wetzoeker

3.3 — Bevoegdheid commissies; minderjarigen en wilsonbekwamen Aanwijzing vervolgbeslissing inzake levensbeëndiging op verzoek

Bevoegdheid commissies; minderjarigen en wilsonbekwamen

De regionale toetsingscommissies zijn niet alleen bevoegd te oordelen over meldingen van euthanasie of hulp bij zelfdoding bij meerderjarige patiënten, maar ook bij minderjarige patiënten in de leeftijd van 12-18 jaar. Hiervoor gelden, naast de reguliere vereisten voor hulp bij zelfdoding en euthanasie, de aanvullende eisen genoemd in de leden 2, 3 en 4 van artikel 2 van de WTL.

Voor minderjarigen tussen de twaalf en zestien jaar oud geldt dat de arts gevolg kan geven aan een verzoek tot levensbeëindiging indien de ouder(s)/voogd zich met de levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding kan/kunnen verenigen (artikel 2, vierde lid).

De arts kan eveneens ingaan op het verzoek tot levensbeëindiging van een minderjarige patiënt van zestien en zeventien jaar oud, mits de ouder(s)/voogd in de besluitvorming is/zijn betrokken (artikel 2, derde lid).

Artikel 2, tweede lid, bepaalt dat, indien de patiënt zestien jaren of ouder is en niet langer in staat is zijn wil te uiten, maar voordat hij in die staat geraakte tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat werd geacht, een schriftelijke verklaring, inhoudende een verzoek om levensbeëindiging heeft afgelegd, een arts aan dit verzoek gevolg kan geven.

Regeling
Aanwijzing vervolgbeslissing inzake levensbeëndiging op verzoek
Soort
beleidsregel-BES
Geldend vanaf
10-10-2012
BWB-id
BWBR0032071
Versie
2012-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl