wetzoeker

5.2 — Geen vrijwillig en weloverwogen verzoek Aanwijzing vervolgbeslissing inzake levensbeëndiging op verzoek

Geen vrijwillig en weloverwogen verzoek

Indien er (een vermoeden bestaat dat in het geheel) geen verzoek is gedaan tot levensbeëindiging, dan wordt de zaak door aangewezen geneeskundige direct onder de aandacht van de hoofdofficier van justitie gebracht. In dergelijke zaken zal de toetsingscommissie zich onbevoegd verklaren. De hoofdofficier stuurt de zaak, voorzien van een ambtsbericht, naar de PG.

Wanneer de toetsingscommissie tot het oordeel komt dat de arts niet tot de overtuiging heeft kunnen komen dat de patiënt vrijwillig en weloverwogen tot zijn verzoek is gekomen, dan ligt strafrechtelijke vervolging in beginsel in de rede. Hierbij kan gedacht worden aan situaties waarin de patiënt onder druk of invloed (van anderen of door gebrek aan zorg) zijn verzoek heeft gedaan, de arts niet tot de overtuiging heeft kunnen komen dat het verzoek weloverwogen was, omdat de patiënt onvoldoende geïnformeerd was over de gestelde diagnoses, prognoses en behandel- en (palliatieve) verzorgingsmogelijkheden, niet in staat was zijn wil te uiten of geen sprake was van een consistent (duurzaam, herhaald) verzoek van de patiënt.

De wet stelt overigens niet de eis dat een verzoek op schrift is gesteld.

In het geval dat de patiënt op het moment waarop wordt besloten tot levensbeëindigend handelen niet wilsbekwaam is, zijn de zorgvuldigheidseisen van toepassing indien er een schriftelijke wilsverklaring is die is afgelegd voordat sprake was van wilsonbekwaamheid (artikel 2, tweede lid, WTL) en die ziet op de situatie waarin de levensbeëindiging plaatsvindt. De beoordeling van de zorgvuldigheidseisen dient te geschieden aan de hand van de specifieke omstandigheden waarin de wilsonbekwame patiënt zich bevindt. Kan een patiënt niet als wilsbekwaam worden aangemerkt en ontbreekt tevens een (adequate) schriftelijke wilsverklaring dan is de WTL niet van toepassing.

De zorgvuldigheidseisen genoemd in paragraaf 3.2 onder 3 (de arts heeft de patiënt voorgelicht over de situatie waarin hij zich bevond en over zijn vooruitzichten) en onder 4 (de arts is met de patiënt tot de overtuiging gekomen dat er voor de situatie waarin deze zich bevond geen redelijke andere oplossing was) zijn aspecten van het weloverwogen zijn van een verzoek en worden daarom in deze aanwijzing niet apart genoemd. Weloverwogenheid veronderstelt een zorgvuldige afweging op basis van volledige informatie en een helder inzicht in het ziektebeeld.

Regeling
Aanwijzing vervolgbeslissing inzake levensbeëndiging op verzoek
Soort
beleidsregel-BES
Geldend vanaf
10-10-2012
BWB-id
BWBR0032071
Versie
2012-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl