wetzoeker

Regeling uitvoering Wet verbod pelsdierhouderij

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 14 januari 2013 , nr. WJZ/12381149, houdende uitvoering Wet verbod pelsdierhouderij (Regeling uitvoering Wet verbod pelsdierhouderij)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
27-06-2014
Rechtsgebied
Agrarisch recht
Ministerie
Economische Zaken
BWB-id
BWBR0032751
Versie
2014-06-27_0
SHA-256 bron
0549ab0d348475a4fffd746d8dfed01dbafa66eb0fecb20b63074630a0a01c86

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

– Minister: Minister van Economische Zaken;

– ministerie: Ministerie van Economische Zaken;

– nerts: dier behorend tot de diersoort Mustela vison;

– nertsenhouderij: bedrijf of een gedeelte daarvan, als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de Meststoffenwet, dienende tot het houden van nertsen, zulks beoordeeld naar de feitelijke omstandigheden;

– wet: Wet verbod pelsdierhouderij.

Artikel 2

1 Voor de melding, bedoeld in artikel 3 en artikel 4, onderdeel e, van de wet, wordt gebruik gemaakt van het voor de desbetreffende melding door de Minister verstrekte formulier.

2 De melding geschiedt door toezending van een volledig ingevuld en ondertekend formulier en eventuele bijlagen.

3 De melding, bedoeld in artikel 4, onderdeel e, van de wet, vindt plaats binnen vier weken na de verplaatsing van de nertsenhouderij.

Artikel 3

1 Uit een melding als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de wet blijkt in verband met welke bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de wet de verkrijging plaatsvond.

2 De melding gaat vergezeld van een door de vervreemder ondertekende en onderbouwde verklaring waaruit blijkt dat er aan zijn kant sprake is van een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de wet, op basis waarvan de verkrijger een beroep kan doen op artikel 3, derde lid, van de wet.

3 Indien de bijzondere omstandigheid gelegen is in arbeidsongeschiktheid van de vervreemder als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel a, van de wet gaat de melding tevens vergezeld van:

a. een medische verklaring waaruit de arbeidsongeschiktheid, bedoeld in artikel 3, vierde lid, onder a, van de wet, van de vervreemder blijkt, of

b. een kopie van een verklaring afgelegd door de vervreemder waaruit blijkt dat de vervreemder de medische verklaring rechtstreeks heeft toegezonden aan de Minister.

Artikel 4

Als ambtenaren als bedoeld in artikel 5 van de wet, belast met het toezicht op de naleving van die wet en de daarop berustende bepalingen, worden aangewezen:

a. de ambtenaren van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het ministerie;

b. de ambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het ministerie.

Artikel 5

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop de wet in werking treedt.

Artikel 6

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoering Wet verbod pelsdierhouderij.