfrente- uitkering kan hebben op de vorming, beheer en afbouw van vermogen. | B

1n.8 | De kandidaat kan op hoofdlijnen aangeven welke gevolgen de keuze voor een vaste en/of variabele pensioenuitkering kan hebben op de vorming, beheer en afbouw van vermogen. | B

Vaardigheden

Vaardigheid (V) De kandidaat kan: | Norm/Resultaat/Prestatie-indicator | Toelichting op vaktechnische of communicatieve aspecten van de vaardigheid of omstandigheden rond de vaardigheid

Eindterm 2g De persoon beschikt over het vermogen om het adviestraject te plannen, te sturen en tot een succes te brengen, onder meer door: • doelstellingen op realiteitszin en eventuele tegenstrijdigheden te herkennen; • de financiële oplossingen met de klant te bespreken; • de betaalbaarheid van de productoplossing te beoordelen; • het adviestraject adequaat vast te leggen in het dossier.

2g.1 De structuur en opzet van het advies, mondeling en schriftelijk, inzake vermogensopbouw, -afbouw communiceren. | De klant begrijpt op welke wijze de (vermogens-) oplossing of portefeuille aansluit bij zijn risicoprofiel. De statistische data die aanbieders presenteren bij het beleggingsproduct zijn voor de kant begrijpelijk vertaald. | Klanten hebben vaak onvoldoende inzicht in hun financiële behoeften en beleggingscategorieën en kunnen vooroordelen hebben ten aanzien van de begrippen ‘risico’ en ‘rendement’ bij verschillende beleggingsproducten. Ze overzien niet de financiële aspecten van de gebeurtenissen in de verschillende fasen van de levensloop. De portefeuille dient voor belegging van voorzieningen voor de oude dag (derde pijler), specifieke toekomstige uitgaven, en/of vrij te besteden vermogen. De sociale, economische en culturele kenmerken van klant verschillen zeer sterk. Klanten kunnen extreem zijn in risicoaversie en risicoperceptie.

2g.2 De fiscale gevolgen van de financiële oplossing berekenen. | Geldt zowel voor inkomstenbelasting als voor bijvoorbeeld schenk- of erfbelasting in een concreet geval. Ook kennis van belasting over kapitaalverzekeringen valt hieronder.

2g.3 De benodigde kapitalen bepalen. | De kandidaat legt de klant uit hoe hij zijn doelstelling kan bereiken door de juiste combinatie van rendement, risico en inleg. Indien er sprake is van afwijking van de samenstelling van de portefeuille ten opzichte van de gewenste portefeuille, legt de kandidaat dit op begrijpelijke wijze uit en geeft aan welke actie ondernomen moet worden. | Bij een oudedagsvoorziening en beleggen voor aflossing van schulden is er vaak sprake van een lange horizon. Het is voor de klant lastig om de effecten van inleg, koersbewegingen, samengestelde rendementen te overzien en te begrijpen. Met betrekking tot vrij vermogen spelen aspecten als onverwachte en onvoorziene behoeften en omstandigheden een rol, bijvoorbeeld: overlijden, trouwen, scheiden, schenken. Overziet fiscale aspecten van de kapitaalopbouw.

2g.4 Verzekeringstarieven berekenen en het beoordelen van de betaalbaarheid van de productoplossing. | De berekeningen zijn correct. De kandidaat vergelijkt de voorstellen voor productoplossingen kwalitatief en kwantitatief en verklaart de verschillen tussen de diverse oplossingen. | Producten van verschillende aanbieders berekenen op basis van de beschikbare informatie.

2g.5 In voorkomende gevallen de effecten van actuele ontwikkelingen en wijzigingen in wet en regelgeving wat betrekking heeft op productoplossingen aangeven. | De kandidaat maakt de toekomstige ontwikkelingen en de gevolgen daarvan inzichtelijk en begrijpelijk voor de klant. Past de actuele wetgeving toe.

2g.6 Een passende nabestaandenvoorziening vormgeven. | De kandidaat stelt een passend advies op. | De kandidaat houdt rekening met de verschillende wijzen van financiering en verschijningsvormen, zoals bijvoorbeeld de gevolgen van een variabele pensioenuitkering op het nabestaandenpensioen.

2g.7 Berekenen wat de mogelijke uitkomst is van een eenmalige belegging in een verwacht, goed en slecht scenario in verschillende beleggingsprofielen op basis van een strategische assetallocatie. | Berekent de mogelijke uitkomsten correct en licht dit toe aan de klant, zowel bij een eenjarige als meerjarige beleggingshorizon. | Ten minste op basis van een betrouwbaarheidsinterval van 95% (2x standaarddeviatie).

2g.8 Verschillende manieren van kostenbepaling aangeven, waaronder percentage vaste kosten. | Is transparant naar de klant.

2g.9 Uitleggen wat de consequenties zijn bij arbeidsongeschiktheid van de klant. | Geeft realistische voorstelling van de mogelijke situaties in concrete gevallen.

2g.10 De gevolgen van echtscheiding of ontbinding partnerregelingen in het kader van vermogensopbouw en -afbouw en beheer beschrijven en berekenen. | Houdt rekening met belangen van alle partijen, is onafhankelijk. | Maakt gebruik van(eventueel) aangeleverde juridische adviezen.

Regeling
Regeling eindtermen en toetstermen examens financiële dienstverlening Wft
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-04-2026
BWB-id
BWBR0032957
Versie
2026-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl