wetzoeker

Eindtermen opleiding Nederlandse taal op het ingangsniveau van het beroepsonderwijs (deel 1) Regeling eindtermen educatie 2013

Algemene beschrijving | | Niveau 2F

Kan in (telefoon)gesprekkeninformatie uitwisselen, zijn mening uiten en gevoelens onder woorden brengen over concreteonderwerpen gerelateerd aan deleef-, leer- en werkomgeving.

Eindtermen | | Niveau 2F

Deelnemen aan discussie en overleg | 1 2 | Volgt in discussie en overleg de lijn van de discussie. Geeft uitleg waarom iets een probleem is en geeft zijn mening over de oplossing van een probleem.

3 | Geeft commentaar op de mening van anderen en reageert passend op kritiek.

4 | Drukt op passende wijzeeen overtuiging, mening, instemming en afkeuring uit.

Informatie uitwisselen | 5 | Wisselt informatie uit in standaard beroepsgesprekken, informatieve gesprekken en vraaggesprekken.

6 | Vat de informatie in hoofdpunten samen en beoordeelt of de informatie relevant en voldoende is.

Telefoongesprekken voeren | 7 | Voert zakelijke telefoongesprekken om informatie uit te wisselen, te overleggen of om afspraken te maken.

EINDTERMEN NEDERLANDSE TAAL voor opleidingen gericht op ingangsniveau beroepsonderwijs – LUISTEREN 2F

Algemene beschrijving | | Niveau 2F

Kan luisterteksten begrijpen over concrete onderwerpen gerelateerd aan de leef-, werk- en leeromgeving.

Eindtermen | | Niveau 2F

Luisteren naar instructies | 1 2 3 | Begrijpt uitleg en instructies. Weet wat hij moet doen en in welke volgorde. Weet of hij voldoende informatie heeft om de instructie op te kunnen volgen en wat hij moet doen als dit niet het geval is.

Luisteren naar een voordracht, toespraak of verhaal | 4 5 6 | Begrijpt een voordracht of toespraak. Begrijpt een voorgelezen of verteld verhaal met een duidelijke structuur. Kent het doel van de toespraak, de voordracht, het verhaal.

Luisteren naar nieuwsberichten, telefoonbeantwoorder/voicemail, documentaires en discussieprogramma’s | 7 | Begrijpt hoofdpunten van (nieuws)berichten, documentaires, reclameboodschappen en discussieprogramma’s via radio, televisie en internet.

Luisteren naar films en televisieseries | 8 9 | Begrijpt films en televisieseries. Begrijpt de essentie van het verhaal.

EINDTERMEN NEDERLANDSE TAAL voor opleidingen gericht op ingangsniveau beroepsonderwijs – Spreken 2F

Algemene beschrijving | | Niveau 2F

Kan redelijk vloeiend en duidelijk ervaringen, gebeurtenissen, meningen, verwachtingen en gevoelens onder woorden brengen over concrete onderwerpen gerelateerd aan de leef-, werk- en leeromgeving.

Eindtermen | | Niveau 2F

Een monoloog houden | 1 2 3 4 | Geeft een samenhangend verslag van ervaringen, activiteiten en gebeurtenissen. Geeft toelichting op eigen meningen, plannen en handelingen. Vertelt een kort verhaal. Houdt een voorbereide presentatie.

EINDTERMEN NEDERLANDSE TAAL voor opleidingen gericht op de ingang van het beroepsonderwijs – LEZEN 1 – 2F

Algemene beschrijving | | Niveau 2F

Kan teksten met een heldere structuurop papier en beeldscherm lezen en begrijpenoverconcrete onderwerpen gerelateerd aan de leef-, werk- en leeromgeving.

Eindtermen | | Niveau 2F

Lezen van informatieve teksten | 1 2 | Begrijpt informatieve tekstsoorten. Herkent de meest gangbare tekstsoorten.

Lezen van instructies | 3 | Begrijpt instructieve teksten: weet wat hij moet doen en in welke volgorde.

Lezen van betogende teksten | 4 | Begrijpt betogende teksten en begrijpt waartoe hij wordt aangespoord.

EINDTERMEN NEDERLANDSE TAAL voor opleidingen gericht op de ingang van het beroepsonderwijs – LEZEN 2 – 2F

Eindtermen | | Niveau 2F

Lezen fictionele, verhalende en literaire teksten | 1 2 | Begrijpt – op papier en beeldscherm – eenvoudige literatuur en lectuur. Herkent de genres spannende verhalen, liefdesverhalen, familiegeschiedenissen, reisverhalen, historische verhalen en weet wat hij in deze genres kan verwachten.

EINDTERMEN NEDERLANDSE TAAL voor opleidingen gericht op de ingang van het beroepsonderwijs – SCHRIJVEN – 2F

Algemene beschrijving | | Niveau 2F

Kan op papier en digitaal samenhangende teksten met een eenvoudige, lineaire opbouw schrijven over concrete onderwerpen, gerelateerd aan de leef-, werk- en leeromgeving.

Eindtermen | | Niveau 2F

Correspondentie | 1 2 | Schrijft zakelijke brieven en e-mails met behulp van standaardformuleringen. Schrijft zelfstandigbrieven, sms’jes, e-mails en berichten op internet en beschrijft hierin duidelijk meningen en gevoelens.

Formulieren invullen, berichten, advertenties en aantekeningen Verslagen en samenvattingen | 3 4 5 6 | Vult gegevens in op een formulier. Noteert de kernpunten van een bijeenkomst of (telefoon)gesprek. Schrijft een bericht om te informeren. Schrijft teksten voor advertenties.

7 | Schrijft verslagen met behulp van een stramien: haalt gegevens uit verschillende bronnen en combineert deze.

Basisniveau2

Algemene omschrijving

Kan veelvoorkomende digitale toepassingen gebruiken en handelingen verrichten, gerelateerd aan de leef-, werk- en leeromgeving.

Domein 1: ICT-systemen gebruiken

Eindtermen

Toelichting Gebruikt ICT-systemen | 1 | | Maakt gebruik van meerdere programma’s die tegelijkertijd actief zijn en wisselt informatie uit tussen die programma’s.

2 | Kiest het meest geschikte programma voor een toepassing.

3 | Maakt gebruik van interfacemogelijkheden voor bestandsbeheer: het opzetten van een directorystructuur, wissen en kopiëren van bestanden. Maakt gebruik van interfacemogelijkheden van veelgebruikte ICT-toepassingen: printen van bestanden, zoeken naar bestanden in een directory-structuur, verplaatsen van bestanden, kopiëren en plakken van tekst of afbeelding.

Voorbeelden

• Apparatuur gebruiken: scanner, digitaal fototoestel, mp3- en mp4-speler • Handelingen uitvoeren: een afbeelding opslaan via een browser, een afbeelding bewerken met grafische software en de nieuwe afbeelding plakken in een tekstverwerker

Domein 2: Beveiliging, privacy en ergonomie

Eindtermen

Toelichting Volgt de regels voor beveiliging, privacy en ergonomie | 7 | | Weet welke maatregelen hij moet nemen om te voorkomen dat (privé) informatie via internet verspreid wordt.

8 | Weet welke maatregelen hij moet nemen om hoge kosten van gebruik van ICT te voorkomen.

Voorbeelden

• Profielinstellingen wijzigen bij sociale media, zodat alleen bekenden bepaalde informatie kunnen zien • Het delen van foto’s/bestanden zo instellen dat alleen bekenden die kunnen zien • Een programma op smartphone instellen waarmee de datalimiet voor internet niet overschreden wordt

Domein 3: Informatie zoeken

Eindtermen

Toelichting Kent informatiebronnen en de eigenschappen, gebruikt zoekstrategie en zoekt informatie | 10 | | Zoekt informatie op internet door gebruik te maken van verschillende zoektechnieken: binnen de browser, met de zoekmachine, binnen de website, via sociale media, via fora en via FAQ’s.

11 | Weet welke zoektechnieken adequaat zijn bij welk type zoekvraag.

12 | Zoekt informatie door gebruik te maken van online netwerken en gebruikersgroepen.

Voorbeelden

• Zoeken naar gebruikerservaringen met een product of dienst op een forum • Met een app op een smartphone het dichtstbijzijnde hotel zoeken • Sociale media (Facebook, Linkedin) gebruiken om informatie te achterhalen

Domein 4: Informatie verwerken en presenteren

Eindtermen

Toelichting: Verwerkt en presenteert informatie | 15 16 17 18 | | Maakt gebruik van verschillende digitale hulpmiddelen bij een presentatie. Maakt de juiste keuze voor digitale hulpmiddelen bij een presentatie. Gebruikt de meest gangbare lay-out mogelijkheden. Vult (online) informatie in die in verschillende stappen tot een bestelling of betaling leidt.

Voorbeelden

Regeling
Regeling eindtermen educatie 2013
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2022
BWB-id
BWBR0032543
Versie
2022-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl