wetzoeker

Artikel 4 Regeling sturing van en toezicht op de NIWO

Financieel toezicht

1 De NIWO behoeft de voorafgaande instemming van de minister voor:

a. het oprichten dan wel deelnemen in een rechtspersoon;

b. het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen;

c. het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht van registergoederen;

d. het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldlening;

e. het aangaan van overeenkomsten waarbij de NIWO zich verbindt tot zekerheidstelling met inbegrip van zekerheidstelling voor schulden van derden of waarbij zij zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt;

f. het vormen van andere fondsen en reserveringen dan de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 33 van de Kaderwet;

g. het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surseance van betaling.

2 Voor zover de in het eerste lid genoemde voornemens zijn opgenomen in de begroting, bedoeld in artikel 26 van de Kaderwet, hoeven deze niet afzonderlijk ter instemming aan de minister te worden voorgelegd.

Regeling
Regeling sturing van en toezicht op de NIWO
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2013
BWB-id
BWBR0032467
Versie
2013-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl