wetzoeker

Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving

Wet van 4 oktober 2012 tot wijziging van de wetgeving op het beleidsterrein van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kader van de harmonisatie en aanscherping van de sanctiemogelijkheden ter versterking van de naleving en handhaving en bestrijding van misbruik en fraude (Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving)

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2020
Rechtsgebied
Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Ministerie
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
BWB-id
BWBR0032087
Versie
2020-01-01_0
SHA-256 bron
3e4c40aba8436ef1f144b9b63318b8c96a607fa3d1a171267de7dfdcb5acfd7f

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (27)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII
  8. Artikel VIII
  9. Artikel IX
  10. Artikel X
  11. Artikel XI
  12. Artikel XII
  13. Artikel XIII
  14. Artikel XIV
  15. Artikel XV
  16. Artikel XVI
  17. Artikel XVII
  18. Artikel XVIII
  19. Artikel XIX
  20. Artikel XX
  21. Artikel XXI
  22. Artikel XXII
  23. Artikel XXIII
  24. Artikel XXIV
  25. Artikel XXV
  26. Artikel XXVI
  27. Artikel XXVII

Hoofdstuk I — Werknemersverzekeringen

Artikel I

Wijzigt de Toeslagenwet.

Hoofdstuk I — Werknemersverzekeringen

Artikel II

Wijzigt de Werkloosheidswet.

Hoofdstuk I — Werknemersverzekeringen

Artikel III

Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

Hoofdstuk I — Werknemersverzekeringen

Artikel IV

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen.

Hoofdstuk I — Werknemersverzekeringen

Artikel V

Wijzigt de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Hoofdstuk I — Werknemersverzekeringen

Artikel VI

Wijzigt de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten.

Hoofdstuk I — Werknemersverzekeringen

Artikel VII

Wijzigt de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

Hoofdstuk I — Werknemersverzekeringen

Artikel VIII

Wijzigt de Ziektewet.

Hoofdstuk II — Volksverzekeringen

Artikel IX

Wijzigt de Algemene Kinderbijslagwet.

Hoofdstuk II — Volksverzekeringen

Artikel X

Wijzigt de Algemene nabestaandenwet.

Hoofdstuk II — Volksverzekeringen

Artikel XI

Wijzigt de Algemene Ouderdomswet.

Hoofdstuk III — Sociale voorzieningen

Artikel XII

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.

Hoofdstuk III — Sociale voorzieningen

Artikel XIII

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

Hoofdstuk III — Sociale voorzieningen

Artikel XIV

Wijzigt de Wet werk en bijstand.

Hoofdstuk IV — Arbeidswetten

Artikel XV

Wijzigt de Arbeidsomstandighedenwet.

Hoofdstuk IV — Arbeidswetten

Artikel XVI

Wijzigt de Arbeidstijdenwet.

Hoofdstuk IV — Arbeidswetten

Artikel XVII

Wijzigt de Wet arbeid vreemdelingen.

Hoofdstuk IV — Arbeidswetten

Artikel XVIII

Wijzigt de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Hoofdstuk IV — Arbeidswetten

Artikel XIX

Wijzigt de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs.

Hoofdstuk IV — Arbeidswetten

Artikel XX

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Hoofdstuk V — Overige wijzigingen

Artikel XXI

Wijzigt de Wet arbeid en zorg.

Hoofdstuk V — Overige wijzigingen

Artikel XXII

Wijzigt de Wet veiligheidsregio’s.

Hoofdstuk V — Overige wijzigingen

Artikel XXIII

Wijzigt deze wet.

Hoofdstuk V — Overige wijzigingen

Artikel XXIV

Wijzigt de Invoeringswet Wet werken naar vermogen (Kst. 33161).

Hoofdstuk VI — Slotbepalingen

Artikel XXV

1 Ten aanzien van beboetbare overtredingen en strafbare feiten voorzien bij of krachtens de wetten die bij deze wet zijn gewijzigd en die zijn begaan uiterlijk op de dag voor de dag waarop deze wet of het desbetreffende onderdeel daarvan in werking is getreden, blijft het recht, met inachtneming van het tweede lid, van toepassing zoals dat gold op die dag.

2 Bij de toepassing van de artikelen XII, onderdeel B, ten aanzien van artikel 20a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, XIII, onderdeel B, ten aanzien van artikel 20a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en XIV, onderdelen B en F, ten aanzien van de artikelen 18a en 47g van de Participatiewet is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

3 Indien bij deze wet aan beboetbare overtredingen en strafbare feiten of aan de sanctionering hiervan rechtsgevolgen zijn verbonden of hieraan bevoegdheden worden ontleend, worden hierbij alleen:

a. beboetbare overtredingen en strafbare feiten betrokken die zijn begaan met ingang van de dag waarop deze wet of het desbetreffende onderdeel daarvan in werking is getreden;

b. sancties betrokken die zijn opgelegd voor beboetbare overtredingen of strafbare feiten als bedoeld in onderdeel a.

4 In afwijking van het derde lid worden bij de toepassing van de artikelen XV, onderdeel K, ten aanzien van artikel 34, vijfde, zevende en negende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, XVI, onderdeel G, ten aanzien van artikel 10:7, tweede, vierde en vijfde lid, van de Arbeidstijdenwet, XVII, onderdeel D, ten aanzien van artikel 19d, tweede, vierde en vijfde lid, van de Wet arbeid vreemdelingen, XVIII, onderdeel B, ten aanzien van artikel 18f, tweede, vierde en vijfde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, en XIX, onderdeel B, ten aanzien van artikel 19, tweede, vierde en vijfde lid, van de Wet allocatiearbeidskrachten door intermediairs overtredingen betrokken die voor de dag van inwerkingtreding van het desbetreffende onderdeel, maar niet eerder dan twee jaar voor die dag, zijn geconstateerd.

5 De artikelen I, onderdeel E, ten aanzien van artikel 20 van de Toeslagenwet, II, onderdeel E, ten aanzien van artikel 36 van de Werkloosheidswet, III, onderdeel E, ten aanzien van artikel 63 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, IV, onderdeel E, ten aanzien van artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, V, onderdeel E, ten aanzien van artikel 57 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, VI, onderdeel H, ten aanzien van artikel 3:56 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, VII, onderdeel A, ten aanzien van artikel 77, derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, VIII, onderdeel A, ten aanzien van artikel 33 van de Ziektewet, IX, onderdeel E, ten aanzien van artikel 24 van de Algemene Kinderbijslagwet, X, onderdeel E, ten aanzien van artikel 53 van de Algemene nabestaandenwet, XI, onderdeel E, ten aanzien van artikel 24 van de Algemene Ouderdomswet, XII, onderdeel C, ten aanzien van artikel 25, en onderdeel E, ten aanzien van artikel 29a van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, XIII, onderdeel C, ten aanzien van artikel 25 en onderdeel E, ten aanzien van artikel 29a van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en XIV, onderdeel G, ten aanzien van artikel 58, en onderdeel J, ten aanzien van artikel 60c van de Participatiewet zijn niet van toepassing ten aanzien van vorderingen die zijn ontstaan uiterlijk op de dag voor de dag van inwerkingtreding van deze artikelen en met betrekking tot deze vorderingen blijft het recht van toepassing zoals dat gold op die dag.

Hoofdstuk VI — Slotbepalingen

Artikel XXVI

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Hoofdstuk VI — Slotbepalingen

Artikel XXVII

Deze wet wordt aangehaald als: Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving