wetzoeker

Instellingsbesluit Commissie Archiefonderzoek handelen Openbaar Ministerie bij seksueel misbruik Rooms-Katholieke Kerk

Instellingsbesluit Commissie Archiefonderzoek handelen Openbaar Ministerie bij seksueel misbruik Rooms-Katholieke Kerk 17 oktober 2012, nr. 311892

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
26-10-2012
Rechtsgebied
Openbare orde en veiligheidsrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0032132
Versie
2012-10-26_0
SHA-256 bron
4ec8c6030e6b0d10ea55cc9246a9788bf9d535273255c755165b6590431b8329

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (11)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. de Commissie: de Commissie Archiefonderzoek handelen Openbaar Ministerie bij seksueel misbruik Rooms-Katholieke Kerk;

b. de Minister: de Minister van Veiligheid en Justitie.

Artikel 2

Er is een Commissie Archiefonderzoek handelen Openbaar Ministerie bij seksueel misbruik Rooms-Katholieke Kerk.

Artikel 3

De commissie heeft tot taak onderzoek te doen naar:

a. de nog beschikbare archieven waarin mogelijk informatie te vinden zou zijn die inzicht kan geven in hoe het OM in de periode 1945-2010 omging met van seksueel misbruik verdachte geestelijken van de Rooms-Katholieke Kerk;

b. de manier waarop het OM in de periode 1945-2010 is omgegaan met van seksueel misbruik verdachte geestelijken van de Rooms-Katholieke Kerk in vergelijking met andere verdachten van vergelijkbare delicten.

Artikel 4

1 De leden van de Commissie zijn:

− dr. M.W. van Boven

− mr. F.H. Koster

2 De leden van de Commissie kunnen op eigen aanvraag door de Minister tussentijds ontslagen worden.

Artikel 5

1 De Commissie heeft een secretaris.

2 De secretaris is voor zijn werkzaamheden verantwoording schuldig aan de Commissie.

3 Aan de secretaris kunnen andere medewerkers worden toegevoegd.

4 De secretaris en andere medewerkers zijn geen lid van de Commissie.

5 De Minister draagt, na overleg met de Commissie, zorg voor de nodige voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden van de Commissie.

Artikel 6

De Commissie kan zich op onderdelen van haar taak laten bijstaan door personen van zowel binnen als buiten de overheid, van wie de deskundige inbreng van belang kan zijn voor het onderzoek.

Artikel 7

1 De Commissie brengt uiterlijk op 30 april 2013 haar rapport uit aan de Minister.

2 Indien onvoorziene omstandigheden naar het oordeel van de Commissie in de weg staan aan het tijdig uitbrengen van een deugdelijk rapport, dan stelt de Commissie de Minister daarvan onverwijld op de hoogte.

3 De Minister beslist over de eventuele verlenging van de termijn bedoeld in het eerste lid en brengt de Commissie daarvan schriftelijk op de hoogte.

4 Na het uitbrengen van het rapport wordt de Commissie opgeheven.

Artikel 8

De archiefbescheiden van de Commissie worden na haar opheffing, of zo de omstandigheden daartoe eerder aanleiding geven, zoveel eerder, overgebracht naar het archief van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 1 juli 2012.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie Archiefonderzoek handelen Openbaar Ministerie bij seksueel misbruik Rooms-Katholieke Kerk.

Artikel 11

Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.