wetzoeker

Taak 1 — Informeren en doorverwijzen van de klant, het aangaan van de financiële relatie (deel 1) Regeling eindtermen en toetstermen examens financiële dienstverlening Wft

Informeren en doorverwijzen van de klant, het aangaan van de financiële relatie

Kennis

Nummer toetsterm | Omschrijving toetsterm | Kennisniveau

Eindterm 1a De persoon baseert de informatieverstrekking in de eerste lijn van de financiële dienstverlening op elementaire kennis van de financiële huishouding van de klant.

1a.1 | De kandidaat kan de definitie van sparen, ontsparen en lenen geven. | K

1a.2 | De kandidaat kan in een eenvoudige economische kringloop de geldstromen en goederenstromen aangeven. | K

1a.3 | De kandidaat kan de gevolgen van de verschillende levensfasen voor de financiële overzichten (opbrengsten/uitgaven en bezittingen/schulden) van een klantenhuishouding uitleggen aan de klant. | B

1a.4 | De kandidaat kan de belangrijkste kenmerken van de samenlevingsvormen (huwelijk, geregistreerd partnerschap en ongehuwd samenwonen) opnoemen. | K

1a.5 | De kandidaat kan de elementaire regelingen van het erfrecht noemen. | K

1a.6 | De kandidaat kan de onderstaande begrippen binnen de Successiewet omschrijven: • schenking, vrijstelling (jaarlijkse en eenmalige verhoogde); • verkrijging krachtens erfrecht. | K

1a.7 | De kandidaat kan noemen voor welke vier handelingen toestemming van de partner vereist is volgens het Burgerlijk Wetboek: handelingen met betrekking tot de eigen woning, aangaan huurkoop, persoonlijke borgstelling en het doen van anders dan gebruikelijke giften. | K

1a.8 | De kandidaat kan de onderstaande begrippen binnen de inkomstenbelasting omschrijven: • Box 1 belastbaar inkomen uit werk en woning: winst uit onderneming, loon (begrip loon), resultaat overige werkzaamheden, periodieke uitkeringen en verstrekkingen, inkomsten uit eigen woning; • Box 2 belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang; • Box 3 belastbaar inkomen uit sparen en beleggen: bezittingen, schulden, heffingsvrij vermogen, vrijstellingen. | K

1a.9 | De kandidaat kan noemen welke bescheiden als legitimatiemiddelen geaccepteerd worden. | K

1a.10 | De kandidaat kan benoemen in welke gevallen een krediet bij het BKR geregistreerd wordt. | K

1a.11 | De kandidaat kan in hoofdlijnen de relevante wettelijke regels inzake handelingsbekwaamheid, toestemmingsvereiste en onderbewindstelling beschrijven. | K

1a.12 | De kandidaat kan in hoofdlijnen beschrijven welke (rechts-) maatregelen genomen kunnen worden in geval een klant te maken heeft of krijgt met schulden of schuldsanering. | K

Eindterm 1b De persoon baseert zijn informatieverstrekking van spaar- en betaalfaciliteiten op kennis van betaal- en spaarrekeningen met inbegrip van daaraan verbonden spaar- en betaalfaciliteiten en elektronisch geld.

1b.1 | De kandidaat kan de belangrijkste kenmerken noemen van een betaalrekening op één of meer namen. | K

1b.2 | De kandidaat kan de procedure voor het openen van een betaalrekening uitleggen. | B

1b.3 | De kandidaat kan BKR-, EVA- VIS- en UBO-toetsing omschrijven en de doelstelling van de toetsing aangeven. | K

1b.4 | De kandidaat kan de producten voor toonbankbetaling beschrijven (zoals chartaal geld, contactloos betalen, pinbetaling en creditcard). | K

1b.5 | De kandidaat kan de producten voor girale betaling beschrijven (gewone overboeking, internetbetaling, incasso, acceptgiro en periodieke overboeking). | K

1b.6 | De kandidaat kan de drie spaarmotieven (zekerheidsmotief, doelmotief en vermogensmotief) beschrijven. | K

1b.7 | De kandidaat kan uitleggen waarom een bank spaargeld aantrekt. | B

1b.8 | De kandidaat kan de kenmerken van de meest gangbare spaarrekeningen kort omschrijven. | K

1b.9 | De kandidaat kan vormen van niet-direct opneembaar spaargeld noemen. | K

1b.10 | De kandidaat kan het verschil uitleggen tussen sparen, beleggen en investeren. | B

1b.11 | De kandidaat kan noemen op welke wijze een klant geld kan boeken op of onttrekken aan een spaarrekening. | K

1b.12 | De kandidaat kan in hoofdlijnen omschrijven in welke gevallen banksparen fiscaal gefaciliteerd kan worden. | K

1b.13 | De kandidaat kan in hoofdlijnen omschrijven wat de fiscale consequenties zijn van banksparen. | K

1b.14 | De kandidaat kan het verband aangeven tussen de spaarvorm en de hoogte van de rentevergoeding (incl. internetspaarrekening). | B

1b.15 | De kandidaat kan de drie aspecten noemen (liquiditeit, rendement en risico), die de voorkeur van een klant voor een bepaald spaarproduct bepalen. | K

1b.16 | De kandidaat kan de verschillen tussen een besloten en open beleggingsfonds noemen. | K

1b.17 | De kandidaat kan de beleggingscategorieën noemen (aandelen, obligaties, vastgoed, liquide middelen, derivaten en beleggingsobjecten) en op hoofdlijnen omschrijven. | K

1b.18 | De kandidaat kan rangorde aanbrengen in de beleggingscategorieën op basis van het risico. | B

1b.19 | De kandidaat kan uitleggen welke invloed een rentebeweging heeft op aandelen- en obligatiekoersen. | B

1b.20 | De kandidaat kan noemen voor wie het depositogarantiestelsel bedoeld is. | K

1b.21 | De kandidaat kan de dekking en de functie van het depositogarantiestelsel omschrijven. | K

1b.22 | De kandidaat kan uitleggen wat een boedelrekening is en wie gerechtigd is of zijn om een dergelijke rekening te openen. | B

Vaardigheden

Vaardigheid (V) De kandidaat kan: | Norm/Resultaat/Prestatie-indicator | Toelichting op vaktechnische of communicatieve aspecten van de vaardigheid of omstandigheden rond de vaardigheid

Eindterm 2a De persoon beschikt over het vermogen om te rekenen in vereiste situaties.

2a.1 Eenvoudige berekeningen maken. | Eenvoudige berekeningen maken. Deze berekeningen kunnen onder meer betrekking hebben op verschillende verzekerings- of bancaire producten, belastingen of de wettelijke verdeling bij erfrecht. Kandidaat gebruikt indien nodig een rekenmachine, tabellen, etc. | In de praktijk zijn dit soort berekeningen vaak geautomatiseerd. De kandidaat moet de berekening kunnen uitleggen aan de klant en zelf kunnen maken.

Eindterm 2b De persoon beschikt over het vermogen om de juiste gegevens voor het (intake)gesprek te inventariseren en te verwerken.

2b.1 Identiteit klant controleren. | Is alert dat juiste document(en) getoond worden, onderkent vervalsingen. Raadpleegt, indien daartoe aanleiding is, databestanden voor identiteitsverificatie. Signaleert mogelijke onjuistheden en meldt dit volgens de procedure. Bepaalt, in geval van stichting of vennootschap, vanuit KvK-informatie en/of statuten of de persoon tekenbevoegd is. | Diverse manieren en documenten kunnen van toepassing zijn.

2b.2 Balanspositie en/of inkomsten-uitgaven-overzicht opstellen. | Op basis van de klantgegevens een overzicht opstellen van bezittingen, schulden en persoonlijk vermogen. | Het betreft in deze module alleen eenvoudige balansposities en inkomsten/uitgavenoverzichten. Eventueel met behulp van rekenmachine.

2b.3 Eenvoudige factuur of declaratie opstellen. | Is in staat om een factuur op te stellen. Legt klant opzet declaratie/factuur uit, verantwoordt de geleverde diensten. | Berekeningen zijn in de praktijk geautomatiseerd. Grondslagen voor de berekening, zoals maand, jaar, 365 dagen en dergelijke, zijn in de praktijk gegeven bij de diverse producten. Is bekend met BTW en assurantiebelasting.

2b.4 Financiële overeenkomst vastleggen. | Werkt volgens regels en procedures en nauwkeurig. Is flexibel met betrekking tot het hanteren van verschillende regels en procedures voor verschillende product- en dienstencombinaties. Legt overeenkomst op de juiste wijze vast in systemen. | Inzake een groot aantal producten en diensten, zoals betalen, sparen, verzekeren, financieringen en beleggingen, worden standaard documenten aangemaakt, opgestuurd en vastgelegd.

Competenties

Competentie (C) De kandidaat kan: | Context | Kritische kenmerken van de situatie | Waardering door de kandidaat

Eindterm 3a De persoon demonstreert en/of bewijst dat hij een zakelijk (intake)gesprek kan voeren met de klant.

Regeling
Regeling eindtermen en toetstermen examens financiële dienstverlening Wft
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-04-2026
BWB-id
BWBR0032957
Versie
2026-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl