wetzoeker

Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 4 februari 2013, nr. WJZ/13010648, houdende aanwijzing van categorieën van productie-installaties voor de stimulering van duurzame energieproductie in het jaar 2013

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
13-02-2014
Rechtsgebied
Ondernemingspraktijk
Ministerie
Economische Zaken
BWB-id
BWBR0032881
Versie
2014-02-13_0
SHA-256 bron
13be93d78f963be9d422cb6e48da1ba924ca53d1efbaf9f7ec80165fa6a9817a

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (105)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 14
  15. Artikel 15
  16. Artikel 16
  17. Artikel 17
  18. Artikel 18
  19. Artikel 19
  20. Artikel 20
  21. Artikel 21
  22. Artikel 22
  23. Artikel 23
  24. Artikel 24
  25. Artikel 25
  26. Artikel 26
  27. Artikel 27
  28. Artikel 28
  29. Artikel 29
  30. Artikel 30
  31. Artikel 31
  32. Artikel 32
  33. Artikel 33
  34. Artikel 34
  35. Artikel 35
  36. Artikel 36
  37. Artikel 37
  38. Artikel 38
  39. Artikel 39
  40. Artikel 40
  41. Artikel 41
  42. Artikel 42
  43. Artikel 43
  44. Artikel 44
  45. Artikel 45
  46. Artikel 46
  47. Artikel 47
  48. Artikel 48
  49. Artikel 49
  50. Artikel 50
  51. Artikel 51
  52. Artikel 52
  53. Artikel 53
  54. Artikel 54
  55. Artikel 55
  56. Artikel 56
  57. Artikel 57
  58. Artikel 58
  59. Artikel 59
  60. Artikel 60
  61. Artikel 61
  62. Artikel 62
  63. Artikel 63
  64. Artikel 64
  65. Artikel 65
  66. Artikel 66
  67. Artikel 67
  68. Artikel 68
  69. Artikel 69
  70. Artikel 70
  71. Artikel 71
  72. Artikel 72
  73. Artikel 73
  74. Artikel 74
  75. Artikel 75
  76. Artikel 76
  77. Artikel 77
  78. Artikel 78
  79. Artikel 79
  80. Artikel 80
  81. Artikel 81
  82. Artikel 82
  83. Artikel 83
  84. Artikel 84
  85. Artikel 85
  86. Artikel 86
  87. Artikel 87
  88. Artikel 88
  89. Artikel 89
  90. Artikel 90
  91. Artikel 91
  92. Artikel 92
  93. Artikel 93
  94. Artikel 94
  95. Artikel 95
  96. Artikel 96
  97. Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013
  98. Artikel 1
  99. Artikel 2
  100. Artikel 3
  101. Artikel 4
  102. Artikel 5
  103. Artikel 6
  104. Artikel 7
  105. Artikel 8

§ 1 — Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

– algemene uitvoeringsregeling: de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie;

– allesvergisting: de biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van de nummers 410, 420, 500, 550 tot en met 559;

– besluit: het Besluit stimulering duurzame energieproductie;

– groen gas hub: een verzameling van productie-installaties voor de productie van hernieuwbaar gas waarvoor voor de invoeding van het hernieuwbaar gas op een gasnet gezamenlijk een of meerdere aansluitingen worden gebruikt, waarmee gezamenlijk hernieuwbare warmte wordt geproduceerd die nuttig wordt gebruikt of waarmee gezamenlijk hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd die op een elektriciteitsnet of installatie, met uitzondering van de productie-installatie, wordt ingevoed;

– minister: de Minister van Economische Zaken;

– NTA 8003: 2008: de Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidde op 31 december 2008;

– richtlijn hernieuwbare energie: richtlijn nr. 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PbEU 2009, L 140);

– thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa: de omzetting van vaste of vloeibare biomassa door middel van:

1°. verbranding,

2°. een andere thermische behandeling dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand of

3°. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling;

– valhoogte: het verschil in waterpeil voor en achter de installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht waarbij het maximaal elektrisch ontwerpvermogen van de turbine of de generator wordt gerealiseerd;

– vergisting en co-vergisting van dierlijke mest: de biologische afbraakreacties van in hoofdzaak verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, al dan niet aangevuld met een of meer producten genoemd in de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, waarbij het restant na vergisting als meststof mag worden verhandeld;

– vergisting van meer dan 95% dierlijke mest: de biologische afbraakreacties van verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, waarbij minder dan 5% van de massa toegevoegde stoffen per kalenderjaar een andere stof, genoemd in de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, is dan verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, waarbij het restant na vergisting als meststof mag worden verhandeld;

– nominaal vermogen: het maximale vermogen van de productie-installatie dat onder nominale condities benut kan worden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en/of hernieuwbare warmte en/of hernieuwbaar gas en wat door de leverancier gegarandeerd wordt bij continue gebruik. In het geval van geothermische productie-installaties dient het nominaal vermogen te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van ten minste 50%.

§ 2 — Algemene bepalingen

Artikel 2

1 Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte op grond van de artikelen 3, eerste lid, 5, eerste lid, 7, eerste lid, 9, eerste lid, 11, eerste lid, 13, eerste lid, 15, eerste lid, 17, eerste lid, 37, eerste lid, 39, eerste lid, 41, eerste lid, 43, eerste lid, 60, eerste lid, 62, eerste lid, 64, eerste lid, 66, eerste lid, 68, eerste lid, 70, eerste lid, 72, eerste lid, 74, eerste lid, 76, eerste lid, 78, eerste lid en 80, eerste lid, die is aangevraagd in de periode van 4 april 2013, 9:00 uur, tot 19 december 2013, 17:00 uur, bedraagt € 3.000.000.000,00.

2 De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

3 Per categorie productie-installaties kan in de periode, genoemd in het eerste lid, per adres waarop een productie-installatie wordt geplaatst maximaal één aanvraag worden ingediend.

4 De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte door een productie-installatie van een categorie als bedoeld in het eerste lid indien op het moment van indienen van de aanvraag geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie is verkregen voor het plaatsen van de productie-installatie.

5 Een subsidie als bedoeld in het eerste lid van meer dan € 400.000.000,00 wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen zes weken na afgifte van deze beschikking een uitvoeringsovereenkomst overeenkomstig de overeenkomst opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1 tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidie-aanvrager.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1 — Waterkracht

Artikel 3

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door middel van hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt:

a. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter, of

b. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter, die ingrijpend zijn gerenoveerd en waarbij ten minste de turbines nieuw zijn.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, tweede en vierde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

4 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, tweede lid, onderdeel c, vierde lid, onderdeel b, en vijfde lid, van het besluit.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1 — Waterkracht

Artikel 4

1 Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.2 — Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 5

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater, gebruik makende van thermische drukhydrolyse, waarbij ten minste het deel van de productie-installatie dat bedoeld is voor thermische drukhydrolyse nieuw is.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vijfde lid, 15, tweede en vierde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.2 — Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 6

1 Subsidie als bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.3 — Wind op land

Artikel 7

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die niet is opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone:

a. met een nominaal vermogen per turbine kleiner dan 6,0 MW;

b. met een nominaal vermogen per turbine gelijk aan of groter dan 6,0 MW.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, vierde lid, en 56, eerste lid, van het besluit.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.3 — Wind op land

Artikel 8

1 Subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 7, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.4 — Wind in meer

Artikel 9

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die niet is opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone en waarvan de fundering in een meer van minimaal één vierkante kilometer staat.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, vierde lid, en 56, eerste lid, van het besluit.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.4 — Wind in meer

Artikel 10

1 Subsidie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 9, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Fotovoltaïsche zonnepanelen

Artikel 11

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie met een totaal vermogen groter dan of gelijk aan 15 kWp, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen, die is aangesloten op een elektriciteitsnet via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, tweede en vierde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Fotovoltaïsche zonnepanelen

Artikel 12

1 Subsidie als bedoeld in artikel 11, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 11, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1 — Wind op zee

Artikel 13

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, vierde lid, en 56, eerste lid, van het besluit.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.1 — Wind op zee

Artikel 14

1 Subsidie als bedoeld in artikel 13, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 13, eerste lid, binnen 5 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.2 — Osmose

Artikel 15

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt gegenereerd door middel van het verschil in zoutconcentratie tussen twee watermassa’s.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, tweede en vierde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.2 — Osmose

Artikel 16

1 Subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 15, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.3 — Vrije stromingsenergie

Artikel 17

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt in installaties met een valhoogte kleiner dan 50 centimeter.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, tweede en vierde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.6.3 — Vrije stromingsenergie

Artikel 18

1 Subsidie als bedoeld in artikel 17, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 17, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.7 — Maximaal aantal vollasturen, basisbedragen en basiselektriciteitsprijs voor productie van hernieuwbare elektriciteit

Artikel 19

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit:

a. het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren, en

b. de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag.

1 | 2 | 3 | 4

Artikel regeling | Omschrijving categorie | Maximaal aantal vollasturen | Basiselektriciteitsprijs artikel 12, eerste lid, van het besluit

artikel 3, eerste lid, onderdeel a | Waterkracht nieuw | 7000 uren per jaar | € 0,047 per kWh

artikel 3, eerste lid, onderdeel b | Waterkracht renovatie | 4300 uren per jaar | € 0,047 per kWh

artikel 5, eerste lid | Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties thermische drukhydrolyse | 8000 uren per jaar | € 0,047 per kWh

artikel 7, eerste lid, onderdeel a | Wind op land < 6,0 MW | 1760 uren per jaar | € 0,054 per kWh

artikel 7, eerste lid, onderdeel b | Wind op land ≥ 6,0 MW | 2400 uren per jaar | € 0,054 per kWh

artikel 9, eerste lid | Wind in meer | 2560 uren per jaar | € 0,054 per kWh

artikel 11, eerste lid | Fotovoltaïsche zonnepanelen | 1000 uren per jaar | € 0,055 per kWh

artikel 13, eerste lid | Wind op zee | 3200 uren per jaar | € 0,054994 per kWh

artikel 15, eerste lid | Osmose | 8000 uren per jaar | € 0,047 per kWh

artikel 17, eerste lid | Vrije stromingsenergie | 2800 uren per jaar | € 0,047 per kWh

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.7 — Maximaal aantal vollasturen, basisbedragen en basiselektriciteitsprijs voor productie van hernieuwbare elektriciteit

Artikel 20

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, in de periode van de datum en het tijdstip genoemd in de derde kolom tot 19 december 2013, 17:00 uur voor de productie van hernieuwbare elektriciteit vastgesteld op het in de vierde kolom genoemde bedrag.

1 | 2 | 3 | 4

Artikel regeling | Omschrijving categorie | Begin periode | Basisbedrag artikel 11, eerste lid, van het besluit

artikel 3, eerste lid, onderdeel a | Waterkracht nieuw | 30 september 2013, 17:00 uur | € 0,118 per kWh

artikel 3, eerste lid, onderdeel b | Waterkracht renovatie | 4 april 2013, 09:00 uur | € 0,062 per kWh

artikel 5, eerste lid | Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties thermische drukhydrolyse | 2 september 2013, 17:00 uur | € 0,096 per kWh

artikel 7, eerste lid, onderdeel a | Wind op land < 6,0 MW | 2 september 2013, 17:00 uur | € 0,119 per kWh

artikel 7, eerste lid, onderdeel b | Wind op land ≥ 6,0 MW | 2 september 2013, 17:00 uur | € 0,116 per kWh

artikel 9, eerste lid | Wind in meer | 30 september 2013, 17:00 uur | € 0,153 per kWh

artikel 11, eerste lid | Fotovoltaïsche zonnepanelen | 4 november 2013, 17:00 uur | € 0,148 per kWh

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.8 — Vrije categorie › § 3.8.1 — Vrije categorie fase 1

Artikel 21

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. artikel 3, eerste lid, onderdeel a;

b. artikel 5, eerste lid;

c. artikel 7, eerste lid;

d. artikel 9, eerste lid;

e. artikel 11, eerste lid;

f. artikel 13, eerste lid;

g. artikel 15, eerste lid, en

h. artikel 17, eerste lid

worden, in afwijking van artikel 20, ontvangen in de periode van 4 april 2013, 9:00 uur, tot 13 mei 2013, 17:00 uur.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.8 — Vrije categorie › § 3.8.1 — Vrije categorie fase 1

Artikel 22

In afwijking van artikel 19 bedraagt het maximaal aantal vollasturen:

a. voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, waarvoor de aanvraag is ontvangen in de periode, genoemd in artikel 21: 2640 uren per jaar, en

b. voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, waarvoor de aanvraag is ontvangen in de periode, genoemd in artikel 21: 2880 uren per jaar.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.8 — Vrije categorie › § 3.8.1 — Vrije categorie fase 1

Artikel 23

1 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 21, onderdelen a, b, e, g en h bedraagt in de periode, genoemd in artikel 21: € 0,070 per kWh.

2 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 21, onderdelen c, d en f bedraagt in de periode, genoemd in artikel 21: € 0,0875 per kWh.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.8 — Vrije categorie › § 3.8.2 — Vrije categorie fase 2

Artikel 24

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. artikel 3, eerste lid, onderdeel a;

b. artikel 5, eerste lid;

c. artikel 7, eerste lid;

d. artikel 9, eerste lid;

e. artikel 11, eerste lid;

f. artikel 13, eerste lid;

g. artikel 15, eerste lid, en

h. artikel 17, eerste lid

worden, in afwijking van artikel 20, ontvangen in de periode van 13 mei 2013, 17:00 uur, tot 17 juni 2013, 17:00 uur.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.8 — Vrije categorie › § 3.8.2 — Vrije categorie fase 2

Artikel 25

In afwijking van artikel 19 bedraagt het maximaal aantal vollasturen:

a. voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, waarvan de aanvraag is ontvangen in de periode, genoemd in artikel 24: 2240 uren per jaar; en

b. voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, waarvan de aanvraag is ontvangen in de periode, genoemd in artikel 24: 2880 uren per jaar.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.8 — Vrije categorie › § 3.8.2 — Vrije categorie fase 2

Artikel 26

1 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 24, onderdelen a, b, e, g en h, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 24: € 0,080 per kWh.

2 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 24, onderdelen c, d en f, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 24: € 0,1000 per kWh.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.8 — Vrije categorie › § 3.8.3 — Vrije categorie fase 3

Artikel 27

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. artikel 3, eerste lid, onderdeel a;

b. artikel 5, eerste lid;

c. artikel 7, eerste lid;

d. artikel 9 eerste lid;

e. artikel 11, eerste lid;

f. artikel 13, eerste lid;

g. artikel 15, eerste lid, en

h. artikel 17, eerste lid

worden, in afwijking van artikel 20, ontvangen in de periode van 17 juni 2013, 17:00 uur, tot 2 september 2013, 17:00 uur.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.8 — Vrije categorie › § 3.8.3 — Vrije categorie fase 3

Artikel 28

In afwijking van artikel 19 bedraagt het maximaal aantal vollasturen:

a. voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, waarvoor de aanvraag is ontvangen in de periode, genoemd in artikel 27: 1920 uren per jaar, en

b. voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, waarvoor de aanvraag is ontvangen in de periode, genoemd in artikel 27: 2504 uren per jaar.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.8 — Vrije categorie › § 3.8.3 — Vrije categorie fase 3

Artikel 29

1 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 27, onderdelen a, b, e, g en h, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 27: € 0,090 per kWh.

2 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 27, onderdelen c, d en f, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 27: € 0,1125 per kWh.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.8 — Vrije categorie › § 3.8.4 — Vrije categorie fase 4

Artikel 30

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. artikel 3, eerste lid, onderdeel a;

b. artikel 9, eerste lid;

c. artikel 11, eerste lid;

d. artikel 13, eerste lid;

e. artikel 15, eerste lid, en

f. artikel 17, eerste lid

worden, in afwijking van artikel 20, ontvangen in de periode van 2 september 2013, 17:00 uur, tot 30 september 2013, 17:00 uur.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.8 — Vrije categorie › § 3.8.4 — Vrije categorie fase 4

Artikel 31

1 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 30, onderdelen a, c, e, en f, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 30: € 0,110 per kWh.

2 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 30, onderdelen b en d, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 30: € 0,1375 per kWh.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.8 — Vrije categorie › § 3.8.5 — Vrije categorie fase 5

Artikel 32

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. artikel 11, eerste lid;

b. artikel 13, eerste lid;

c. artikel 15, eerste lid, en

d. artikel 17, eerste lid

worden, in afwijking van artikel 20, ontvangen in de periode van 30 september 2013, 17:00 uur, tot 4 november 2013, 17:00 uur.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.8 — Vrije categorie › § 3.8.5 — Vrije categorie fase 5

Artikel 33

1 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 32, onderdelen a, c en d, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 32: € 0,130 per kWh.

2 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 32, onderdeel b, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 32: € 0,1625 per kWh.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.8 — Vrije categorie › § 3.8.6 — Vrije categorie fase 6

Artikel 34

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. artikel 13, eerste lid;

b. artikel 15, eerste lid, en

c. artikel 17, eerste lid

worden, in afwijking van artikel 20, ontvangen in de periode van 4 november, 17:00 uur, tot 19 december 2013, 17:00 uur.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.8 — Vrije categorie › § 3.8.6 — Vrije categorie fase 6

Artikel 35

1 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 34, onderdeel a, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 34: € 0,1875 per kWh.

2 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 34, onderdelen b en c, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 34: € 0,150 per kWh.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.9 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare elektriciteit

Artikel 36

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2013 vastgesteld op:

a. voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het in de derde kolom genoemde bedrag, en

b. voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit op het in het vierde kolom genoemde bedrag.

1 | 2 | 3 | 4

Artikel regeling | Omschrijving categorie | Correctiebedrag art. 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit | Correctiebedrag art. 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit

artikel 3, eerste lid | Waterkracht | € 0,048 per kWh | € 0 per kWh

artikel 5, eerste lid | Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties | € 0,048 per kWh | € 0 per kWh

artikel 7, eerste lid | Wind op land | € 0,055 per kWh | € 0 per kWh

artikel 9, eerste lid | Wind in meer | € 0,055 per kWh | € 0 per kWh

artikel 11, eerste lid | Fotovoltaïsche zonnepanelen | € 0,055 per kWh | € 0 per kWh

artikel 13, eerste lid | Wind op zee | € 0,055570 per kWh | € 0 per kWh

artikel 15, eerste lid | Osmose | € 0,048 per kWh | € 0 per kWh

artikel 17, eerste lid | Vrije stromingsenergie | € 0,048 per kWh | € 0 per kWh

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.1 — Biomassavergisting

Artikel 37

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door:

a. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is;

b. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is, of

c. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting van meer dan 95% dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vijfde lid, 32, tweede en vierde lid, en 56, eerste lid, van het besluit.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.1 — Biomassavergisting

Artikel 38

1 Subsidie als bedoeld in artikel 37, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 37, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.2 — Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 39

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater, waarbij ten minste de opwerkinstallatie waarmee biogas op aardgaskwaliteit wordt gebracht nieuw is.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vijfde lid, 32, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.2 — Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 40

1 Subsidie als bedoeld in artikel 39, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 39, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.3 — Verlengde levensduur bestaande installaties

Artikel 41

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een bestaande productie-installatie die op het moment van aanvraag ten minste 8,5 jaar oud is:

a. waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, of

b. waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel d, tweede lid, onderdeel a, vijfde lid, 32, tweede lid en vierde lid, en 56, eerste lid, van het besluit.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.3 — Verlengde levensduur bestaande installaties

Artikel 42

1 Subsidie als bedoeld in artikel 41, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar, die niet eerder ingaat dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 41, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening opnieuw in gebruik.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.4 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie: Biomassavergassing

Artikel 43

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008, door middel van vergassing.

2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.

4 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 32, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.4 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie: Biomassavergassing

Artikel 44

1 Subsidie als bedoeld in artikel 43, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 43, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.5 — Maximaal aantal vollasturen, basisbedragen en basisenergieprijs voor productie van hernieuwbaar gas

Artikel 45

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt, voor de productie van hernieuwbaar gas:

a. het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren, en

b. de basisgasprijs, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag.

1 | 2 | 3 | 4

Artikel regeling | Omschrijving categorie | Maximaal aantal vollasturen | Basisgasprijs artikel 29, eerste lid, van het besluit

artikel 37, eerste lid | Biomassavergisting | 8000 uren per jaar | € 0,170 per Nm³

Artikel 39, eerste lid | Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties | 8000 uren per jaar | € 0,170 per Nm³

artikel 41, eerste lid | Verlengde levensduur bestaande installaties | 8000 uren per jaar | € 0,170 per Nm³

artikel 43, eerste lid | Biomassavergas-sing | 7500 uren per jaar | € 0,170 per Nm³

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.5 — Maximaal aantal vollasturen, basisbedragen en basisenergieprijs voor productie van hernieuwbaar gas

Artikel 46

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 28, eerste lid, van het besluit, in de periode van de datum en het tijdstip genoemd in de derde kolom tot 19 december 2013, 17:00 uur, voor de productie van hernieuwbaar gas, vastgesteld op het in de vierde kolom genoemde bedrag.

1 | 2 | 3 | 4

Artikel regeling | Omschrijving categorie | Periode | Basisbedrag artikel 28, eerste lid, van het besluit

artikel 37, eerste lid, onderdeel a | Allesvergisting | 17 juni 2013, 17:00 | € 0,594 per Nm³

artikel 37, eerste lid, onderdeel b | Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest | 2 september 2013, 17:00 | € 0,740 per Nm³

artikel 37, eerste lid, onderdeel c | Vergisting van meer dan 95% dierlijke mest | 30 september 2013, 17:00 | € 0,836 per Nm³

Artikel 39, eerste lid | Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties | 4 april 2013, 9:00 | € 0,312 per Nm³

Artikel 41, eerste lid, onderdeel a | Verlengde levensduur allesvergisting | 17 juni 2013, 17:00 | € 0,567 per Nm³

Artikel 41, eerste lid, onderdeel b | Verlengde levensduur vergisting en co-vergisting van dierlijke mest | 2 september 2013, 17:00 | € 0,656 per Nm³

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.6 — Vrije categorie › § 4.6.1 — Vrije categorie fase 1

Artikel 47

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. artikel 37, eerste lid, onderdelen a en b;

b. artikel 41, eerste lid, en

c. artikel 43, eerste lid

worden, in afwijking van artikel 46, ontvangen in de periode van 4 april 2013, 9:00 uur, tot 13 mei 2013, 17:00 uur.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.6 — Vrije categorie › § 4.6.1 — Vrije categorie fase 1

Artikel 48

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 47 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 47, € 0,4828 per Nm3.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.6 — Vrije categorie › § 4.6.2 — Vrije categorie fase 2

Artikel 49

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. artikel 37, eerste lid, onderdelen a en b;

b. artikel 41, eerste lid, en

c. artikel 43, eerste lid

worden, in afwijking van artikel 46, ontvangen in de periode van 13 mei 2013, 17:00 uur, tot 17 juni 2013, 17:00 uur.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.6 — Vrije categorie › § 4.6.2 — Vrije categorie fase 2

Artikel 50

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 49 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 49, € 0,5517 per Nm3.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.6 — Vrije categorie › § 4.6.3 — Vrije categorie fase 3

Artikel 51

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. artikel 37, eerste lid, onderdeel b;

b. artikel 41, eerste lid, onderdeel b, en

c. artikel 43, eerste lid

worden, in afwijking van artikel 46, ontvangen in de periode van 17 juni 2013, 17:00 uur, tot 2 september 2013, 17:00 uur.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.6 — Vrije categorie › § 4.6.3 — Vrije categorie fase 3

Artikel 52

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 51 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 51, € 0,6207 per Nm3.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.6 — Vrije categorie › § 4.6.4 — Vrije categorie fase 4

Artikel 53

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. artikel 37, eerste lid, onderdeel c, en

b. artikel 43, eerste lid

worden, in afwijking van artikel 46, ontvangen in de periode van 2 september 2013, 17:00 uur, tot 30 september 2013, 17:00 uur.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.6 — Vrije categorie › § 4.6.4 — Vrije categorie fase 4

Artikel 54

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 53 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 53, € 0,7586 per Nm3.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.6 — Vrije categorie › § 4.6.5 — Vrije categorie fase 5

Artikel 55

Aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 43, eerste lid, worden, in afwijking van artikel 46, ontvangen in de periode van 30 september 2013, 17:00 uur, tot 4 november 2013, 17:00 uur.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.6 — Vrije categorie › § 4.6.5 — Vrije categorie fase 5

Artikel 56

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 55 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 55 € 0,8966 per Nm3.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.6 — Vrije categorie › § 4.6.6 — Vrije categorie fase 6

Artikel 57

Aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 43, eerste lid, worden, in afwijking van artikel 46, ontvangen in de periode van 4 november 2013, 17:00 uur, tot 19 december 2013, 17:00 uur.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.6 — Vrije categorie › § 4.6.6 — Vrije categorie fase 6

Artikel 58

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 57, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 57, € 1,0345 per Nm3.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.7 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbaar gas

Artikel 59

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2013 vastgesteld op:

a. voor wat betreft de energieprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het in de derde kolom genoemde bedrag, en

b. voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit op het in het vierde kolom genoemde bedrag.

1 | 2 | 3 | 4

Artikel regeling | Omschrijving categorie | Correctiebedrag art. 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit | Correctiebedrag art. 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit

artikel 37, eerste lid | Biomassavergisting | € 0,259 per Nm3 | € 0 per Nm3

artikel 39, eerste lid | Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties | € 0,259 per Nm3 | € 0 per Nm3

artikel 41, eerste lid | Verlengde levensduur bestaande installaties | € 0,259 per Nm3 | € 0 per Nm3

artikel 43, eerste lid | Biomassavergas-sing | € 0,259 per Nm3 | € 0 per Nm3

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.1 — Ketel vaste of vloeibare biomassa warmte

Artikel 60

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MW, voor de productie van warmte door middel van verbranding van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008 in een ketel.

2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

4 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

5 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.1 — Ketel vaste of vloeibare biomassa warmte

Artikel 61

1 Subsidie als bedoeld in artikel 60, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 60, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.2 — Geothermie warmte

Artikel 62

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door:

a. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van een of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 500 meter.

b. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van een of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 2700 meter.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 7.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.2 — Geothermie warmte

Artikel 63

1 Subsidie als bedoeld in artikel 62, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 62, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.3 — Geothermie gecombineerde opwekking

Artikel 64

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend door middel van een of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 500 meter, waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 5% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 7.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 48, tweede en vijfde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.3 — Geothermie gecombineerde opwekking

Artikel 65

1 Subsidie als bedoeld in artikel 64, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 61, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.4 — Uitbreiding bestaande afvalverbranding met warmte

Artikel 66

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de productie van hernieuwbare warmte die voor het eerst nuttig wordt gebruikt aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van een productie-installatie die de hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend of in hoofdzaak produceert door middel van:

a. de verbranding van huishoudelijk afval of vergelijkbaar bedrijfsafval, of

b. een andere thermische behandeling van huishoudelijk afval of vergelijkbaar bedrijfsafval dan bedoeld in onderdeel a ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vierde lid onderdeel d, vijfde lid, 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.4 — Uitbreiding bestaande afvalverbranding met warmte

Artikel 67

1 Subsidie als bedoeld in artikel 66, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de hernieuwbare warmte opgewekt door de productie-installatie, bedoeld in artikel 66, eerste lid, nuttig wordt gebruikt binnen 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.5 — Ketel vloeibare biomassa warmte

Artikel 68

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MW voor de productie van warmte door middel van verbranding van vloeibare biomassa als bedoeld in de nummers 500, 550 t/m 573, 587, 592, 594, 596 en 802 van de NTA 8003: 2008 in een ketel.

2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

4 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vijfde lid, 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.5 — Ketel vloeibare biomassa warmte

Artikel 69

1 Subsidie als bedoeld in artikel 68, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 68, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.6 — Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 70

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008:

a. met een nominaal elektrisch vermogen groter dan 10 MW en kleiner dan of gelijk aan 100 MW en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 10% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt, of

b. met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 10 MW en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 6% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.

2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

4 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

5 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 48, tweede en vijfde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.6 — Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 71

1 Subsidie als bedoeld in artikel 70, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 70, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.7 — Bestaande toepassing biomassa uitbreiding warmte

Artikel 72

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de productie van hernieuwbare warmte die voor het eerst nuttig wordt gebruikt aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte die de hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte produceert door middel van:

a. een productie-installatie waarmee elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting;

b. een productie-installatie waarmee elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest of door middel van vergisting op een landbouwbedrijf van uitsluitend plantaardige stoffen vermeld onder de categorieën A tot en met G1 onder categorie 1 van Bijlage Aa, onderdeel IV van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, of

c. een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa.

2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, onderdeel c, draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

4 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel a, tweede lid, onderdeel d, derde lid, onderdeel a, en vijfde lid, 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

5 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, worden, indien subsidie is verstrekt op grond van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2008, aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel a, van het besluit.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.7 — Bestaande toepassing biomassa uitbreiding warmte

Artikel 73

1 Subsidie als bedoeld in artikel 72, eerste lid, wordt voor een periode van 5 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de hernieuwbare warmte, opgewekt door de productie-installatie, bedoeld in artikel 72, eerste lid, nuttig wordt gebruikt binnen 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.8 — Zonthermie

Artikel 74

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte uit zonne-energie, waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van afgedekte collectoren voorzien van een transparante isolerende laag, met een totale apertuuroppervlakte van 100 m2 of meer.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.8 — Zonthermie

Artikel 75

1 Subsidie als bedoeld in artikel 74, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 74, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.9 — Verlengde levensduur biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 76

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, geproduceerd door een bestaande productie-installatie die op het moment van aanvraag ten minste 8,5 jaar oud is:

a. waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt;

b. waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt, of

c. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 6% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.

2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, onderdeel c, draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, onderdeel c, draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare.

4 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

5 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel d, tweede lid, onderdeel a, vijfde lid, 48, tweede en vijfde lid en 56 eerste lid, van het besluit.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.9 — Verlengde levensduur biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 77

1 Subsidie als bedoeld in artikel 76, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar, die niet eerder ingaat dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 76, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening opnieuw in gebruik.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.10 — Verlengde levensduur biomassa warmte

Artikel 78

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, geproduceerd door een bestaande productie-installatie die op het moment van aanvraag ten minste 8,5 jaar oud is:

a. waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, of

b. waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel d, tweede lid, onderdeel a, vijfde lid, 48, tweede lid, en 56, eerste lid, van het besluit.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.10 — Verlengde levensduur biomassa warmte

Artikel 79

1 Subsidie als bedoeld in artikel 78, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar, die niet eerder ingaat dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 78, eerste lid, binnen 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.11 — Biomassavergisting hernieuwbare warmte en/of hernieuwbare elektriciteit

Artikel 80

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door:

a. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is;

b. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is;

c. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt;

d. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt, of

e. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting van meer dan 95% dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vijfde lid, 32, vijfde lid, 48, tweede en vijfde lid, en 56, eerste lid, van het besluit.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.11 — Biomassavergisting hernieuwbare warmte en/of hernieuwbare elektriciteit

Artikel 81

1 Subsidie als bedoeld in artikel 80, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 80, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.12 — Maximaal aantal vollasturen, basisbedragen en basisenergieprijzen

Artikel 82

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt, voor de productie van hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte:

a. het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren, en

b. de basisenergieprijs, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag.

1 | 2 | 3 | 4

Artikel regeling | Omschrijving categorie | Maximaal aantal vollasturen | Basisenergieprijs artikel 45, eerste lid, van het besluit

artikel 60, eerste lid | Ketel vaste biomassa warmte | 7000 uren per jaar | € 6,4 per GJ

artikel 62, eerste lid | Geothermie warmte | 5500 uren per jaar | € 3,7 per GJ

artikel 64, eerste lid | Geothermie gecombineerde opwekking | 4158 uren per jaar | € 5,5 per GJ

artikel 66, eerste lid | Uitbreiding bestaande afvalverbranding met warmte | 3780 uren per jaar | € 6,9 per GJ

artikel 68, eerste lid | Ketel vloeibare biomassa warmte | 7000 uren per jaar | € 6,4 per GJ

artikel 70, eerste lid, onderdeel a | Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking >10 MW en ≤ 100 MW | 7500 uren per jaar | € 5,2 per GJ

artikel 70, eerste lid, onderdeel b | Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking ≤ 10 MW | 4241 uren per jaar | € 6,5 per GJ

artikel 72, eerste lid, onderdelen a en c | Bestaande toepassing allesvergisting en thermische conversie van biomassa uitbreiding warmte | 7000 uren per jaar | € 3,7 per GJ

artikel 72, eerste lid, onderdeel b | Bestaande toepassing vergisting en co-vergisting van dierlijke mest uitbreiding warmte | 4000 uren per jaar | € 0,0 per GJ

artikel 74, eerste lid | Zonthermie | 700 uren per jaar | € 11,0 per GJ

artikel 76, eerste lid, onderdeel a | Verlengde levensduur allesvergisting gecombineerde opwekking | 5749 uren per jaar | € 9,5 per GJ

artikel 76, eerste lid, onderdeel b | Verlengde levensduur Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest gecombineerde opwekking | 5749 uren per jaar | € 9,5 per GJ

artikel 76, eerste lid, onderdeel c | Verlengde levensduur thermische conversie van biomassa gecombineerde opwekking | 4429 uren per jaar | € 7,1 per GJ

artikel 78, eerste lid | Verlengde levensduur vergisting warmte | 7000 uren per jaar | € 3,7 per GJ

artikel 80, eerste lid, onderdeel a | Allesvergisting warmte | 7000 uren per jaar | € 6,4 per GJ

artikel 80, eerste lid, onderdeel b | Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest warmte | 7000 uren per jaar | € 6,4 per GJ

artikel 80, eerste lid, onderdeel c | Allesvergisting gecombineerde opwekking | 5739 uren per jaar | € 9,4 per GJ

artikel 80, eerste lid, onderdeel d | Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest gecombineerde opwekking | 5732 uren per jaar | € 9,4 per GJ

artikel 80, eerste lid, onderdeel e | Vergisting van meer dan 95% dierlijke mest gecombineerde opwekking | 5741 uren per jaar | € 9,4 per GJ

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.12 — Maximaal aantal vollasturen, basisbedragen en basisenergieprijzen

Artikel 83

1 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van het besluit, in de periode van de datum en het tijdstip genoemd in de derde kolom tot 19 december 2013, 17:00 uur, voor de productie van hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, vastgesteld op het in de vierde kolom genoemde bedrag.

1 | 2 | 3 | 4

Artikel regeling | Omschrijving categorie | Begin periode | Basisbedrag artikel 44 van het besluit

artikel 60, eerste lid | Ketel vaste biomassa warmte | 4 april 2013, 9:00 | € 11,5 per GJ

artikel 66, eerste lid | Uitbreiding bestaande afvalverbranding met warmte | 4 april 2013, 9:00 | € 11,7 per GJ

artikel 68, eerste lid | Ketel vloeibare biomassa warmte | 13 mei 2013, 17:00 | € 21,7 per GJ

artikel 70, eerste lid, onderdeel a | Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking >10 MW en ≤ 100 MW | 13 mei 2013, 17:00 | € 21,8 per GJ

artikel 70, eerste lid, onderdeel b | Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking ≤ 10 MW | 4 november 2013, 17:00 | € 40,9 per GJ

artikel 72, eerste lid, onderdelen a en c | Bestaande toepassing allesvergisting en thermische conversie van biomassa uitbreiding warmte | 4 april 2013, 09:00 | € 6,3 per GJ

artikel 72, eerste lid, onderdeel b | Bestaande toepassing vergisting en co-vergisting van dierlijke mest uitbreiding warmte | 4 april 2013, 09:00 | € 8,2 per GJ

artikel 74, eerste lid | Zonthermie | 30 september 2013, 17:00 | € 33,3 per GJ

artikel 76, eerste lid, onderdeel a | Verlengde levensduur allesvergisting gecombineerde opwekking | 17 juni 2013, 17:00 | € 22,5 per GJ

artikel 76, eerste lid, onderdeel b | Verlengde levensduur Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest gecombineerde opwekking | 2 september 2013, 17:00 | € 26,4 per GJ

artikel 76, eerste lid, onderdeel c | Verlengde levensduur thermische conversie van biomassa gecombineerde opwekking | 4 april 2013, 09:00 | € 18,7 per GJ

artikel 78, eerste lid, onderdeel a | Verlengde levensduur allesvergisting warmte | 4 april 2013, 09:00 | € 14,2 per GJ

artikel 78, eerste lid, onderdeel b | Verlengde levensduur Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest warmte | 4 april 2013, 09:00 | € 17,1 per GJ

artikel 80, eerste lid, onderdeel a | Allesvergisting warmte | 4 april 2013, 9:00 | € 14,7 per GJ

artikel 80, eerste lid, onderdeel b | Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest warmte | 13 mei 2013, 17:00 | € 20,6 per GJ

artikel 80, eerste lid, onderdeel c | Allesvergisting gecombineerde opwekking | 2 september 2013, 17:00 | € 26,0 per GJ

artikel 80, eerste lid, onderdeel d | Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest gecombineerde opwekking | 30 september 2013, 17:00 | € 31,1 per GJ

artikel 80, eerste lid, onderdeel e | Vergisting van meer dan 95% dierlijke mest gecombineerde opwekking | 4 november 2013, 17:00 | € 37,1 per GJ

2 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van het besluit, in de periode van de datum en het tijdstip genoemd in de derde kolom tot 19 december 2013, 17:00 uur, voor de hoeveelheid geproduceerde GJ hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte genoemd in de vierde kolom, vastgesteld op het in de vijfde kolom genoemde bedrag.

1 | 2 | 3 | 4. | 5

Artikel regeling | Omschrijving categorie | Begin periode | Hoeveelheid geproduceerde GJ | Basisbedrag artikel 44 van het besluit

artikel 62, eerste lid, onderdeel a | Geothermie warmte ≥ 500 meter diepte | 4 april 2013, 9:00 | ≤ 245520 GJ per jaar | € 11,8 per GJ

artikel 62, eerste lid, onderdeel a | Geothermie warmte ≥ 500 meter diepte | 4 april 2013, 9:00 | > 245520 GJ per jaar | € 0,0 per GJ

artikel 62, eerste lid, onderdeel b | Geothermie warmte ≥ 2700 meter diepte | 4 april 2013, 9:00 | ≤ 356400 GJ per jaar | € 12,8 per GJ

artikel 62, eerste lid, onderdeel b | Geothermie warmte ≥ 2700 meter diepte | 4 april 2013, 9:00 | > 356400 GJ per jaar | € 0,0 per GJ

artikel 64, eerste lid | Geothermie gecombineerde opwekking | 17 juni 2013, 17:00 | ≤ 178129 GJ per jaar | € 24,0 per GJ

artikel 64, eerste lid | Geothermie gecombineerde opwekking | 17 juni 2013, 17:00 | > 178129GJ per jaar | € 0,0 per GJ

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.13 — Vrije categorie › § 5.13.1 — Vrije categorie fase 1

Artikel 84

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. artikel 64, eerste lid;

b. artikel 68, eerste lid;

c. artikel 70, eerste lid;

d. artikel 74, eerste lid;

e. artikel 76, eerste lid, onderdelen a en b, en

f. artikel 80, eerste lid, onderdelen b tot en met d

worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 4 april 2013, 9:00 uur, tot 13 mei 2013, 17:00 uur.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.13 — Vrije categorie › § 5.13.1 — Vrije categorie fase 1

Artikel 85

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 84 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 84: € 19,444 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.13 — Vrije categorie › § 5.13.2 — Vrije categorie fase 2

Artikel 86

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. artikel 64, eerste lid;

b. artikel 70, eerste lid, onderdeel b;

c. artikel 74, eerste lid;

d. artikel 76, eerste lid, onderdelen a en b, en

e. artikel 80, eerste lid, onderdelen c tot en met d

worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 13 mei 2013, 17:00 uur, tot 17 juni 2013, 17:00 uur.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.13 — Vrije categorie › § 5.13.2 — Vrije categorie fase 2

Artikel 87

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 86 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 86: € 22,222 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.13 — Vrije categorie › § 5.13.3 — Vrije categorie fase 3

Artikel 88

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. artikel 70, eerste lid, onderdeel b;

b. artikel 74, eerste lid;

c. artikel 76, eerste lid, onderdeel b, en

d. artikel 80, eerste lid, onderdelen c tot en met d

worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 17 juni 2013, 17:00 uur, tot 2 september 2013, 17:00 uur.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.13 — Vrije categorie › § 5.13.3 — Vrije categorie fase 3

Artikel 89

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 88 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 88: € 25,000 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.13 — Vrije categorie › § 5.13.4 — Vrije categorie fase 4

Artikel 90

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. artikel 70, eerste lid, onderdeel b;

b. artikel 74, eerste lid, en

c. artikel 80, eerste lid, onderdelen d en e

worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 2 september 2013, 17:00 uur, tot 30 september 2013, 17:00 uur.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.13 — Vrije categorie › § 5.13.4 — Vrije categorie fase 4

Artikel 91

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 90 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 90: € 30,556 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.13 — Vrije categorie › § 5.13.5 — Vrije categorie fase 5

Artikel 92

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. artikel 70, eerste lid, onderdeel b, en

b. artikel 80, eerste lid, onderdeel e

worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 30 september 2013, 17:00 uur, tot 4 november 2013, 17:00 uur.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.13 — Vrije categorie › § 5.13.5 — Vrije categorie fase 5

Artikel 93

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 92 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 92: € 36,111 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.14 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare warmte of gecombineerde opwekking

Artikel 94

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2013 vastgesteld op:

a. voor wat betreft de energieprijs, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het in de derde kolom genoemde bedrag, en

b. voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit op het in het vierde kolom genoemde bedrag.

1 | 2 | 3 | 4

Artikel regeling | Omschrijving categorie | Correctiebedrag artikel 47, eerste lid, onderdeel a van het besluit | Correctiebedrag artikel 47, eerste lid, onderdelen b en c van het besluit

artikel 60, eerste lid | Ketel vaste biomassa warmte | € 9,5 per GJ | € 0 per GJ

artikel 62, eerste lid | Geothermie warmte | € 5,7 per GJ | € 0 per GJ

artikel 64, eerste lid | Geothermie gecombineerde opwekking | € 7,1 per GJ | € 0 per GJ

artikel 66, eerste lid | Uitbreiding bestaande afvalverbranding met warmte | € 10,6 per GJ | € 0 per GJ

artikel 68, eerste lid | Ketel vloeibare biomassa warmte | € 9,5 per GJ | € 0 per GJ

artikel 70, eerste lid, onderdeel a | Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking >10 MW en ≤ 100 MW | € 6,9 per GJ | € 0 per GJ

artikel 70, eerste lid, onderdeel b | Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking ≤ 10 MW | € 7,9 per GJ | € 0 per GJ

artikel 72, eerste lid, onderdelen a en c | Bestaande toepassing allesvergisting en thermische conversie van biomassa uitbreiding warmte | € 5,7 per GJ | € 0 per GJ

artikel 72, eerste lid, onderdeel b | Bestaande toepassing vergisting en co-vergisting van dierlijke mest uitbreiding warmte | € 0 per GJ | € 0 per GJ

artikel 74, eerste lid | Zonthermie | € 14,2 per GJ | € 0 per GJ

artikel 76, eerste lid, onderdelen a en b | Verlengde levensduur allesvergisting en vergisting en co-vergisting van dierlijke mest gecombineerde opwekking | € 10,3 per GJ | € 0 per GJ

artikel 76, eerste lid, onderdeel c | Verlengde levensduur thermische conversie van biomassa gecombineerde opwekking | € 8,4 per GJ | € 0 per GJ

artikel 78, eerste lid | Verlengde levensduur biomassa warmte | € 5,7 per GJ | € 0 per GJ

artikel 80, eerste lid, onderdelen a en b | Biomassavergisting hernieuwbare warmte | € 9,5 per GJ | € 0 per GJ

artikel 80, eerste lid, onderdelen c tot en met e | Biomassavergisting hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit | € 10,3 per GJ | € 0 per GJ

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.14 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare warmte of gecombineerde opwekking

Artikel 95

Deze regeling treedt in werking met ingang van 4 april 2013.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.14 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare warmte of gecombineerde opwekking

Artikel 96

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013.

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013

1. De Staat der Nederlanden, (hierna te noemen: de Staat), te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken;

en

2. ..... ....., gevestigd te ..... (hierna te noemen: Ondernemer);

.....

(hierna te samen ook te noemen: Partijen);

overwegen:

a. de Minister van Economische Zaken heeft blijkens een beschikking met kenmerk ....., hierna te noemen Beschikking, waarvan een kopie als Bijlage A bij deze overeenkomst is gevoegd aan de Ondernemer een subsidie verleend van meer dan € 400 miljoen op grond van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013 (hierna: Regeling).

b. de Beschikking bevat de opschortende voorwaarde dat binnen zes weken na afgifte van de beschikking de onderhavige uitvoeringsovereenkomst, hierna te noemen Uitvoeringsovereenkomst, tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidieaanvrager;

c. de Minister van Economische Zaken beoogt door middel van deze Uitvoeringsovereenkomst te verzekeren dat de Ondernemer de productie-installatie bedoeld in de Beschikking tijdig in gebruik zal nemen.

Partijen komen daartoe het volgende overeen:

Model bankgarantie

DE ONDERGETEKENDE,

....., gevestigd te ....., hierna te noemen de ‘Bank’,

IN AANMERKING NEMENDE DAT:

A. ..... , gevestigd te ..... , (hierna te noemen de Ondernemer) en de STAAT der NEDERLANDEN, (hierna te noemen: Staat), waarvan de zetel is gevestigd te Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door ....., hierbij vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken op ..... de ‘Uitvoeringsovereenkomst duurzame energieproductie Staat/..... ’ (hierna: uitvoeringsovereenkomst) hebben getekend;

B. de Ondernemer volgens artikel 2 van de overeenkomst binnen acht weken nadat deze overeenkomst in werking is getreden ten behoeve van de Staat financiële zekerheid dient te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot € .....,– door de afgifte aan de Staat van een door een bank afgegeven bankgarantie;

C. de Bank bereid is de desbetreffende bankgarantie ten gunste van de Staat te stellen onder de hierna te noemen voorwaarden.

VERKLAART ALS VOLGT

1. De Bank stelt zich hierbij als zelfstandige verbintenis tegenover de Staat onherroepelijk en onvoorwaardelijk garant voor al hetgeen de Staat van de Ondernemer op grond van de uitvoeringsovereenkomst te vorderen heeft tot een maximumbedrag van € .....,–.

2. Deze bankgarantie is een abstracte afroepgarantie. De Bank komt in geen geval een beroep toe op de onderliggende rechtsverhouding tussen de Staat en de Ondernemer als vervat in de Uitvoeringsovereenkomst.

3. De Bank zal op eerste schriftelijk verzoek van de Staat, zonder opgaaf van redenen te verlangen of nader bewijs te vragen, overgaan tot uitbetaling van al hetgeen de Ondernemer, volgens verklaring van de Staat, verschuldigd is uit hoofde van de Uitvoeringsovereenkomst.

4. Deze bankgarantie vervalt uitsluitend door het schriftelijk bericht van de Staat aan de Bank dat de verplichting geheel of gedeeltelijk is vervallen.

5. De Minister van Economische Zaken zendt de bankgarantie zo spoedig mogelijk nadat deze geheel is vervallen retour aan de Bank.

6. Op deze bankgarantie is uitsluitend Nederlands recht van toepassing. Alle geschillen die mochten ontstaan over of naar aanleiding van deze bankgarantie zullen worden beslecht door de bevoegde rechter te ’s-Gravenhage.

7. Indien deze bankgarantie dient te worden geretourneerd geschiedt dat door toezending aan adres: .....

Getekend te

op

De Bank

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013

Artikel 1

De Ondernemer verplicht zich jegens de Staat de productie-installatie tijdig in gebruik te nemen en wel binnen de in artikel 61 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie bedoelde periode of, indien op grond van artikel 62, derde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een ontheffing is verleend, binnen de in de ontheffing opgenomen periode.

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013

Artikel 2

De Ondernemer verplicht zich om tot zekerheid voor de nakoming van de in artikel 1 bedoelde verplichting, alsmede de bij niet tijdige nakoming verschuldigde boetes, binnen acht weken nadat de Beschikking in werking is getreden ten behoeve van de Staat financiële zekerheid te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot 2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikelen 16, 33 en 49 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, door middel van de afgifte aan de Staat van een door een binnen de Europese Unie gevestigde bank afgegeven bankgarantie welke is opgemaakt onder gebruikmaking van het model bankgarantie.

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013

Artikel 3

1 De verplichting de in artikel 2 bedoelde bankgarantie te blijven stellen vervalt uitsluitend door het schriftelijk bericht van de Staat aan de Bank dat de verplichting geheel of gedeeltelijk is vervallen. De Ondernemer ontvangt een kopie van het bericht van verval.

2 Zodra de verplichting geheel is vervallen zal de Staat de bankgarantie retourneren aan de Ondernemer.

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013

Artikel 4

1 Indien de Ondernemer de productie-installatie niet binnen de in artikel 1 bedoelde periode in gebruik heeft genomen, is de Ondernemer aan de Staat bij wijze van boete een bedrag verschuldigd groot 0,2% van het beschikte bedrag enkel door het verloop van die termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.

2 Indien de Ondernemer daarna nog in gebreke blijft met het tijdig in gebruik nemen van de productie-installatie is de Ondernemer maandelijks een boete van telkens 0,2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikelen 16, 33 en 49 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, verschuldigd voor zover hij de productie-installatie op de eerste van elke volgende maand niet in gebruik heeft genomen.

3 De boetes bedoeld in het eerste en tweede lid, waarvan de som ten hoogste 2% van het beschikte bedrag bedraagt, zijn telkens verschuldigd voor het enkele verloop van de termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.

4 De Ondernemer machtigt bij deze de Staat onherroepelijk tot het innen van de boetes door het inroepen van de bankgarantie voor het bedrag van de boete, telkens wanneer er een boete verschuldigd is geworden.

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013

Artikel 5

1 Deze Uitvoeringsovereenkomst treedt in werking door de ondertekening daarvan door de Partijen met dien verstande dat de inwerkingtreding wordt opgeschort totdat de Beschikking in werking is getreden en de Staat de Ondernemer daarvan schriftelijk bericht heeft gestuurd.

2 Deze Uitvoeringsovereenkomst eindigt van rechtswege door de teruggave van de bankgarantie door de Staat aan de Ondernemer.

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013

Artikel 6

1 De Staat kiest voor uitvoering van deze Uitvoeringsovereenkomst domicilie ten kantore van Agentschap NL, agentschap van het Ministerie van Economische Zaken, Hanzelaan 310, 8017 JK Zwolle.

2 Onverminderd het bepaalde in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dienen alle mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten uit hoofde van deze uitvoeringsovereenkomst schriftelijk te worden gedaan.

3 Mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten die niet in overeenstemming met het tweede lid zijn gedaan blijven zonder rechtsgevolg.

4 De Staat is bevoegd eenzijdig van het bepaalde in het eerste lid af te wijken.

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013

Artikel 7

1 Op deze Uitvoeringsovereenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.

2 Alle geschillen in verband met deze uitvoeringsovereenkomst of met afspraken die daarmee samenhangen zullen worden beslecht door de bevoegde rechter te Den Haag.

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013

Artikel 8

Deze Uitvoeringsovereenkomst wordt tussen partijen aangeduid als ‘Uitvoeringsovereenkomst duurzame energieproductie Staat/.....’.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend

te .....

Ondernemer

te 's-Gravenhage op .....

De Minister van Economische Zaken