wetzoeker

Artikel 3 Regeling normering topinkomens OCW-sectoren

Topfunctionarissen in het onderwijs

1 In afwijking van artikel 2.3, eerste lid, van de wet komen partijen geen bezoldiging overeen die per kalenderjaar meer bedraagt dan het van toepassing zijnde bezoldigingsmaximum voor dat jaar.

2 Voor een rechtspersoon of instelling geldt het bezoldigingsmaximum behorende bij het aantal complexiteitspunten dat op basis van de criteria, genoemd in de bijlage bij deze regeling, is berekend.

3 Voor universiteiten, zoals bedoeld in de bijlage behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, onder a, b, h en i, geldt het aantal complexiteitspunten van 9 als minimumaantal.

4 Per klasse geldt het volgende bezoldigingsmaximum:

Klasse | Bezoldigingsmaximum

A (4 complexiteitspunten) | € 156.000

B (5 – 6 complexiteitspunten) | € 175.000

C (7 – 8 complexiteitspunten) | € 187.000

D (9 – 12 complexiteitspunten) | € 204.000

E (13 – 15 complexiteitspunten) | € 222.000

F (16 – 17 complexiteitspunten) | € 238.000

G (18 – 20 complexiteitspunten) | Het bedrag, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet.

Regeling
Regeling normering topinkomens OCW-sectoren
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0032452
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl