Besluit verplichte politiegegevens
Besluit van 4 oktober 2012, houdende regels omtrent de doeleinden waarvoor de politie en de rijksrecherche, met inachtneming van de Wet politiegegevens, gegevens verwerken, de categorieën van gegevens die daartoe worden verwerkt, de terbeschikkingstelling en verstrekking van gegevens alsmede de wijze van verwerking (Besluit verplichte politiegegevens)
- Soort
- AMvB
- Geldend vanaf
- 01-01-2025
- Rechtsgebied
- Openbare orde en veiligheidsrecht
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- BWB-id
- BWBR0032083
- Versie
- 2025-01-01_0
- SHA-256 bron
- 4abfa0d88c9b4a01f8b9d7c2de78e68d3344b8feef29c7d943a67b0e88f798de
Inhoud (16)
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. centrale verwijzingsindex: de door Onze Minister aangewezen systeem- en toepassingsprogrammatuur met behulp waarvan een overzicht kan worden verkregen van de herkenningsdienstgegevens van de politie of diensten waarin een geregistreerde voorkomt en met behulp waarvan rechtstreekse toegang tot die onderlinge gegevensverwerking kan worden verkregen;
b. signalering: een in verband met de uitvoering van de politietaak noodzakelijke kennisgeving over een persoon of een goed;
c. criminele-inlichtingeneenheid: een onderdeel van een regionale of landelijke eenheid, onderscheidenlijk van de rijksrecherche, belast met het, ten behoeve van de recherchefunctie, verwerken van gegevens die noodzakelijk zijn voor de opsporing van misdrijven als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet politiegegevens;
d. nationale criminele-inlichtingeneenheid: een dienst van de Eenheid landelijke opsporing en interventies, belast met het, ten behoeve van de recherchefunctie, verwerken van gegevens die noodzakelijk zijn voor de opsporing van misdrijven als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet politiegegevens;
e. informantgegevens: gegevens omtrent een persoon als bedoeld in artikel 12, zevende lid, van de Wet politiegegevens;
f. criminele-inlichtingen: gegevens die in aanmerking komen voor verwerking op grond van artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet politiegegevens;
g. verwerkingsverantwoordelijke: de verwerkingsverantwoordelijke, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, onder 1° en 2°, van de Wet politiegegevens.
Artikel 2
1 De politie verwerkt gegevens met het oog op de informatievoorziening in het kader van de uitvoering van de politietaak in verband met:
a. de opsporing en vervolging van verdachten van misdrijven;
b. de verificatie van namen van verdachten van misdrijven;
c. het vaststellen van de mate van recidive van verdachten van misdrijven;
d. het vaststellen van de mate van recidive van verdachten van misdrijven of overtredingen, die in aanmerking komen voor een voorstel tot deelneming aan een project als bedoeld in artikel 77e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;
e. het opsporen van vermiste- of ontvreemde goederen;
f. het opsporen van vermiste personen;
g. de identificatie van onbekende personen;
h. de bejegening van personen ter voorkoming van ernstig gevaar voor leven en gezondheid voor henzelf of bij de uitoefening van de politietaak betrokken personen.
2 De korpschef draagt ervoor zorg dat de krachtens het eerste lid verwerkte gegevens langs geautomatiseerde weg aan de Koninklijke marechaussee beschikbaar kunnen worden gesteld. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de centrale verwijzingsindex.
Artikel 3
De politie verwerkt terstond gegevens omtrent signaleringen met het oog op de informatievoorziening in het kader van de uitvoering van de politietaak in verband met:
a. de identificatie, verificatie en bejegening van gesignaleerde personen;
b. de identificatie en verificatie van goederen;
c. de juiste uitvoering van de met de signalering verbonden taakopdracht.
Artikel 4
De politie verwerkt terstond dactyloscopische signalementen, dactyloscopische sporen en gedeelten daarvan met het oog op de informatievoorziening in het kader van de uitvoering van de politietaak in verband met:
a. de opsporing en vervolging van verdachten van strafbare feiten,
b. de bewijsvoering in strafzaken;
c. de identificatie van overleden personen of personen die anderszins niet in staat zijn inlichtingen omtrent hun identiteit te verschaffen.
Artikel 5
1 De criminele-inlichtingeneenheden verrichten met het oog op het verkrijgen van inzicht in de betrokkenheid van personen bij het beramen of plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet politiegegevens in ieder geval de volgende werkzaamheden:
a. het verzamelen en verifiëren van criminele-inlichtingen;
b. het verwerken van criminele-inlichtingen in een bestand, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet politiegegevens;
c. het bevorderen van het gericht inwinnen en aanvullen van criminele-inlichtingen en andere gegevens die in het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde in aanmerking komen voor verwerking op grond van de Wet politiegegevens;
d. het analyseren van criminele-inlichtingen en het aan de hand daarvan:
1°. signaleren van criminaliteitsontwikkelingen, voor zover het betreft misdrijven als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet politiegegevens;
2° periodiek verslag doen ten behoeve van criminaliteitsbeelden;
e. het ter beschikking stellen van criminele-inlichtingen overeenkomstig artikel 10, vijfde lid, van de Wet politiegegevens.
2 Ten behoeve van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, maken criminele-inlichtingeneenheden gebruik van de centrale verwijzingsindex.
3 De uitvoering van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, met medewerking van informanten als bedoeld in artikel 12, zevende lid, van de Wet politiegegevens wordt uitsluitend verricht door de criminele-inlichtingeneenheid.
Artikel 6
Criminele-inlichtingeneenheden verwerken informantgegevens als bedoeld in artikel 12 van de Wet politiegegevens onder gelijktijdige codetoekenning.
Artikel 7
1 Criminele-inlichtingeneenheden wisselen onderling, gevraagd en ongevraagd, criminele-inlichtingen uit voor zover zij deze behoeven voor de uitvoering van hun taak. Daartoe wordt gebruikgemaakt van het modelformulier, bedoeld in bijlage 1 van dit besluit.
2 Twee ambtenaren van de criminele-inlichtingeneenheid worden aangewezen met het oog op de autorisatie als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van het Besluit politiegegevens ten aanzien van het bestand met criminele-inlichtingen bij de overige criminele-inlichtingeneenheden.
3 De verwerkingsverantwoordelijke draagt ervoor zorg dat aan de ingevolge het tweede lid aangewezen en hem bekendgemaakte ambtenaren van andere criminele-inlichtingeneenheden autorisatie wordt verleend.
Artikel 8
1 Criminele-inlichtingeneenheden stellen de nationale criminele-inlichtingeneenheid in kennis van:
a. criminele-inlichtingen die van nationale of internationale betekenis zijn;
b. personalia of bedrijfsgegevens van overeenkomstig artikel 10, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet politiegegevens geregistreerde personen in de door Onze Minister aangewezen geautomatiseerde verwijzingsindex;
c. codes als bedoeld in artikel 6;
d. overige informatie die van belang kan zijn voor de landelijke en internationale coördinatie en ondersteuning door de nationale criminele-inlichtingeneenheid.
2 Ter uitvoering van het eerste lid, onderdeel b, en met het oog op de verstrekking van de gegevens als opgenomen in bijlage 2 van dit besluit maken de criminele-inlichtingeneenheden gebruik van de centrale verwijzingsindex.
Artikel 9
1 De nationale criminele-inlichtingeneenheid verwerkt:
a. criminele-inlichtingen, voor zover deze gegevens van nationale of internationale betekenis zijn;
b. personalia of bedrijfsgegevens van overeenkomstig artikel 10, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet politiegegevens geregistreerde personen in de centrale verwijzingsindex;
c. codes die zijn toegewezen in het kader van de verwerking, bedoeld in artikel 6.
2 De nationale criminele-inlichtingeneenheid analyseert de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en verstrekt mede aan de hand daarvan de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, aan hen die daarop bij of krachtens de Wet politiegegevens aanspraak kunnen maken.
Artikel 10
1 De ambtenaar die deel uitmaakt van een criminele-inlichtingeneenheid voldoet aan de kwalificatie van een door Onze Minister aan te wijzen politieopleiding als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder s, van de Politiewet 2012.
2 De verwerkingsverantwoordelijke draagt ervoor zorg dat de kennis en vaardigheden van hem ondergeschikte ambtenaren die deel uitmaken van een criminele-inlichtingeneenheid, worden onderhouden op minimaal het niveau van de aan de in het eerste lid bedoelde kwalificaties.
Artikel 11
1 De verwerkingsverantwoordelijke bepaalt de termijn gedurende welke de ambtenaar die is belast met de werkzaamheden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, ononderbroken deel uitmaakt van een criminele-inlichtingeneenheid.
2 De termijn, bedoeld in het eerste lid, is ten hoogste vier jaar en kan tweemaal met twee jaar worden verlengd.
3 Voor de ambtenaar die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit is aangesteld, gaat de termijn, bedoeld in het eerste lid, in op die datum.
Artikel 12
1 De bij de criminele-inlichtingeneenheid in gebruik zijnde vertrekken zijn afsluitbaar en beveiligd. Tot deze vertrekken hebben slechts toegang ambtenaren die deel uitmaken van de criminele-inlichtingeneenheid, personen die door deze ambtenaren worden begeleid en de als zodanig aangewezen officier van justitie die verantwoordelijk is voor de taakuitoefening van de criminele-inlichtingeneenheid.
2 In afwijking van het eerste lid, tweede volzin, kan de korpschef aan anderen toegang zonder begeleiding toestaan, indien het betreden van de vertrekken alleen kan plaatsvinden nadat identiteitsgegevens elektronisch zijn vastgelegd en de toegang noodzakelijk is vanuit de verantwoordelijkheid voor de ambtenaren van de criminele-inlichtingeneenheid.
3 Bij afwezigheid van ambtenaren van de criminele-inlichtingeneenheid zijn de vertrekken deugdelijk afgesloten.
Artikel 13
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.
Artikel 14
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verplichte politiegegevens.
Bijlage 1 — als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Besluit verplichte politiegegevens › Criminele inlichtingenrapport
Criminele inlichtingenrapport
Het criminele inlichtingenrapport dient de volgende verplichte rubrieken te bevatten:
Algemeen
Uniek registratienummer | Datum van registratie | Naam/nummer rapporteur
Naam van de CIE | Regionummer (PL-code) | Telefoonnummer CIE
Herleidbaarheidsinformatie
HERKOMSTBRON | TEKSTVELD
Open bron | Welke bron + datum
Verkennend onderzoek | Korps / eenheid + Landelijk parket nummer en/of naam onderzoek
Opsporingsonderzoek | Korps / eenheid + PV nummer en/of naam onderzoek
Buitenlandse opsporingsonderzoek | Land+ uniek nummer en/of naam onderzoek + ontvangst regio
Informant | Geen veld, niet relevant
Anonieme bron | Naam opsporingsambtenaar die bericht ontvangt en PV-nummer
Getuige | Naam + geboortedatum + bedrijf/instelling, tenzij de identiteit van de getuige afgeschermd wordt. In dat geval worden geen gegevens vermeld.
Waarneming opsporingsambtenaar buiten Opsporingsonderzoek | Verbalisantennaam en PV-nummer
Afhandelingscodes
11 | Operationeel te gebruiken
01 | Alleen te gebruiken na overleg met de afzender
00 | Informatie met zware beperkingen voor gebruik
200 | Kan niet operationeel gebruikt worden, maar kan onder bepaalde voorwaarden wel voor coördinatie- en analyse doeleinden worden gebruikt + informatie met verhoogd afbreukrisico
300 | Kan niet operationeel gebruikt worden, maar kan onder bepaalde voorwaarden wel voor coördinatie- en analyse doeleinden worden gebruikt + informatie met bronbescherming
Inhoud van de informatie
De CIE-informatie:
In CIE-informatie genoemde herleidbare persoon: – Achternaam – Voornaam – Geboortedatum – Status (zwacri-subject, relatie, voorl.subject) | In Cie-informatie genoemde herleidbare rechtspersoon: – Bedrijfs/handelsnaam – KvK-code/inschrijvingsnummer – Adres – Vestigingsplaats
De volgende twee rubrieken (evaluatiecode informant en evaluatiecode informatie afkomstig van informanten) zijn voor de eigen administratie van de CIE. Deze gegevens worden niet verstrekt buiten de CIE structuur.
Evaluatiecode informant
A | Betrouwbaar | B | Meestal betrouwbaar
C | Minder betrouwbaar tot niet betrouwbaar | D | Niet te beoordelen
Evaluatiecode informatie afkomstig van informant
1 | Waargenomen (door bron zelf)
2 | Gehoord (van iemand die erbij is geweest)
3 | Indirect gehoord (via via)
Bijlage 2 — als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het Besluit verplichte politiegegevens › Verwijsindex-gegevens
Verwijsindex-gegevens
Overzicht van de digitaal aan te leveren aan de nationale criminele inlichtingen eenheid
CIE-Subjecten Index | | CIE-Subjecten Index
Natuurlijke personen Achternaam Voorvoegsel Voornaam Roepnaam Bijnaam Alias Status (zwacri/voorl-register subject) Geboorteplaats Geboorteland Geslacht Nationaliteit Hoofdgroepcode | | Rechtspersonen Bedrijfsnaam Handelsnaam Belastingnummer KvK code KvK dossiernummer KvK inschrijvingsnummer Status (zwacri/voorl-register subject) Straatnaam Huisnummer Toevoeging Postcode Vestigingsplaats Land Rechtsvorm Hoofdgroepcode
Meldingen recherche onderzoeken Algemeen | | Meldingen recherche onderzoeken Locaties | | Meldingen recherche onderzoeken Organisaties
Naam onderzoeksteam | | Straatnaam | | Bedrijfsnaam
Startdatum onderzoek | | Huisnummer | | Naam organisatie
Sluitingsdatum onderzoek | | Toevoeging huisnummer | | Belastingnummer
Afhandelingscode | | Postcode | | KvK code
Hoofdgroepcode | | Plaats | | KvK dossiernummer
Contact | | Land | | KvK inschrijvingsnummer
Telefoonnr contact
Fax-nr contact
Doelstelling onderzoek
Status (lopend/afgesloten)
Meldingen recherche onderzoeken Personen | | Meldingen recherche onderzoeken Telecom | | Meldingen recherche onderzoeken Vervoer
Achternaam | | Telecommunicatienummer | | Land
Voorvoegsel | | | | Soort vervoer
Voornaam | | | | Registratienummer
Geboortedatum | | | | Merk
Geboorteplaats | | | | Voertuigtype
Geslacht | | | | Vaartuignaam
Radio call sign
Identificatiegegevens
Korpscode | Mutatiedatum | Registratie/Projectnummer