wetzoeker

Termijnen Beleidsregels Toetsingskader Wet verplichte beroepspensioenregeling, aangepaste versie

In de Regeling verplichtstelling beroepspensioenregeling is een aantal termijnen opgenomen waarbinnen de beroepspensioenvereniging, DNB en de Minister van SZW zullen handelen. Zo wordt voorkomen dat procedures soms onevenredig lang duren, vooral doordat ze lange tijd stilliggen wegens het uitblijven van een reactie. Gedurende die periode bestaat er onzekerheid voor alle betrokkenen bij de verplichtstelling. Met het opnemen van de termijnen in genoemde ministeriële regeling wordt dit voorkomen.

De Regeling verplichtstelling beroepspensioenregeling bepaalt dat de Minister van SZW zo spoedig mogelijk op de aanvraag tot verplichtstelling, wijziging of intrekking ervan beslist, doch uiterlijk binnen 26 weken nadat van de aanvraag mededeling is gedaan in de Staatscourant.

Als in verband met het nemen van een besluit informatie of advies is gevraagd aan een persoon of instantie, bijvoorbeeld de SER of DNB dan kan deze termijn ten hoogste twee maal worden verlengd met een periode van maximaal 13 weken. De Minister van SZW informeert de beroepspensioenvereniging over deze verlenging.

Door deze termijnen duurt de procedure in elk geval niet langer dan een jaar, gemeten vanaf het moment van in behandeling nemen van de aanvraag.

Tevens bepaalt de Regeling verplichtstelling beroepspensioenregeling dat wanneer de aanvragende beroepspensioenvereniging niet binnen 6 weken reageert op een verzoek van de Minister van SZW of DNB om (aanvullende) informatie, bijvoorbeeld in het geval van zienswijzen, de beroepspensioenvereniging nog 4 weken de tijd krijgt om te reageren bij gebreke waarvan de aanvraag tot verplichtstelling, wijziging of intrekking ervan niet verder in behandeling wordt genomen. In afwijking van de termijn voor (aanvullende) informatie geldt voor een verzoek van DNB om statuten en reglementen te wijzigen een termijn van 8 weken. Deze termijn is langer omdat wijziging van statuten en reglementen via een bestuursbesluit moet worden goedgekeurd en statuten moeten worden verleden door een notaris.

Van het niet verder in behandeling nemen wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Binnen deze termijn van 26 respectievelijk 39 dan wel maximaal 52 weken worden door de betrokkenen de volgende termijnen nagestreefd:

1. De minister van SZW zal een aanvraag in behandeling nemen wanneer de aanvraag volledig is en aan alle procedurele en inhoudelijke eisen voldoet. Het in behandeling nemen blijkt uit de bekendmaking van de aanvraag in de Staatscourant. Daarin wordt tevens vermeld wat de periode van tervisielegging is (in beginsel 4 weken);

2. Binnen 2 weken nadat de Minister van SZW de aanvraag tot (wijziging/ intrekking van de) verplichtstelling in behandeling heeft genomen, zal DNB om advies worden gevraagd;

3. Indien geen zienswijzen worden ingediend reageert DNB binnen 6 weken op het adviesverzoek van de Minister van SZW met een advies of zal DNB binnen 6 weken aan de Minister van SZW meedelen dat nadere informatie bij de beroepspensioenvereniging is opgevraagd of dat de beroepspensioenvereniging is gevraagd een wijziging aan te brengen in de statuten en/of reglementen. Het advies wordt daarom opgeschort. DNB verzoekt de beroepspensioenvereniging binnen 6 weken de opgevraagde informatie te zenden dan wel binnen 8 weken de statuten en/of reglementen te wijzigen, zoals bepaald in de Regeling verplichtstelling beroepspensioenregeling. Indien de beroepspensioenvereniging hieraan niet voldoet, krijgt zij alsnog 4 weken de tijd om hieraan te voldoen. DNB zal vervolgens weer binnen 6 weken na ontvangst van de informatie aan de Minister van SZW advies uitbrengen, dan wel melden dat advisering (nog) niet mogelijk is. In het laatste geval kan de Minister van SZW besluiten de aanvraag niet verder in behandeling te nemen.

4. Wanneer tijdens de periode van tervisielegging zienswijzen worden ingediend, zullen deze door de Minister van SZW binnen 2 weken na het einde van de periode van tervisielegging, worden voorgelegd aan de beroepspensioenvereniging. Deze moet daarop binnen 6 weken reageren, zoals bepaald in de Regeling verplichtstelling beroepspensioenregeling. Indien de beroepspensioenvereniging hieraan niet voldoet, krijgt zij alsnog 4 weken de tijd om te reageren bij gebreke waarvan de aanvraag niet verder in behandeling wordt genomen. Tegelijkertijd met het verzoek aan de beroepspensioenvereniging zullen de zienswijzen ook ter informatie, of ter separate advisering als het gaat om zienswijzen tegen statuten, reglementen of actuariële en bedrijfstechnische nota, aan DNB worden gezonden;

5. Na ontvangst van het advies van DNB en de SER, ingeval onduidelijkheid over de representativiteit of bij zienswijzen, zal de Minister van SZW binnen 2 weken een besluit nemen ten aanzien van de aanvraag tot (wijziging/ intrekking van de) verplichtstelling;

6. De beroepspensioenvereniging, DNB, in geval van betrokkenheid de SER en de indieners van zienswijzen, zullen binnen 2 weken na het nemen van een besluit door de Minister van SZW over dit besluit worden geïnformeerd.

Regeling
Beleidsregels Toetsingskader Wet verplichte beroepspensioenregeling, aangepaste versie
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2021
BWB-id
BWBR0032445
Versie
2021-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl