wetzoeker

Artikel 8 Beleidsregel werkwijze toezichthouder kinderopvang

Overige bepalingen

1 Een toezichthouder die in het kader van een onderzoek als bedoeld in artikel 1.62, tweede, vierde en vijfde lid, van de wet oordeelt dat:

a. de artikelen 7, vierde lid, of 16, vierde lid, in samenhang met de artikelen 3, derde lid, onderdeel a, en vierde lid, respectievelijk 12, derde lid, onderdeel a, en vierde lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang, voor zover die bepalingen betrekking hebben op de tijden waarop minder beroepskrachten kunnen worden ingezet; of

b. artikel 9, vierde of vijfde lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang;

als gevolg van overmacht niet zijn nageleefd, rapporteert de gedraging niet als overtreding,

2 Een toezichthouder beschrijft in het inspectierapport de relevante feiten en omstandigheden van het geval en hoe de toezichthouder is gekomen tot het oordeel dat sprake is van overmacht.

3 Het eerste lid geldt onverminderd artikel 5:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

Regeling
Beleidsregel werkwijze toezichthouder kinderopvang
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2022
BWB-id
BWBR0032415
Versie
2022-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl