wetzoeker

Artikel 3a Tijdelijke regeling hypothecair krediet

Vaststelling inkomenscriteria

1 Voor de toepassing van artikel 3, twaalfde lid, houdt een aanbieder van hypothecair krediet rekening met het termijnbedrag dat de consument verschuldigd is voor rente en aflossing van een studielening.

2 Indien sprake is van een aanvraag voor een hypothecair krediet waarvan de debetrente geheel of gedeeltelijk aftrekbaar is, wordt het termijnbedrag, bedoeld in het eerste lid, gebruteerd volgens onderstaande tabel.

Toetsrente | Bruteringsfactor

<= 2,000% | 1,05

2,001% – 2,500% | 1,10

2,501% – 3,000% | 1,15

3,001% – 3,500% | 1,20

3,501% – 4,000% | 1,20

4,001% – 4,500% | 1,25

4,501% – 5,000% | 1,30

5,001% – 5,500% | 1,30

5,501% – 6,000% | 1,35

>= 6,001% | 1,40

3 In afwijking van het eerste lid gaat de aanbieder van hypothecair krediet uit van de actuele restschuld, de actuele rente en de resterende looptijd van de studielening voor het bepalen van het termijnbedrag indien de consument:

a. nog geen termijnbedrag is verschuldigd voor rente en aflossing van de studielening;

b. geen termijnbedrag is verschuldigd vanwege de inzet van een aflosvrije periode; of

c. een verlaagd termijnbedrag is verschuldigd als gevolg van de draagkrachtmeting.

Regeling
Tijdelijke regeling hypothecair krediet
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0032503
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl