wetzoeker

Artikel 6 Besluit rechtspositie voorzitters veiligheidsregio’s

1 De voorzitter vervult geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn functie als voorzitter.

2 De voorzitter meldt zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie, anders dan uit hoofde van het ambt van burgemeester en zijn functie als voorzitter, aan Onze Minister.

3 De voorzitter maakt openbaar welke nevenfuncties hij vervult, anders dan uit hoofde van het ambt van burgemeester en zijn functie als voorzitter.

Regeling
Besluit rechtspositie voorzitters veiligheidsregio’s
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2013
BWB-id
BWBR0032119
Versie
2013-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl