wetzoeker

Artikel 3 Beleidsregel werkwijze toezichthouder kinderopvang

Onderzoek toezichthouder kindercentrum en gastouderbureau

1 Binnen drie kalendermaanden na registratie in het landelijk register kinderopvang voert de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, tweede lid, van de wet in ieder geval de volgende werkzaamheden uit bij het kindercentrum of het gastouderbureau:

a. een bureauonderzoek van verkregen zakelijke gegevens en bescheiden; of

b. een locatiebezoek.

2 Onverminderd het eerste lid kunnen de werkzaamheden van de toezichthouder ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62, tweede lid, van de wet bestaan uit het voeren van overleg met:

1° de houder;

2° een of meer van de bij de houder werkzame personen dan wel een of meer gastouders die door tussenkomst van het gastouderbureau gastouderopvang bieden;

3° een of meer leden van de oudercommissie; of

4° het college.

Regeling
Beleidsregel werkwijze toezichthouder kinderopvang
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2022
BWB-id
BWBR0032415
Versie
2022-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl