wetzoeker

b — de periodieke representativiteitstoets Beleidsregels Toetsingskader Wet verplichte beroepspensioenregeling, aangepaste versie

de periodieke representativiteitstoets

Evenals de Wet Bpf 2000 kent ook de Wvb een periodieke representativiteitstoets.

Ten minste één maal per vijf jaar zal worden beoordeeld of voor de verplichtstelling nog voldoende draagvlak bestaat. Op deze manier wordt veilig gesteld dat de basis voor een verplichtstelling - een belangrijke meerderheid van de beroepsgenoten ondersteunt deze - gewaarborgd wordt.

De periodieke toets betreft de meting van de representativiteit op dezelfde manier, met dezelfde criteria en (vorm)vereisten, als in paragraaf 3a beschreven.

De periodieke toets kent geen procedure op grond waarvan derden zienswijzen kunnen indienen.

De Minister van SZW zal ten minste 8 weken voor het verstrijken van de vijfjaarstermijn aan de beroepspensioenvereniging verzoeken op juiste en volledige wijze binnen 8 weken aan te tonen dat zij nog steeds een voldoende representativiteit heeft.

Uit de Wvb blijkt dat de termijn van 8 weken voor het aantonen van de representativiteit niet vrijblijvend is. Het niet voldoen aan de termijn leidt immers tot mededeling in de Staatscourant en tot een herhalingstoets.

In het verzoek van de Minister van SZW wordt aangegeven op welke wijze de representativiteit moet worden aangetoond. Als hulpmiddel zal daartoe een checklist worden meegestuurd waarin een opsomming wordt gegeven van de eisen die aan de gegevens gesteld worden (zie hiervoor: eisen aan gegevens met betrekking tot de representativiteit in paragraaf 3a).

Regeling
Beleidsregels Toetsingskader Wet verplichte beroepspensioenregeling, aangepaste versie
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2021
BWB-id
BWBR0032445
Versie
2021-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl