wetzoeker

Taak 2 — Het opstellen van een risicoanalyse ten behoeve van het advies Regeling eindtermen en toetstermen examens financiële dienstverlening Wft

Het opstellen van een risicoanalyse ten behoeve van het advies

Kennis

Nummer toetsterm | Omschrijving toetsterm | Kennisniveau

Eindterm 1c De persoon baseert de risicoanalyse met betrekking tot • materiële schadeverzekeringen voor particulieren, • vermogensbeschermende schadeverzekeringen voor particulieren, en • zorg- en ongevallenverzekeringen voor particulieren op actuele kennis van verzekeringstechnische risicoanalyse van particuliere huishoudens.

ALGEMEEN

1c.1 | De kandidaat kan onderscheiden de materiële risico’s die hij loopt evenals de risico’s ten aanzien van vermogen en een ongeval. | B

1c.2 | De kandidaat kan de namen noemen van de in het verzekeringsbedrijf meest gebruikelijke verzekeringsvormen die de verschillende risico’s (deels) afdekken. | K

1c.3 | De kandidaat kan uitleggen welke zaken of belangen van de klant onder de dekking van verzekeringen kunnen worden geschaard. | B

1c.4 | De kandidaat kan kort het belang uitleggen van de dekking en de eventuele verschillen daartussen van de in het verzekeringsbedrijf meest gebruikelijke verzekeringen voor de specifieke situatie van de klant. | B

1c.5 | De kandidaat kan de volgende verzekeringstechnische begrippen definiëren: inboedel, opstal, motorrijtuig, verzekerden, alles tenzij dekking, negatieve- en positieve dekkingsomschrijving, bepalingen dwingend- en aanvullend recht kwalitatieve aansprakelijkheid, vermoeden van schuld. | K

RUBRIEK A MATERIËLE SCHADEVERZEKERINGEN

1c.6 | De kandidaat kan bij materiële verzekeringen onderscheiden: de risico’s met betrekking tot het object zelf en de aansprakelijkheidsrisico’s die de objecten met zich meebrengen. | B

1c.7 | De kandidaat kan in hoofdlijnen het verschil in dekking omschrijven tussen verzekeringen die betrekking hebben op hetzelfde risico-object. | K

ONDERDEEL A1 BEZIT

1c.8 | De kandidaat kan voorbeelden opsommen van de risico’s rond bezit die te maken hebben met tijdelijk stallen van inboedel elders. | K

1c.9 | De kandidaat kan de dekkingsgevolgen beschrijven bij verbouwing van een gebouw. | K

ONDERDEEL A3 TRANSPORT

1c.10 | De kandidaat kan de specifieke risico’s en dekkingen die te maken hebben met pleziervaartuigen benoemen, zoals beperkte dekking AVP voor pleziervaartuigen, bijzondere aansprakelijkheid internationale wateren, vaargebied, vaarbewijs, uitsluitingen (osmose e.d.). | K

RUBRIEK B VERMOGENSBESCHERMENDE SCHADEVERZEKERINGEN

ONDERDEEL B1 AANSPRAKELIJKHEID

1c.11 | De kandidaat kan de aansprakelijkheidsrisico’s onderscheiden ingeval de klant bezitter van een opstal is. | B

1c.12 | De kandidaat kan de aansprakelijkheidsrisico’s onderscheiden ingeval de klant een vergunning op basis van hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming beoogt. | B

RUBRIEK C ZORG- EN ONGEVALLEN

ONDERDEEL C1 ZORG

1c.13 | De kandidaat kan de namen noemen van de in het verzekeringsbedrijf gebruikelijke (verplichte) verzekeringsvormen die ziektekostenrisico’s (deels) afdekken. | K

1c.14 | De kandidaat kan kort het belang voor de klant van de aanvullende ziektekostenverzekering benoemen. | B

1c.15 | De kandidaat kan in een specifieke situatie afwijkende risico’s en/of risicoverzwarende factoren voor de aanvullende ziektekostenverzekering benoemen. | B

1c.16 | De kandidaat kan het verschil uitleggen tussen een natura-, een restitutie- en een combinatiepolis. | B

1c.17 | De kandidaat kan uitleggen wat het belang is van de eventuele gegevens die worden opgevraagd voor de beoordeling van het ter verzekering aangeboden risico voor een aanvullende ziektekostenverzekering. | B

RUBRIEK C2 ONGEVALLEN

1c.18 | De kandidaat kan de verschijningsvormen van de ongevallenverzekering en de dekkingsrubrieken omschrijven. | K

Vaardigheden

Vaardigheid (V) De kandidaat kan: | Norm/Resultaat/Prestatie-indicator | Toelichting op vaktechnische of communicatieve aspecten van de vaardigheid of omstandigheden rond de vaardigheid

Eindterm 2c De persoon beschikt over het vermogen om de risico’s te analyseren en te beoordelen.

2c.1 Beoordelen welke risico’s moeten worden afgedekt door een verzekeringsoplossing. | De analyse is volledig en uitputtend. | Op basis van de risicobereidheid van de klant maakt de adviseur een keuze uit verschillende risicomitigerende oplossingen (volledig verzekeren, deels verzekeren met eigen risico, risico zelf dragen, risicoreductie door preventieve maatregelen).

2c.2 Beoordelen welke zaken of belangen van de klant onder de dekking van materiële verzekeringen kunnen worden geschaard. | De klant begrijpt o.b.v. uitleg kandidaat waarop een bepaalde verstrekking wel of juist niet onder een (aanvullende) verzekering valt. De kandidaat kan de mogelijke gevolgen van een afwijkend risico en/of risicoverzwarende factor voor het acceptatietraject aan de klant duidelijk maken.

2c.3 Beoordelen welke risico’s kunnen worden afgedekt door een ongevallenverzekering, inclusief alle aanvullende dekkingen. | De kandidaat benoemt de juiste risico’s. De klant begrijpt o.b.v. uitleg van kandidaat welke verzekerde rubrieken onder de ongevallenverzekering vallen. | Aan de klant kan uitgelegd worden dat een ongevallenverzekering uitkeert als het verzekerde evenement zich voordoet, zonder naar de schuldvraag te kijken. Een jarenlange schuldvraagdiscussie wordt vermeden.

2c.4 Beoordelen welke zaken of belangen van de klant onder de dekking van aansprakelijkheid- of rechtsbijstandsverzekeringen kunnen worden geschaard, inclusief alle subdekkingen. | De kandidaat kan onderscheid maken in risico’s die betrekking hebben op zaken of belangen die kunnen worden afgedekt door een aansprakelijkheid- of rechtsbijstandverzekering.

Eindterm 2d De persoon beschikt over het vermogen om relevante en benodigde preventiemaatregelen te analyseren en te beoordelen en de mogelijke preventiemaatregelen te verduidelijken.

2d.1 De genomen preventiemaatregelen analyseren. | De kandidaat overtuigt de klant van de voordelen van preventie. | De klant begrijpt de context of begrijpt de preventiemaatregelen niet.

2d.2 Voor een risico beoordelen welke maatregelen het meest zinvol zijn ter voorkoming of beperking van schade. | De kandidaat analyseert de meest passende preventiemaatregelen ter voorkoming of beperking van schade bij de klant. | Aan de hand van een gegeven overzicht met mogelijke preventiemaatregelen.

Competenties

Competentie (C) | Context | Kritische kenmerken van de situatie | Waardering door de kandidaat

Eindterm 3b De persoon demonstreert en/of bewijst dat hij het analysetraject met betrekking tot particuliere schadeverzekeringen correct kan uitvoeren.

3b.1 Risico analyse opstellen. | Op basis van de inventarisatie. | Risicoanalyse is correct. De risicoanalyse doet recht aan de uitgangspunten en doelstellingen van de klant en de klant herkent zich erin. | Begrijpt klant de analyse? Herkent klant de analyse?

Regeling
Regeling eindtermen en toetstermen examens financiële dienstverlening Wft
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-04-2026
BWB-id
BWBR0032957
Versie
2026-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl