wetzoeker

Mandaatregeling rechtspositionele bevoegdheden rechterlijke ambtenaren in opleiding

Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 4 februari 2013, nr. 348683, houdende verlening van mandaat aan de Raad voor de rechtspraak en het College van procureurs-generaal inzake de uitoefening van rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van rechterlijke ambtenaren in opleiding

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
22-02-2013
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0032921
Versie
2013-02-22_0
SHA-256 bron
d5779cf99a1f7d90037d73984b70729036ac31e77b753b30e668da0ded9dbe84

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. de Raad: de Raad voor de rechtspraak, bedoeld in artikel 84 van de Wet op de rechterlijke organisatie;

b. het college: het College van procureurs-generaal, bedoeld in artikel 130 van de Wet op de rechterlijke organisatie;

c. de Minister: de Minister van Veiligheid en Justitie;

d. SSR: Studiecentrum Rechtspleging.

Artikel 2

Aan de Raad en het College gezamenlijk wordt mandaat verleend om namens de Minister besluiten te nemen met betrekking tot de individuele rechtspositie van rechterlijke ambtenaren in opleiding.

Artikel 3

1 Ten aanzien van de in artikel 2 bedoelde bevoegdheden kunnen de Raad en het College gezamenlijk ondermandaat verlenen aan de Raad van eigenaren SSR.

2 De Raad van eigenaren SSR kan het krachtens het eerste lid verleend ondermandaat doorgeven aan de leiding van SSR, met uitzondering van het nemen van beslissingen inzake ontslag, anders dan op eigen verzoek.

3 De leiding van SSR kan krachtens het tweede lid verleend ondermandaat doorgeven aan onder haar ressorterende functionarissen.

4 Verlening of doorgeven van ondermandaat geschiedt schriftelijk en wordt ter kennis gebracht van de minister.

Artikel 4

Het Mandaatbesluit gemeenschappelijke landelijke diensten R.O. en rechterlijke ambtenaren in opleiding van de Minister van Justitie van 28 mei 2002, nr. 5157839/802 (Stcrt. 2002, 101), wordt ingetrokken,

Artikel 5

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 6

Deze regeling wordt aangehaald als: Mandaatregeling rechtspositionele bevoegdheden rechterlijke ambtenaren in opleiding.