wetzoeker

Artikel B — Certificaat bestuurder LZV Beleidsregel keuring en ontheffingverlening LZV

Certificaat bestuurder LZV

De bestuurder van de LZV moet in het bezit zijn van:

1. een door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen afgegeven en geldig CCV-certificaat ‘Rijvaardigheidstoets langere en/of zwaardere voertuigen’ Met deze beroepseis worden gelijkgesteld beroepseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgen dat naar het oordeel van het CBR ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale beroepseisen wordt nagestreefd.

2. Het certificaat, bedoeld in het eerste lid, moet bij het gebruik van de ontheffing aanwezig zijn op het voertuig.

3. Het eerste lid geldt niet bij gebruik van een opleidingsontheffing LZV, mits:

a. de LZV chauffeur in opleiding ten minste 5 jaar in het bezit is van een geldig rijbewijs voor het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorieën C en E;

b. aan de LZV chauffeur in opleiding de afgelopen 3 jaar geen ontzegging van de rijbevoegdheid is opgelegd en het aan hem afgegeven rijbewijs niet ongeldig is verklaard of ingevorderd, en

c. er door middel van een op het voertuig aanwezige schriftelijke en gepersonifieerde oproep kan worden aangetoond dat de LZV chauffeur in opleiding onder toezicht van een bevoegde opleider op de datum van controle en in het bezit van een geldige opleidingsontheffing, een opleiding onder toezicht van een bevoegde opleider uitvoert ter voorbereiding op het certificaat of een examen voor het certificaat genoemd in het eerste lid.

Regeling
Beleidsregel keuring en ontheffingverlening LZV
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
13-05-2024
BWB-id
BWBR0032533
Versie
2024-05-13_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl