Taak 3 — Adviseren (en eventueel bemiddelen) van een passende oplossing (deel 1) Regeling eindtermen en toetstermen examens financiële dienstverlening Wft
Adviseren (en eventueel bemiddelen) van een passende oplossing
Kennis
Nummer toetsterm | Omschrijving toetsterm | Kennisniveau
Eindterm 1f De persoon baseert zijn advies op actuele kennis van de relevante wet- en regelgeving en de van toepassing zijnde richtlijnen en verplichte gedragscodes.
1f.1 | De kandidaat kan de wijze waarop de wettelijke bepalingen van de WCK en titel 2a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in de kredietovereenkomst zijn opgenomen, uitleggen. | B
1f.2 | De kandidaat kan het (wettelijke) traject voor schuldsanering beschrijven. | K
Eindterm 1g De persoon baseert zijn advies op een inschatting van de fiscale gevolgen van het kredietvoorstel, zodat de bruto- en nettolasten op de juiste wijze kunnen worden berekend, ook in geval een krediet bestemd is voor de eigen woning.
1g.1 | De kandidaat kan de fiscale behandeling van kredieten in box 1 en box 3 van de inkomstenbelasting uitleggen. | B
Eindterm 1h De persoon baseert zijn advies op kennis van consumptieve kredietproducten met bijbehorende voorwaarden.
1h.1 | De kandidaat kan het verband tussen de economische looptijd van objecten en de looptijd en restantschuld van het krediet uitleggen. | B
1h.2 | De kandidaat kan de eigenschappen en toepassingsmogelijkheden van alternatieve financieringsvormen uitleggen. | B
1h.3 | De kandidaat kan de verschillende kredietvormen en de krediettechnische kenmerken van de verschillende aflossingsvormen uitleggen. | B
1h.4 | De kandidaat kan de mogelijke zekerheden en gevolgen daarvan omschrijven. | K
1h.5 | De kandidaat kan uitleggen hoe de leencapaciteit van een aanvrager wordt beoordeeld. | B
1h.6 | De kandidaat kan de kosten van de verschillende kredietvormen omschrijven en onderling vergelijken. | B
1h.7 | De kandidaat kan de werking van de meest gebruikelijke arbeidsongeschiktheids-, werkloosheids- en overlijdensrisicoverzekeringen uitleggen. | B
Vaardigheden
Vaardigheid (V) De kandidaat kan: | Norm/Resultaat/Prestatie-indicator | Toelichting op vaktechnische of communicatieve aspecten van de vaardigheid of omstandigheden rond de vaardigheid
Eindterm 2d De persoon beschikt over het vermogen om na een eerste inventarisatie en een toetsing aan de (verplichte) gedragscodes een inschatting te maken ten aanzien van de haalbaarheid van de financiering.
2d.1 Alternatieve financieringsoplossingen bepalen. | De kandidaat houdt rekening met bestaande vermogensbestanddelen. De oplossing is een goed alternatief voor het financieringsdoel.
2d.2 Haalbaarheid van de financiering inschatten. | De kandidaat maakt een realistische inschatting – op basis van alle door de klant aangeleverde informatie – of de aanvraag uiteindelijk geaccepteerd zal worden.
Eindterm 2e De persoon beschikt over het vermogen om met betrekking tot het advies: • de mogelijkheden te presenteren; • adviesverantwoordelijkheid te nemen; • te handelen op gewijzigde omstandigheden tijdens het adviestraject.
2e.1 De mogelijkheden presenteren. | De kandidaat legt aan de klant alle mogelijkheden voor en bespreekt deze met de klant, zodat deze een bewuste en verantwoorde keuze kan maken. Alle relevante financiële consequenties zijn voor de klant duidelijk. | Een belangrijk aspect van het advies is, dat de analyses cijfermatig worden onderbouwd. Een cijfermatige analyse is in een aantal gevallen, bijvoorbeeld bij het bepalen van de hoogte van de risicodekking, noodzakelijk om te kunnen nagaan of het advies aansluit bij het klantprofiel. Ook is het noodzakelijk dat de klant inzicht heeft in de financiële implicaties of financiële onderbouwing (bijvoorbeeld bij de geadviseerde dekking voor een risicoverzekering) om het advies goed te kunnen beoordelen.
2e.2 Adviesverantwoordelijkheid nemen. | De kandidaat formuleert zijn advies en motiveert dit. De kandidaat bespreekt het advies en de motivering met de klant, waarbij hij de klant duidelijk maakt hoe het advies aansluit bij zijn profiel. | Advies geven is niet uitsluitend de wens van de klant volgen, maar daadwerkelijk advies geven op basis van eigen inzicht en kunnen. Indien het advies niet wordt opgevolgd, zal de klant moeten worden gewaarschuwd voor de consequenties van het niet (geheel of gedeeltelijk) opvolgen van het advies.
2e.3 Handelen op gewijzigde omstandigheden tijdens het adviestraject. | De kandidaat kan de gevolgen van wezenlijke wijzigingen tijdens het advies- en aanvraagtraject voor klant en aanbieder inschatten op consequenties en hiernaar op een juiste manier handelen. | Bijvoorbeeld: ontslag werknemer tijdens aanvraagtraject kredietofferte alsnog aankaarten bij geldverstrekker.
Eindterm 2f De persoon beschikt over het vermogen om het adviestraject adequaat vast te leggen in het dossier.
2f.1 Het adviestraject op de juiste wijze vastleggen in het klantdossier. | Dossier bevat de juiste gegevens en deze zijn op een gemakkelijke manier terug te vinden. Te beoordelen is of de advisering op een juiste manier heeft plaatsgevonden. | In verband met de zorgplicht is een goede vastlegging en archivering van belang. Ook in het kader van het toezicht is het van belang dat het dossier compleet en goed reconstrueerbaar is.
Competenties
Competentie (C) De kandidaat kan: | Context | Kritische kenmerken van de situatie | Waardering door de kandidaat
Eindterm 3b De persoon demonstreert en/of bewijst dat hij op basis van de informatie het juiste advies kan geven dat aansluit bij de wensen en behoeften van de klant.
3b.1 Het advies ontwerpen. | Situatie van de klant. | • Het kredietadvies sluit aan bij het klantprofiel. • Advies voldoet aan de wettelijke regels en regels met betrekking tot zelfregulering. • Berekent de bruto- en nettolasten op de juiste wijze, ook in het geval van een krediet bestemd voor de eigen woning. • De kandidaat maakt inzichtelijk of arbeidsongeschiktheid en onvrijwillige werkloosheid en overlijdensrisico’s extra verzekerd moeten worden, zodat de klant een bewuste keuze kan maken. De variabelen looptijd en het termijnbedrag zijn zo bepaald dat de (maand)lasten betaalbaar zijn. Kandidaat voorkomt overkreditering. • De kandidaat verwerkt in het advies de mogelijke gevolgen voor de financiering bij, op het moment van het advies bekend zijnde, verandering van de leefsituatie van de klant. | De kandidaat verantwoordt het volledige advies. Kan de kandidaat inzicht verschaffen in de afwegingen die bij de beoordeling een rol hebben gespeeld? Kan de kandidaat de fiscale gevolgen van het kredietvoorstel goed inschatten?
3b.2 Over passende, toegestane producten adviseren. | Risico afdekken vanuit het product. | • De kandidaat stelt op de juiste wijze de verzekerde som voor de aanpalende producten vast. • Advies met betrekking tot aanpalende producten past bij gesloten financiering, risico en wensen van de klant.
3b.3 Het advies aan de klant uitleggen. | Klantgesprek. | • De kandidaat kan de gevolgen aan de klant inzichtelijk maken. Klant heeft inzicht in de risico’s. • Inclusief de fiscale gevolgen van het kredietvoorstel, ook in geval van een krediet bestemd voor de eigen woning. • De (maand) lasten zijn voor de klant inzichtelijk. • De samenstelling van het consumptief krediet en de premie van de eventuele betalingsbeschermer(s) zijn voor de klant inzichtelijk. | Is de opbouw van de premie voor de klant transparant?
Eindterm 3c De persoon demonstreert en/of bewijst dat hij het resultaat van de kredietaanvraag met de klant kan bespreken en uitleg kan geven over het vervolg, de kredietovereenkomst en andere relevante stukken.
3c.1 Het resultaat van de kredietaanvraag bespreken. | Klantgesprek. | • De klant begrijpt hoe het aanvraag-, beoordelings- en verstrekkingsproces verloopt en de mogelijke consequenties van non-betaling. • De kredietovereenkomst en andere relevante stukken zijn uitgelegd en in relatie gebracht met het klantprofiel. • Alle vragen van de klant zijn beantwoord. | Bijvoorbeeld: U gaf aan dat u snel wilde aflossen, daarom...
Eindterm 3d: De persoon demonstreert en/of bewijst dat hij de klant kan informeren in geval van afwijzing van de financiering.
- Regeling
- Regeling eindtermen en toetstermen examens financiële dienstverlening Wft
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-04-2026
- BWB-id
- BWBR0032957
- Versie
- 2026-04-01_0