wetzoeker

Artikel 6 Uitvoeringsbesluit WNT

1 Onze Minister wie het aangaat kan, gehoord Onze Minister, bij een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de wet voor de in dat lid bedoelde categorie rechtspersonen en instellingen hogere bedragen vaststellen dan de bedragen, genoemd in artikel 4, eerste en tweede lid.

2 Artikel 4, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing indien op grond van het eerste lid hogere bedragen zijn vastgesteld, met dien verstande dat in het derde lid in plaats van «artikel 2.1, vierde lid, eerste volzin, en zesde lid, van de wet» gelezen wordt: artikel 3.1, vijfde lid, eerste volzin, van de wet.

3 De betrokken rechtspersonen of instellingen, bedoeld in de bijlage bij artikel 1.4, van de wet of een samenwerkingsverband van deze rechtspersonen of instellingen kunnen uiterlijk in de maand september voorafgaand aan het jaar waarop de bedragen betrekking hebben, aan Onze Minister wie het aangaat een voorstel doen voor de bedragen, bedoeld in het eerste lid.

4 Onze Minister wie het aangaat stelt, gehoord Onze Minister, de bedragen, bedoeld in het eerste lid, jaarlijks vast uiterlijk in de maand november voorafgaand aan het jaar waarop die bedragen betrekking hebben.

Regeling
Uitvoeringsbesluit WNT
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0032421
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl