wetzoeker

OM en gegevens uit VIM Aanwijzing feitenonderzoek / strafrechtelijk onderzoek en vervolging in medische zaken

Het OM kan tijdens het nader strafrechtelijk onderzoek op basis van art. 105 of 126nf Sv een vordering tot afgifte van stukken bij de rechter-commissaris indienen. Het OM kan deze bevoegdheid gebruiken om gegevens uit VIM te vorderen. Het ‘nemo tenetur’- beginsel en het Saunders-arrest

10 Arrest Saunders van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (NJ 1997, 699). Volgens het Hof vereist artikel 6 EVRM, met name het daaraan ten grondslag liggen nemo tenetur beginsel, dat verklaringen die een burger gedwongen was af te leggen niet in het strafproces tegen hem gebruikt kunnen worden. Daarbij maakt het niet uit of de melding al dan niet zelf-beschuldigend is. Deze beperking ligt enkel in het later gebruiken van zo’n melding ten behoeve van de bewijsvoering in een strafzaak tegen de melder.

zijn niet van toepassing op de gegevens uit het VIM aangezien er geen wettelijke meldingsplicht bestaat. Daaruit volgt dat, na een vrijwillige incidentmelding, in beginsel gegevens uit VIM over dat incident als bewijs gebruikt kunnen worden in een strafzaak tegen de melder.

Als het OM echter te vrijelijk gebruik zou maken van de mogelijkheid gegevens uit VIM te vorderen zou dit negatieve gevolgen kunnen hebben voor de meldingsbereidheid en de bereidheid om mee te werken aan het interne onderzoek dat met het VIM wordt beoogd. Het streven van de medische beroepsgroep om mede door middel van VIM de kwaliteit van de medische zorg te vergroten kan daardoor gefrustreerd raken. Dit is ongewenst, te meer daar het OM de stukken uit het VIM uiteindelijk naar verwachting in het merendeel van de zaken niet nodig heeft.

Het OM zal daarom terughoudend gebruik maken van zijn bevoegdheden. De stukken die gebruikt worden in VIM, worden alleen in bijzondere situaties gevorderd. Daarbij wordt altijd getoetst of deze vordering voldoet aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Concreet betekent dit dat de vordering altijd achterwege blijft indien de informatie op een andere, minder belastende, wijze kan worden verkregen. De vordering blijft tevens achterwege indien de ernst van het vermoedelijk gepleegde strafbare feit deze vordering niet kan rechtvaardigen.

11 Op 7 juni 2010 is het wetsvoorstel Wet Cliëntenrechten zorg aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken 32 402), waarin in artikel 11, tweede lid, is neergelegd dat gegevens uit een register alleen dan voor strafrechtelijk bewijs kunnen worden gebruikt indien zij redelijkerwijs niet op een andere manier kunnen worden verkregen.

Zoals hierboven al beschreven zijn het medisch dossier zelf en de verklaringen van de betrokken personen de belangrijkste bron van informatie in een medische zaak voor het OM. Uitgangspunt is dat originele stukken in het medisch dossier horen en niet worden opgenomen in VIM. Alleen dan is het OM bereid, behoudens bijzondere situaties, geen gegevens uit VIM te vorderen. Van zo’n bijzondere situatie is bijvoorbeeld sprake als een verdachte of een getuige stelt dat hetgeen gedurende het strafrechtelijk onderzoek verklaard is op essentiële onderdelen afwijkt van hetgeen in de procedure van het Veilig Melden door een persoon is verklaard.

Over de vordering op basis van 126nf Sv van gegevens uit VIM voert de officier van justitie overleg met de parketleiding. Daaraan voorafgaand vraagt de officier van justitie het Expertisecentrum Medische Zaken om advies. Vervolgens kan de officier van justitie een vordering tot afgifte van stukken bij de rechter-commissaris indienen.

Regeling
Aanwijzing feitenonderzoek / strafrechtelijk onderzoek en vervolging in medische zaken
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2013
BWB-id
BWBR0032580
Versie
2013-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl