wetzoeker

Artikel 2 Wet op de verlening van bijstand aan de Europese Commissie bij controles en verificaties ter plaatse

1 Onze Minister van Financiën wordt aangewezen als de bevoegde autoriteit in de zin van artikel 4 van Verordening 2185/96 aan wie de Commissie haar voornemen ter kennis brengt om op grond van deze Verordening een controle en verificatie ter plaatse te verrichten.

2 Onze Minister die het aangaat verleent aan de Commissie de bijstand, bedoeld in Verordening 2185/96.

3 Indien de bijstand, bedoeld in het tweede lid, betrekking heeft op een beleidsterrein waarvan niet duidelijk is welke van Onze Ministers het aangaat, verleent Onze Minister van Financiën de bijstand.

4 Onze Minister die het mede aangaat verleent de medewerking die nodig is bij de verlening van de bijstand, bedoeld in het tweede lid.

5 Onze Minister die het aangaat of mede aangaat wijst functionarissen aan ter uitvoering van de verlening van de bijstand, bedoeld in het tweede lid.

6 Onze Minister die het aangaat verleent de instemming, bedoeld in artikel 6, tweede lid, eerste alinea, van Verordening 2185/96.

7 Onze Minister die het aangaat verleent de toestemming, bedoeld in artikel 8, eerste lid, tweede alinea, van Verordening 2185/96, en vraagt in voorkomend geval die toestemming aan de desbetreffende lidstaat.

Regeling
Wet op de verlening van bijstand aan de Europese Commissie bij controles en verificaties ter plaatse
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2021
BWB-id
BWBR0032091
Versie
2021-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl